Niet de verschillen, maar de overeenkomsten
Foto: Allard Willemse

Niet de verschillen, maar de overeenkomsten

Samenwerken aan een liefdevolle wereld in het onderwijs

Hij is bestuurder van de christelijke Scholengemeenschap De Goudse Waarden (DGW) in Gouda. Tot anderhalf jaar geleden was hij rector van een openbare middelbare school in Utrecht. Het traditionelere Gouda is een nieuwe wereld voor hem, waar reformatorisch onderwijs en christelijk onderwijs naast elkaar bestaan; waar zwarte piet nog niet is uitgebannen en het aannamebeleid van docenten strikter is. Hoe ga je in deze wereld te werk, hoe win en houd je vertrouwen en overbrug je kloven? Peter van Dijk, een Utrechtse remonstrant, vertelt daar over aan Ineke Ludikhuize en Michel Peters.

Ontmoeting

‘Onze scholengemeenschap omvat drie scholen: praktijkonderwijs, VMBO en een lyceum. Met name de eerste twee kennen een grote populatie leerlingen met een islamitische achtergrond. Er is in Gouda naast een reformatorische VMBO alleen ons christelijke VMBO. Islamitische leerlingen die naar het VMBO willen, kunnen dus alleen op een christelijke school terecht. Ik vroeg vertegenwoordigers van de moskee of ze dat geen bezwaar vonden. Zij vertelden dat ze hun kinderen liever naar een school sturen ‘van een andere monotheïstische godsdienst’ dan naar een openbare school. Kortom, zij vonden het geen probleem. De kennismaking met de moskee had nog wel wat voeten in de aarde. Men was verbaasd dat ik als bestuurder van een christelijke scholengroep wilde komen kennismaken. Maar via de Utrechtse moskee kreeg ik een ingang en ontstond er een mooie ontmoeting.’

Proefnummer AdRem, remonstrants magazine

Vraag nu een proefnummer aan van AdRem, het remonstrantse magazine!

Nashville

‘Toen ik ging kennismaken met een ander schoolbestuur vertelde de bestuursvoorzitter dat hij de Nashville-verklaring had ondertekend en hij vroeg wat ik daarvan vond. Het merkwaardige was dat er, ondanks de wereld van verschil tussen ons, toch ook meteen een klik was. Het was voor mij leerzaam om te ervaren dat je kunt samenwerken met mensen die mijn levenswijze (ik ben getrouwd met een man) afwijzen. Ik was nog nooit een Nashville-ondertekenaar tegengekomen en had geen idee dat zo iemand ook een aardig persoon kon zijn.’

Zwarte piet

‘Vorig jaar begon de ‘zwartepietendiscussie’ weer in de gemeenteraad. Dit onderwerp leefde erg in Gouda. Toen de wethouder op het Goudse lyceum kwam, kreeg ze van leerlingen te horen: ‘U pakt ons onze zwarte piet af’. Ik schrok van hun mening, maar ook dat dit zo gevoelig bij hen lag. Ik realiseerde dat ik ook hun denkwijze moest snappen om met gevoeligheden binnen school rekening te kunnen houden.’

Verhalen vertellen

‘Samen met mensen uit verschillende culturen en religies in Gouda heb ik de groep ‘Bondgenoten’ opgericht; zorg, politiek en politie zijn ook vertegenwoordigd. We gaan niet met elkaar in discussie, maar we vertellen elkaar onze verhalen en praten daarover. We eten met elkaar, steeds op een andere locatie, als gasten van een van de deelnemers. Zo’n maaltijd verzustert en verbroedert. En door de verhalen blijven we op de hoogte van wat er speelt; kunnen we vragen stellen over wat we niet begrijpen of waar we meer van willen weten, zoals bijvoorbeeld de ‘zwartepietendiscussie’. In Utrecht hadden we ook zo’n groep en ik vond het spannend of het in Gouda ook zou kunnen. Gelukkig werkt het hier net zo goed.’

Herijken

‘Een van de eerste vragen vanuit het praktijkonderwijs was: kunnen we een moslim als leraar benoemen? Dat kon officieel niet vanwege onze identiteit, maar dat voelde voor mij niet goed, want het merendeel van de leerlingen daar is ook moslim. Wat mij ook opviel was dat elke school op eigen wijze aan de christelijke identiteit vorm gaf. Op de ene school vonden leraren dagopeningen soms ingewikkeld en ontstond de neiging die over te slaan. Op een andere school hielden reformatorische en evangelische docenten juist bevlogen dagopeningen. Verschillende collega’s vroegen om een duidelijk beleid, maar niemand kon de gezamenlijke christelijke identiteit precies uitleggen. Daarom nam ik het initiatief om de christelijke identiteit van de school gezamenlijk te herijken.’

