Geloof in woorden

Geloof in woorden

Toen ik voor het eerst de nieuwe remonstrantse geloofsbelijdenis las, zat ik in het derde jaar van mijn bachelor Theologie. Ik studeerde aan de Evangelische Theologische Faculteit, maar gaandeweg de opleiding voelde ik me steeds minder senang bij de evangelische theologie. De nadruk op persoonlijke keuze en beleving waardeer ik bij evangelicalen. Toch ging de nogal eenduidige en kritiekloze visie op de bijbel en de stelligheid in geloofsopvattingen me meer en meer tegenstaan. Ik was daarom aan het einde van mijn bachelor zoekende naar andere vormen van geloven en theologiseren, die beter bij me zouden passen. Juist in die fase stuitte ik op de remonstrantse geloofsbelijdenis en ik was meteen getroffen door deze tekst.

Met name de eerste regels van de belijdenis spraken en spreken me nog steeds aan. Het begint niet met een of andere almachtige godheid, maar bij menselijke gevoelens van verwondering, bescheidenheid en saamhorigheid. Dat maakt de inzet heel aards en kwetsbaar. Tegelijkertijd loopt de belijdenis niet in de valkuil van een bekrompen antropocentrisme. Vooral de frase van verbondenheid met al wat leeft voorkomt dat. De mens maakt deel uit van een groter, levend verband. Al zou die aandacht voor het bredere ecosysteem wat mij betreft ook doorgetrokken mogen worden in de passages over de Geest, Jezus en God. Want de verwondering, waar het begin over spreekt, vind ik bij uitstek in de natuur: in het ritme van de seizoenen, in het komen en gaan van de golven, in een knalrode ondergaande zon. Daarin komt het goddelijke voor mij rakelings nabij.

In mijn gemeente in Alkmaar merk ik hoezeer de geloofsbelijdenis uit 2006 nog steeds weet te inspireren. Nu is twintig jaar voor een belijdenis natuurlijk ook piepjong, maar eigentijdse taal veroudert nu eenmaal snel. Toch blijkt dat in de praktijk alleszins mee te vallen. Vorig jaar zijn we een werkgroep gestart om ons te bezinnen op de toekomst van onze kerk en tot nu toe heeft de geloofsbelijdenis ons daar bijzonder bij geholpen. We bezinnen ons namelijk niet alleen op de praktische kwesties, maar vooral op de vraag: waar staan we voor en hoe willen we kerk zijn in onze buurt en samenleving? In het bijzonder werden we daarbij geraakt door het woord wakkerheid, dat in deze tijd ineens weer bijzonder actueel is. Het staat voor opmerkzaamheid, aandacht voor onrecht en de moed om soms tegendraads te zijn.

Tot slot wil ik nog kort ingaan op de vraag naar de houdbaarheidsdatum van de huidige belijdenis. De voorlopigheid en veranderlijkheid van geloofsformuleringen ligt immers diep verankerd in onze traditie. Als ooit weer een nieuwe belijdenis wordt opgesteld, zou ik voorstellen de vorm eens volledig te herzien. Een webstructuur, een verhaal of andere experimentele vormen zouden verrassende mogelijkheden kunnen bieden. Tegelijkertijd zie ik op dit moment inhoudelijk weinig aanleiding om een nieuwe belijdenis op te stellen. Alhoewel: wie daarmee wacht tot de huidige sleets of achterhaald voelt, is naar mijn idee al te laat.

Klaas Douwes
Predikant bij de Remonstrantse Gemeente Alkmaar

Zie ook

Kerstkind in huis?
23 december 2020

Kerstkind in huis?

Mijn zoon en schoondochter komen thuis na drie jaar New York. Vanwege corona hebben we elkaar een jaar uitsluitend digitaal gezien en gesproken. Zij hebben acht maanden thuis gezeten. Er kwam geen bezoek.. Lees verder

Het gezicht van Martijn Vis
4 juni 2020

Het gezicht van Martijn Vis

Martijn Vis (1972) is een man met een missie, dat zult u zo wel merken. Hij is rozenkweker in Burgerveen, net onder Aalsmeer, en benadert de coronacrisis (waardoor hij toch vijftig procent van zijn omzet misloopt) laconiek. Al sinds zijn kinderjaren gaat hij naar de remonstrantse kerk in Oude Wetering… Lees verder