Niet lang geleden reed ik mee met iemand die ik niet kende. En die mij ook niet kende. En daar gaat het nu even om. Want hij kende wel mijn functie, mijn rol, hoe noem je het. Ik zat daar in die volgwagen namelijk naast hem als ‘de dominee’.
Afijn, we krijgen geen voorrang. De grote wagen die er aan komt remt niet af, stopt niet, maar rijdt gewoon heel hard door. Wanneer degene naast me niet op de rem had getrapt, had de wereld het misschien met een dominee minder moeten stellen. (Is dat erg?)
Ik schrik me helemaal rot (je schrikt nu eenmaal harder wanneer je zelf niet achter het stuur zit) en produceer een bijzonder oprechte, hartgrondige vloek. Om te besluiten met ‘En het is nog een Duitser ook..! In zo’n Duitse K-camper!’.
Tja. Wat ik niet wist was dat mijn chauffeur gelovig is. En van een ander soort geloof dan ik. Dat werd een interessant vervolg van onze rit. Hoe ik als dominee in hemelsnaam zo kon vloeken. En wat mijn God daar wel niet van zou vinden.
Dat heb maar even in het midden gelaten. We hadden nog iets anders te doen, een uitvaart. Maar ik dacht wel, binnenkort maar eens over preken! Want het is een reuze interessante vraag: Wat zou mijn God wel niet van denken van mijn gevloek?
Nou, in mijn geloof, ons remonstrants geloof, is dat vrij eenvoudig. Het kan mijn God het waarschijnlijk geen moer schelen wat ik allemaal uitkraam. Sterker, ik vermoed dat mijn God zich een hoedje lacht wanneer ik zo hard zit te vloeken.
Ik zie voor me dat mijn God zijn wijze hoofd schudt. Dat ‘ie denkt: Och och och… Dat die jongen toch zo schrikt van zo’n monsterlijke Hymer. Van een Duitser die doorrijdt omdat ‘ie niet begrijpt dat ‘ie in Nederland moet stoppen voor een begrafenisstoet.
En ik vermoed dat mijn God dan met mij te doen heeft en denkt: Dat ‘ie mijn naam dan ijdel gebruikt, het is me toch wat! Hij zou mij wat innerlijke rust toewensen, en misschien zelfs overwegen: Wat is ‘ie toch nerveus. Wat is er niet goed gegaan?
Om dan te bedenken: Ik kan echt niet alles regelen hoor. Er is ook zoiets als eigen verantwoordelijkheid. Om dan in de lach te schieten over alle menselijke onmacht – en zich extra te verheugen op zijn wekelijkse gesprek met de minister-president.
André Meiresonne, Dominee voor de Ongelovigen
Het kerstverhaal. Een meisje staat in de keuken en schrikt zich een hoedje: ze krijgt een engel op bezoek, Gabriël heet ie. Het zal je maar gebeuren! ‘Hai! Je hoeft niet bang te zijn hoor!’ Hij blijkt een boodschap te hebben: Maria zal binnenkort zwanger zijn. Oeps!.. Lees verder
Het was 1994, het laatste jaar van mijn studie. In die tijd moest je een korte klinisch pastorale vorming doen. Drie weken gesprekken voeren in een ziekenhuis met patiënten en.. Lees verder