Niet verwateren

‘Dit gaf bij een aantal leraren onrust. Juist sommige reformatorische en evangelische docenten waren bang dat ik hun iets zou afnemen. Dat wat zij heel waardevol vonden en wat juist reden was dat ze op deze school werkten, zou misschien wel verdwijnen. Voor de groep die de herijking zou uitwerken, meldden zich in eerste instantie docenten uit deze groep ‘verontrusten’. Samen met een deskundige van buiten zijn we aan de slag gegaan. In de groep merkten we dat we, door over dogma’s en standpunten te praten, elkaar niet bereikten. Maar als we spraken over wat het geloof voor ons persoonlijk betekent juist wel. Ook de noodzaak om als scholengroep een eigen christelijke identiteit te hebben, het niet te laten verwateren, werd door iedereen gezien. En ook, hoewel dat voor sommige docenten persoonlijk moeilijk was, wilde niemand dat we gingen evangeliseren. Maar wat wel?’

Liefdevol

‘Ergens in het proces kwam iemand met het woord ‘liefde’ als centrale waarde voor ons als christelijke scholengroep. Eerst schrokken we daarvan. Het klinkt tamelijk zweverig. Hoe meer we er met elkaar over spraken, hoe meer we tot de conclusie kwamen dat het eigenlijk een heel mooi woord is voor onze missie. Het werd uiteindelijk ‘Samen werken aan een liefdevolle wereld’. Kinderen moeten iets snappen van religies en ze moeten kunnen groeien in hun eigen zingevingsidentiteit. Het woord ‘liefdevol’ gaat daarnaast verder dan levensbeschouwelijk onderwijs. Het gaat over je houding ten opzichte van de ander, over hoe je omgaat met elkaar.’

Hoop

‘Kerst 2020 wilden we klassikale vieringen houden vanuit dit nieuwe denken over christelijke identiteit. Het thema was ‘Hoop’ met als uitgangspunt verhalen uit eigen bron. Elke docent kon vanuit haar of zijn eigen beleving een passend verhaal als bron kiezen. Er was geen ‘verplicht verhaal’, dus iedereen moest zich kwetsbaar durven opstellen met een eigen gekozen verhaal. Kinderen gingen met elkaar de dialoog aan over kunstwerken. Welk plaatje verbeeldde ‘hoop’ en waarom? Er waren ook rituelen, omdat het voor kinderen soms moeilijk is dingen te verwoorden. Corona gooide roet in het eten. De scholen moesten plots dicht. We konden nog maar een aantal vieringen organiseren. Die waren echter wel heel geslaagd.’

Vergeving

‘Ik hoop echt dat we kloven kunnen dichten. Niet door het wegredeneren van discriminatie of uitsluiting, maar door empathie te leren hebben en door anderen en hun overtuigingen te willen begrijpen. Dan groei je ook in je eigen zingeving. Zo ben ik me gaan afvragen wat ik kan doen met het woord ‘vergeving’. Op school heb je regels, kansen en straffen, maar ‘vergeven’ gebruiken we niet vaak. In Utrecht heb ik wel eens leerlingen verwijderd van school. Dat is voor het kind en zijn ouders zwaar, maar ook voor rest van de groep. Je zegt dan toch: je hoort er niet onvoorwaardelijk bij. Is het mogelijk om hier ‘vergeving’ te overwegen? Christelijk onderwijs betekent toch ook een veilig pedagogisch klimaat. Hoe veilig kunnen kinderen zich voelen als ze alleen voorwaardelijk erbij horen? Het is een vraag die me sinds mijn werk in Utrecht niet meer verlaten heeft.’

Coronakloof

‘Corona laat zien hoe groot de verschillen in achtergrond zijn tussen de kinderen. We halen in de lockdown steeds meer kinderen met zorgen weer naar school. De een wordt neerslachtig, de ander juist opstandig. Sommige leerlingen worden apathisch als ze uitsluitend digitaal contact met anderen hebben. En ouders maken zich grote zorgen als ze niet weten hoe ze hiermee om moeten gaan. Het is daarom zo belangrijk dat al het onderwijs snel opengaat. En dan heb ik het niet alleen over leerachterstanden, maar vooral over geestelijk en fysiek welzijn van de kinderen. Ja, alle ouders willen hun kind zoveel mogelijk helpen in deze crisis, maar ik geef het je te doen als je de taal niet spreekt, als kinderen geen eigen werkplek hebben, als er geldzorgen zijn of allerlei andere problemen. De kansenongelijkheid wordt door corona enorm versterkt.’

Kluif

‘De komende tijd moeten we op school tot een herformulering komen van onze christelijke identiteit. Het moet een krachtig en duidelijk verhaal worden, waarin we medewerkers, ouders en leerlingen mee kunnen nemen, waardoor mensen geïnspireerd worden. En dan is er nog het aannamebeleid. Kun je meewerken aan de identiteit van een school zonder dat het je eigen religieuze identiteit is? Mijn moslimvrienden zeggen: ik zou dat kunnen en graag willen doen op jouw school. Maar bij sommige collega’s en ouders ligt dat ingewikkeld. Kortom, het wordt nog een hele kluif om de juiste bruggen te slaan, maar het wordt ook iets heel moois als ons dat lukt. Ik heb inmiddels geleerd dat er in Gouda veel vertrouwen is, dus ik geloof dat we met goede gesprekken en door jezelf kwetsbaar op te durven stellen er uit gaan komen.’

Ineke Ludikhuize
redactie AdRem, lid van de Geertekerk in Utrecht

Zie ook