‘Het gereformeerde haal je nooit uit iemand’
Foto: Allard Willemse

‘Het gereformeerde haal je nooit uit iemand’

Cisca Dresselhuys begon bij Trouw en maakte daarna furore bij maandblad Opzij, waar zij 27 jaar hoofredacteur was. Als je niet langs haar Feministische Meetlat had gelegen, dan telde je niet mee in Den Haag en ommelanden. Zij is dochter van een dominee. Is zij nog gelovig? Welke invloed heeft haar gereformeerde opvoeding gehad in haar leven en haar werk? Charlotte Hille en Michel Peters gingen het haar maar eens vragen bij haar thuis in Hilversum.

Domineesdochter

Cisca Dresselhuys groeide tot haar vierde op in Oldeboorn, Friesland, en verhuisde toen naar Roermond, waar haar vader beroepen werd. Als dochter van een dominee leefde ze in een ‘glazen huis’. Er werd meer op haar gelet als kind. Op haar elfde overlijdt haar vader. Het ‘glazen huis’ wordt daardoor weliswaar minder doorzichtig, maar ze blijft toch de dochter van de dominee. Haar moeder houdt als  weduwe van de dominee ook de bezigheden die ze als domineesvrouw had.

Welke invloed heeft uw vader op u gehad?

‘Ik was een echt vaderskind. Mijn vader had, omdat hij midden-Limburg onder zijn hoede had, een solex. Mij nam hij mee op tochtjes, waarbij hij een leren jas en leren laarzen droeg. Doordeweeks zag ik hem ook veel, omdat hij vaak thuis was. In het weekend was er stress in het gezin. Het is immers toch bijzonder als je vader op een preekstoel staat. Was de preek wel goed gevallen, was die niet te lang, te saai? Zeker als je een paar kritische tieners in de kerk had, kon je weerstand verwachten. Mijn vader ging op zondag twee keer voor in een dienst. Mijn broer is net als mijn vader dominee geworden. Ik kan me niet herinneren dat er dingen waren die we echt niet mochten, misschien dat we geen ijsje gingen eten op zondag.’

Wat was de positie van vrouwen in het geloof van uw jeugd?

‘Ik heb nooit een vrouwelijke dominee of kerkenraadslid gezien. Wel een vrouwelijke koster of een vrouwelijke organist. Maar ik was daar ook helemaal niet mee bezig. Mijn moeders rol in de gemeente was aanzienlijk, zij het onbetaald. Ze ondersteunde m’n vader, bezocht vrouwelijke gevangenen in het huis van bewaring, was actief bij de Bescherming Burgerbevolking (BB). Mijn moeder was voorzitter van de vrouwenvereniging en van de meisjesvereniging. Voor haar huwelijk, in de jaren twintig, was ze onderwijzeres in de Jordaan in Amsterdam. Ze was een pittige dame. Als ze in een andere tijd had geleefd, had ze na haar huwelijk kunnen blijven werken, maar die mogelijkheid was er toen niet.’

Proefnummer AdRem, remonstrants magazine

Vraag nu een proefnummer aan van AdRem, het remonstrantse magazine!

Wat heeft u meegenomen of achtergelaten van het geloof?

‘Na de middelbare school, toen ik al bij Trouw in Utrecht werkte, ben ik daar nog op catechisatie geweest. Als daar kritiek op de predikant werd gegeven, voelde ik altijd wel de behoefte om hem te verdedigen. Als journalist was ik ook kritisch. De wereld werd groter, zeker toen ik op de redactie in Amsterdam ging werken. Veel van m’n collega-journalisten bij Trouw hadden overigens ook een vader die dominee was. Samen met een vriend, ook domineeszoon en journalist bij Trouw, heb ik het boek ‘Het glazen huis’ geschreven, waarin we bekende Nederlanders, zoals Annie M.G. Schmidt, interviewden, die een vader hadden die predikant was. Bij Trouw in Amsterdam was ik redactrice van de vrouwenpagina geworden, waarop toentertijd recepten stonden hoe je van een pond gehakt en drie oude broden achtendertig gehaktballen kon maken. Ook was er een column over kinderopvoeding, dat soort onderwerpen, waarmee ik niks had. Er gebeurde inmiddels – het waren de jaren zestig –  van alles in Nederland, de Tweede Feministische Golf kwam op naar aanleiding van het pamflet van Joke Smit ‘Het onbehagen van de vrouw’. Ik ging schrijven over Blijf-van-m’n-lijfhuizen en over zaken als verkrachting en incest, niet vrolijk, wel heel belangrijk. Na twintig jaar Trouw werd ik gevraagd hoofdredacteur van Opzij te worden’.

