Dat viel best mee
Foto: Pim Mul

Dat viel best mee

Naar aanleiding van het onderzoek over seksisme in de kerk door Alien Boele, zie het interview met haar elders in dit blad, was de redactie nieuwsgierig naar de ervaringen van de oudste generatie vrouwelijke predikanten binnen onze kerkgenootschap. Tjaard Barnard sprak met ds. Annegien de Jonge (90).

‘Ik kom uit Hoogeveen. Ik ben gedoopt door ds. S.H. Spanjaard. Maar na hem hebben er in mijn tijd alleen vrouwelijke predikanten in Hoogeveen gestaan. Voor mij was het dus helemaal niet bijzonder! Ik ben een oorlogskind. Mijn vader heeft in de oorlog in Kamp Amersfoort en Buchenwald gezeten. Daardoor ben ik altijd al met grote vragen bezig geweest. Ik wilde weten waar het kwaad vandaan kwam’, zegt Annegien lachend, ‘daarom ben ik theologie gaan studeren. Dat was nog best lastig want ik had HBS-B gedaan en moest nog staatsexamen Grieks en Latijn doen. Ik leerde die talen bij de rector van het gymnasium in Groningen.’

Leiden
‘Toen ik in 1953 naar Leiden kwam, was daar professor Sirks hoogleraar van het Seminarium. Hij had geen enkele moeite met vrouwelijke studenten, hoewel hij bij de eerste kennismaking vroeg of ik niet liever maatschappelijk werkster zou willen worden. Maar ik wilde dominee worden! Hij was een geweldige leermeester. Zijn opvolger Hoenderdaal zou nog klagen over de kliek die de ‘Sirksianen’ later zouden vormen binnen het Convent! Ook als hoogleraar was hij een groot pastor. Na afloop van een seminariumavond vroeg hij me nog even te blijven. Wat is er toch met die en die? Hij had gezien dat ze niet goed in haar vel zat. Ik kon hem geruststellen. Het had niets met de studie te maken. Het was liefdesverdriet. Maar ik vond het wel bijzonder dat het hem opgevallen was!’

Het bankje
‘Toch was het zo dat in die jaren niet alle vrouwelijke studenten werden toegelaten. Er was een vergelijkend examen. Alleen de beste dames mochten meedoen. Wekelijks kwamen we bij de hoogleraar thuis voor onze seminariumavonden. Daar waren vaste gebruiken. Hoe langer je studeerde, hoe mooier de plek waar je zat. Alleen de dames begonnen op het bankje. De heren hadden direct al een eigen fauteuil. En het was ook gebruikelijk dat de dames voor de thee zorgden in de pauze. Maar goed, dat vond je niet gek, dat was overal zo! Toen een van de seminaristen ‘moest trouwen’ was dat nog aanleiding voor hem om van het seminarium te vertrekken. Eigenlijk vonden we het onzin, maar niemand stond op om te zeggen dat het anders moest’.

Gouda
‘Aan het einde van mijn studietijd ging ik catechisatie geven in Gouda. Dat ging zo leuk, dat de catechisanten een brief stuurden dat ze mij wilden hebben, toen ds. Pel van Lent vertrok. Van te voren had de kerkenraad gezegd geen proponent (net afgestudeerde student aan het seminarium) of vrouw te willen hebben, maar toch beriepen ze mij in 1961! Ik ben mijn hele werkzame leven in Gouda gebleven, zeker toen het mij lukte om ook doopsgezinden en vrijzinnige hervormden in de gemeente te betrekken, die later de Federatie werd. Daarnaast was ik ook predikant in de gemeente in Schoonhoven en heb ook nog een paar jaar Waddinxveen erbij gedaan. Natuurlijk, in de kerken om ons heen waren er nog geen vrouwelijke predikanten. Wanneer ik een orthodoxe collega tegenkwam die mij wat neerbuigend begroette met ‘juffrouw’, kon ik zo iemand graag pesten door te zeggen: ‘dag collega!’ Ik herinner me dat een collega eens klaagde wat voor werk het was om preken te maken, waarop ik antwoordde: ‘ik weet het, ik schrijf ze ook!’ Binnen de gemeente werd ik gewoon aanvaard als predikant. In Schoonhoven had ik al heel wat vrouwelijke voorgangers gehad.’

Niet netjes
‘Toen het een keertje erg warm was in de zomer kreeg ik wel commentaar van een van de dames uit de kerk, juffrouw Vogel, de secretaris van de kerkenraad in Schoonhoven, want ik had besloten geen kousen aan te doen. Dat zien ze toch niet, alleen even op het trapje naar de kansel. ‘Dat staat niet netjes!’ Of ik anders behandeld werd als vrouw? Ik kreeg weleens complimenten over mijn kleding. En een begrafenisondernemer maakte eens de opmerking: ‘wat was u toch een knappe vrouw’. Ik trok me er weinig van aan. Bij begrafenissen ging ik altijd heel klassiek, in het zwart, gekleed. In het begin zelfs met een hoedje. Later heb ik een jongere collega – die het geweldig doet! – er wel eens op gewezen dat ze misschien iets formelers zou kunnen dragen. Gewoon omdat het bij je rol past. We keken elkaar vrolijk aan bij de volgende uitvaart.’

Eindelijk op de kansel in de St. Jan
‘Als vrouw had ik het voordeel dat vrouwen gemakkelijker met mij spraken over moeilijke onderwerpen zoals incest. Als vrijwilligerswerk ben ik ook nog een tijd gezinsvoogdes geweest bij Pro Juventute. Overigens vergaderde ik het liefste met mannen. Dan werd kort, zakelijk besloten wat er ging gebeuren: ‘we doen het zo, klaar!’ Met vrouwen was het na afloop altijd nog een heel gedoe, rondbellen en vragen: ‘wat vind je ervan, dat vind ik ook wel, maar toch…’

Het was een soort persoonlijke overwinning toen ik als vrouw, tijdens een vijf mei-herdenking, eens op de kansel stond van de Sint Jan in Gouda. Die gemeente was en is Gereformeerde Bonds, dus vrouwen mochten daar niet voorgaan. Maar eigenlijk vind ik dat ik weinig problemen heb meegemaakt. Ik ben gewoon aan het werk gegaan en ik heb mijn werk met plezier gedaan!’

Tjaard Barnard
redactie Adrem

Zie ook