De balans in de natuur is fascinerend

De balans in de natuur is fascinerend

Afbeelding: Robbin van Nuil en Roos Vonk

Lucas Folmer (2001) studeert biologie in Wageningen. Geertrui Meinema daagt hem uit na te denken over schoonheid. Hij bubbelt van (voor)beelden, die de schoonheid en de rauwe randjes van de natuur voor hem verbeelden.

Waarom ben je biologie gaan studeren?

‘Ik ben biologie gaan studeren, omdat het een brede opleiding is, waarin ik me kon verdiepen in het menselijk lichaam, planten, dieren, ecologie, klimaat, hormonen en celbiologie. Inmiddels weet ik wat me daar zo in aanspreekt: de verbinding, verbanden, het systeem, ecologie nog het meest.

Biologie is eigenlijk de theorie achter de natuur. Terwijl natuur alles is, wat je buiten tegenkomt, laten we zeggen met uitzondering van wat de mens aan stenen bouwsels gemaakt heeft. De schoonheid van de natuur zit hem voor mij al in het contrast met het ‘normale’. Natuur geeft me een gevoel van vrijheid en geeft me beelden van onze oorsprong. De biologie is de theorie erachter en gaat over waarom, wat, waar en hoe (niet) groeit. Het is natuurlijk leuk om buiten te zijn en plantenfamilies te herkennen. De biologie geeft ingang om te herkennen welke soort het is en dan te kunnen uitpluizen: waardoor doet die soort het op die plek zo? Zo versterkt de biologie mijn waardering voor de natuur.’

Wat vind je het mooist aan de natuur?

‘De lente! Wat ik mooi vind aan de lente is zeker dat alles weer op komt en weer uit de aarde tevoorschijn komt. Het is een soort nieuw begin. Planten beschermen zichzelf eerst tegen de strenge winter, maar als de omstandigheden beter worden dan gaan ze plotseling bloeien en groeien. De snelste groei van planten en ook het jongen krijgen van veel dieren is voornamelijk in de lente. Na de lente heb je een lange periode waarin planten voedingsstoffen verzamelen en opslaan om de volgende winter te overleven en zaden te kunnen maken. Die zaden geven weer nieuw leven aan de natuur en houden die jong.’

Heeft ecologie schoonheid?

‘Ja, we pluizen steeds verder uit hoe aspecten met elkaar samenhangen. Nu doe ik veldwerk om te ontdekken welke kevers en torren van zowel dag- als nacht-actieve soorten afkomen op kunstlicht. Dat stukje kennis is op zich nog niet zo spannend, maar wel als je de biodiversiteit wilt stimuleren om zo roofvogels meer kans te geven. Want dat kunstlicht komt met name langs wegen voor. Als vogels daar komen foerageren levert dat risico’s voor hen op in de ontmoeting met de alom aanwezige mens.
Zo ook de eikenprocessierups. Onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat zij hun eitjes bij bepaalde temperaturen leggen. De rupsen komen dan zoveel weken later tevoorschijn. De koolmezen voeden hun jongen het liefste met deze rupsen. Maar zij legden van oudsher hun eieren iets later. Op den duur zou de natuur, zouden de koolmezen zich kunnen aanpassen: de koolmezen die het vroegste aan hun nesten beginnen maken de meeste kans op succes en dus op overleven, maar wat bepaalt dan wanneer zij aan nesten en eieren leggen beginnen? Dat ligt niet alleen aan het moment waarop de rupsen uitkomen. Kan evolutie snel genoeg voortschrijden ten opzichte van de klimaatveranderingen?’

Zullen we het systeem ooit helemaal kennen en kunnen beheersen?

‘Als we het systeem helemaal zouden beheersen, ontstaat er wel een soort angstaanjagende schoonheid. Misschien is het al mooi als we het systeem zo goed kunnen kennen, dat ongerepte natuur zichzelf in stand kan houden. Op dit moment zijn we als mensen met teveel. De keuze gaat tussen meer landbouw versus meer vrije natuur. Terugkeren naar het leven in de oertijd kunnen we niet. Het zou een heel ruwe manier van leven zijn. Onze natuur als mens is om samen te werken om het leven aangenamer te maken. Onze kennis van ecologie moet ook samenwerking met de vrije natuur mogelijk maken. Daar waar wij teveel ruimte innemen/invloed hebben, kan kennis van het ecologisch systeem helpen om die invloed te beperken.
Het grappige is, dat we daarbij ook de mens als deel van het ecologisch systeem soms een beetje belazeren. Een mooi voorbeeld is de terugkeer van de otter. Otters spreken ons aan, het is bij wijze van spreken een aaibaar dier. Om zijn terugkeer in bepaalde gebieden te stimuleren zijn allerlei maatregelen genomen. Die maken mogelijk, dat bepaalde planten er weer gaan groeien, die bepaalde insecten aantrekken, waar (water)dieren als kikkers  en padden op afkomen. En die laatste vormen voedsel voor de otters. Als we begonnen waren met: we willen graag meer muggen in de natuur rondom een dorp of stad, had de mens daar vast niet zo warm voorgelopen. Maar door de otter als boegbeeld neer te zetten is het hele systeem verrijkt.

Dat speelt op een andere manier met herten: daarvan zijn er veel te veel in Nederland. Als we niks doen, verhongeren ze. Er zijn echter zoveel herten, dat bossen verschralen. Alle jonge boompjes worden door de herten opgegeten. Dat lijkt niet meteen een probleem, totdat er een storm komt, die veel bomen om doet vallen. Als er dan geen jonge boompjes zijn, die snel hun plek innemen, wordt het hele ecosysteem van het bos bedreigd: bomen, planten, insecten, kleine diertjes en uiteindelijk ook de herten. We schieten jaarlijks ongeveer een-derde deel van de hertenpopulatie af en nog verschralen de bossen, waar zij leven. Maar wij mensen vinden het snel zielig om herten af te schieten. Soms terecht: in sommige gebieden hebben we ze zelf geïntroduceerd; dat schept ook verantwoordelijkheid om te zorgen voor een langdurig houdbare kans op overleven. Een andere oplossing is om een natuurlijke vijand te introduceren voor de herten: de wolf. Maar dat vindt de mens eng. En boeren vinden het lastig als wolven hun schapen aanvallen. En terecht! Op dit punt hebben we het systeem nog niet goed in balans.

In Nederland is er geen ongerepte of wilde natuur meer. We hebben dus een grote verantwoordelijkheid om met kennis van het ecologisch systeem naar balans te blijven zoeken.

Geertrui Meinema-Linders
redactie AdRem

 

Zie ook

In Memoriam Geert Jan Bierenga
30 september 2021

In Memoriam Geert Jan Bierenga

Op 7 augustus kwam er een einde aan het veelzijdige leven van Geert Jan Bierenga (geb. 1933). Hij heeft de Remonstrantse Broederschap op vele wijzen gediend o.a. als gemeentepredikant, als redactielid van het Remonstrants Weekblad en als lid van de CoZa… Lees verder

Voorzichtige stappen tot samenwerking tussen gemeenten
22 februari 2021

Voorzichtige stappen tot samenwerking tussen gemeenten

Op het moment van schrijven van dit proza heb ik deze Adrem natuurlijk nog niet gelezen. Ik denk dat ik het moeilijk zou vinden om vandaag een profeet te herkennen. En dat terwijl het wemelt van de valse profeten… Lees verder