U heeft zich enorm ingezet voor de emancipatie van vrouwen. Voelt u zich boegbeeld?

‘Ik heb me altijd in de eerste plaats journalist gevoeld, nog steeds, en daarna pas feminist. Natuurlijk ben ik geëmancipeerd en ben ik feminist. Er zijn vrouwen die zichzelf wel geëmancipeerd noemen, maar bang zijn van het woord feminisme. Ik totaal niet. Juist doordat ik alle ontwikkelingen binnen de maatschappij beschreef als journalist, ben ik alles met wat afstand blijven bekijken. Veel vrouwen uit die Tweede Golf zijn uiteindelijk gefrustreerd geraakt omdat de heilstaat die ze verwachtten niet tot stand kwam. Ik heb nooit gedacht dat die er zo makkelijk zou komen. Mijn calvinistische instelling heeft daar een belangrijke rol in gespeeld. De mens is geneigd tot alle kwaad, leerden we uit de Catechismus,  vrouwen niet uitgezonderd’.

Heeft u zich doelen gesteld in uw leven?

‘Niet bewust. Ik wist op mijn twaalfde dat ik journalist wilde worden. En toen ik na mijn eindexamen in Utrecht bij Trouw ging werken was dat ook mijn ambitie. Ik werd gevraagd om hoofdredacteur van Opzij te worden, dat kwam op mijn pad. Je zou kunnen zeggen dat een hoge oplage en een kwalitatief goede inhoud ook doelen waren. Die lagen meer in het verlengde van mijn werk en hadden dus meer te maken met m’n werk dan met een diepste innerlijke wens’.

Hoe verhoudt u zich op dit moment tot religie?

‘Mijn geloof is in de loop der jaren langzaam weggedreven. Er is niet een abrupt moment geweest, zoals bij velen na de Tweede Wereldoorlog, die zich afvroegen hoe God de holocaust had kunnen laten plaatsvinden. Ik betaal nog iedere maand netjes mijn bijdrage aan de gereformeerde kerk hier in Hilversum. Dat heeft vooral te maken met de sterke band die ik met mijn vader voel. Als ik dat geld niet meer zou overmaken zou ik daarmee de band met mijn vader doorsnijden. Maar ik ga al heel lang niet meer naar de kerk’.

Is er iets wat het geloof heeft vervangen?

‘Niet echt. Religie is voor mij geen punt meer. Is er iets voor in de plaats gekomen? Het gereformeerde haal je  nooit uit iemand. Wat dat precies  is? Ik zie het in mijn opvattingen, hoe ik leef, met mensen om ga, ik ben consciëntieus. Ik ben trouw in persoonlijke relaties, zal niet snel iets uit m’n handen laten vallen, maar doorgaan’.

Wat doet u tegenwoordig, wat wilt u nog doorgeven?

‘Ik ben al een tijd gepensioneerd en kan daarom nu iets teruggeven aan de maatschappij, iets doorgeven. Ik schrijf als freelancer nog steeds interviews voor Trouw, een serie die ‘Een stapje terug’ heet. Daarvoor interview ik bekende mensen over hun leven na hun pensioen. Verder schrijf ik interviews voor Nouveau en maak samen met andere gepensioneerde journalisten het tweewekelijkse opinieblad  Argus. Eén keer in de maand interview ik een gast in het Filmtheater van Hilversum, waarna de bezoekers een film zien die door de gast is geselecteerd. Kortgeleden heb ik daar journalist Fokke Obbema geïnterviewd en binnenkort komt schrijver Oek de Jong. Als je me dus vraagt wat ik doorgeef: ik blijf actief als journalist. De waarden die ik doorgeef zijn de waarden uit mijn gereformeerde jeugd, blijf trouw, aan jezelf, aan je vrienden en al je persoonlijke relaties’.

Tekst: Charlotte Hille, Redactielid Adrem, jurist en politicoloog, universitair docent aan de UvA

Zie ook