Paneldiscussie: de coronacrisis geeft zin aan het leven

Paneldiscussie: de coronacrisis geeft zin aan het leven

Half april voerde ons panel weer een discussie per email. De stelling ‘De coronacrisis geeft zin aan het leven’ riep sterke meningen en emoties op. Michel Peters ordende de bijdragen in dit artikel.

‘Getsie, wat een vreselijke stelling. Het is zoiets als zeggen dat kanker zin geeft aan het leven’, opent Rachel de discussie. ‘Het is ook een hardvochtige stelling, want ze ontkent de ellende die het virus aanricht. In mijn werk als psycholoog heb ik nog weinig mensen gehoord die weer zin en betekenis ervoeren door het virus, integendeel. Depressie en angst liggen overal op de loer.’

De andere panelleden stemmen daar volmondig mee in. Ditte herformuleert de stelling tot:  ‘Het coronavirus stimuleert tot nadenken over de zin van het leven’. Ze zegt: ’Zo ervaar ik deze crisis namelijk zelf, en in mijn omgeving. Dat wat belangrijk is en zin geeft aan het leven, komt nu duidelijker naar voren; familie, vriendschap, buren, je geloofsgemeenschap, je gezondheid. Om een voorbeeld te noemen: onze straat hier in Putney begon een ‘WhatsApp’ – groep en nog nooit heb ik zoveel (online) contact gehad met mijn buren, waarvan ik de meesten niet eens kende.’

Christian stelt ook dat het virus als feit geen zin heeft, maar vindt de stelling vanuit een filosofisch perspectief wel gerechtvaardigd. ‘We worden als mens altijd geconfronteerd met grote, wereldwijde gebeurtenissen, van het goede en het slechte soort. Onze geest dwingt ons om de gebeurtenissen buiten ons met ons huidige leven in verbinding te brengen. Zonder deze integratie van alles wat er gebeurt in de samenhang van ons leven kunnen we helemaal niet bestaan. Dat is nu juist zin-geven! Op dit moment is het de uitdaging om het coronavirus te interpreteren en betekenis te geven. Het zijn onze geest, ons hart en ons verstand die zin tot stand brengen.’

Nelleke Wentges – Viëtor heeft een operatie ondergaan en doet maar mondjesmaat mee met het gesprek. Maar ze doe wel krachtige uitspraken: ‘Als een christen denkt dat het evangelie uitnodigt tot ‘lijden’ dan is dat een vreemde zaak. Wel zal lijden misschien door een christen – als het goed is –  gedragen kunnen worden vanuit het perspectief dat we er niet altijd omheen kunnen. ‘Leer mij volgen zonder vragen,’ ( ‘Wat de toekomst brenge moge’) hoort niet bij 2020. Ik vertrouw meer op een boodschap van troost.’

Bevoorrecht
Alle panelleden realiseren zich maar al te goed in welke bevoorrechte positie zij zich in het Westen bevinden. Christian: ‘Deze ziekte treft wereldwijd vooral de armen, voornamelijk vrouwen, in de VS, in India, in Brazilië enzovoort. Of we worden solidair, of de wereld moet zich misschien opmaken voor een ‘oorlog van allen tegen allen’ (Thomas Hobbes)’.
Rachel: ‘Dat er ruimte is voor zoveel zingeving is in zekere zin een luxe die anderen in de wereld – in vluchtelingenkampen, in sloppenwijken of opgehokt in onze eigen verpleeghuizen – niet of nauwelijks hebben. Maar het besef van mijn bevoorrechte positie maakt niet dat ik me positief of zeker voel. Het is het besef van de kwetsbaarheid van alles en iedereen, en de onzekerheid van de toekomst, die me soms bang en onzeker maken. Pessimistisch soms, en soms ook weer optimistisch.’

Zin-geving
Goed, als zin en betekenis dan geen eigenschappen zijn van het virus zelf, welke betekenis kennen wij er dan aan toe? Rachel is gevoelig voor positieve betekenisgeving. Zij laaft zich aan de enorme positiviteit en de spontaniteit van mensen en geniet van de schone lucht. ‘Het is nu de tijd om te leren van dit virus, om de wereld te verbeteren en het klimaat te redden. Om afstand te doen van onze verspillende levensstijl en weer aandachtige mensen te worden, voor wie ‘zijn’ belangrijker is dan ‘hebben’.

Christian droomt ook, maar formuleert zijn idealen in vraagvorm. Hij ziet de crisis als een ‘teken van de tijd’ en haalt spontaan Jezus in het Lucasevangelie aan: ‘Waarom kunnen jullie de tekenen van de tijd niet duiden’ (Lc. 12,56). ‘De oude wereld van gisteren is stil gelegd’, zegt hij, ‘die is voorbij. Als we het virus onder controle krijgen, slagen we er dan in om een wereld weer op te bouwen die solidair is? Kunnen we de menselijkheid die we nu tonen ook na de crisis alomvattend behouden? Kunnen we erkennen, dat de coronacrisis ook door ecologische, dus door mensen veroorzaakte beslissingen, werd veroorzaakt? Kunnen we die ecologische ramp nog corrigeren?’

Straft God?
Bijna onvermijdelijk komt ook de vraag naar God om de hoek kijken. Niemand ziet de coronacrisis als een straf van God, maar de theologie wordt in deze tijden wel bevraagd (zie ook het artikel van Johan Goud elders in dit blad). Op welke manier bekommert God zich om zijn mensheid? Is deze metafoor nog bruikbaar? Is de kern van onze spiritualiteit ook zonder gemeente en met lege kerken te beleven? De vraag of God zwijgt is geen goede vraag, meent Ditte. We moeten niet vragen waar God was, maar waar de mens was. Rachel stemt daarmee in: ‘God zweeg de afgelopen eeuwen ook al. Zijn voetvolk maakt er een zootje van, maar is ook de engelschare die helpende handen biedt, een pannetje soep of een klimaatprogramma.’

Een aantal gedichten passeert in de discussie de revue. Een passend slot van dit artikel is een passage uit ‘Het laatste gedicht’ van Hans Andreus, dat Rachel opbrengt. ‘Het is gericht aan God, waar de dichter zich nauwelijks meer iets bij kan voorstellen, maar die hij toch maar weer opzoekt. Want je moet toch een adres hebben voor je diepste vragen en angsten. In alle zoeken en vragen spreekt hier een begin van vertrouwen uit. De laatste woorden komen niet van onszelf, maar misschien vanuit die andere kant, als we goed luisteren en ervoor openstaan. Daartoe biedt Corona nu alle gelegenheid!’

‘hoe moet het nu, waar blijf ik met dat licht
van mij, van jou, wanneer het vallen, weg in 

het onverhoeds onnoemelijke begint?
Of is het dat jij me er een onverdicht
woord dat niet uitgesproken hoeft voor vindt’
 

Zie ook