Waarom veranderen meestal niet lukt

Waarom veranderen meestal niet lukt

Illustratie Marjorie Specht

Zijn uw goede voornemens voor het nieuwe jaar ondertussen al verdampt? Val uzelf niet te zwaar hoor, want als veranderen niet lukt dan zijn daar allerlei biologische en psychologische redenen voor, schrijft Rachel Adriaanse.

Het is nieuwjaarsdag en we doen ons tegoed aan de overgebleven oliebollen. Vanaf morgen weer gezond eten, neem ik me voor. En méér bewegen. Ik ben bepaald niet origineel, zo’n tachtig procent van de Nederlanders maakt goede voornemens voor het nieuwe jaar.  Afvallen, meer sporten en stoppen met roken prijken bovenaan in de top 10 van goede voornemens. Grote kans dus dat u het nieuwe jaar eveneens met goede voornemens bent begonnen. Misschien nam u zich wel voor om minder te vliegen. Of om vaker te bellen met uw schoonmoeder. Laat ik u meteen uit de droom helpen. De meeste goede voornemens sneuvelen al binnen twee weken. Na een jaar is er tussen de tien en twintig procent kans dat u er nog mee bezig bent. Meer dan tachtig procent van de mensen is niet in staat om een gedragsverandering vol te houden. En dit geldt niet alleen voor goede voornemens rond de jaarwisseling, maar voor elke gewenste gedragsverandering. Het grote aantal zelfhulpboeken, leefstijlprogramma’s en hardwerkende psychologen ten spijt!

Automatische piloot

Martin Appelo, gezondheidszorgpsycholoog en gedragstherapeut, doet een nuchter en boeiend boekje open over de zin en onzin van goede voornemens. In Waarom veranderen (meestal) mislukt schrijft hij hoe ons gelaagde brein ervoor zorgt dat we vaak blijven doorgaan met ongezonde gewoontes. Grofweg kun je stellen dat ons brein uit drie lagen bestaat. De onderste laag wordt gevormd door de hersenstam en het ruggenmerg. Dit deel wordt ook wel het reptielenbrein genoemd. Het is de oudste laag, die we delen met vrijwel alle andere diersoorten. Het regelt zaken die nodig zijn om in leven te blijven, zoals onze ademhaling, hartslag en lichaamstemperatuur. Dit reptielenbrein is ook betrokken bij gewoontegedrag, gedrag dat zo vaak is herhaald dat iemand er niet meer over hoeft na te denken. Je doet het op je ruggenmerg, zoals fietsen, nagelbijten, snacken tijdens het tv-kijken.


De middelste laag heet het limbische systeem en wordt ook wel het zoogdierbrein genoemd. Het reguleert onze emoties en laat zich vooral leiden door beloning en straf. Als iets lekker is of goed voelt, wil het limbische systeem ermee doorgaan, ongeacht of dit gezond of ongezond, verstandig of onverstandig is. Zoet en vet eten bijvoorbeeld, daar is dat zoogdierbrein van ons dol op. Net als het reptielenbrein heeft het zoogdierbrein geen taal en kan het niet denken. Het werkt dus onbewust, automatisch en sneller dan de neocortex, de derde laag. Die neocortex bevat het vermogen tot taal en denken en stuurt ons gedrag aan op basis van onze opvattingen of bewuste bedoelingen. In het dagelijks leven werken de drie lagen zo goed mogelijk samen. Maar de onderste lagen hebben meer invloed dan de neocortex. Veel van ons gedrag gebeurt op de automatische piloot en dat is ook maar goed ook, want anders zouden we veel te veel tijd en energie kwijt zijn met de alledaagse taken en beslissingen. Onze neocortex is eigenlijk behoorlijk lui en komt pas in actie als het echt nodig is: wanneer er dingen dreigen mis te gaan. Alleen bij onverwachte en bijzondere gebeurtenissen gaat het licht in de neocortex echt even aan, aldus Appelo. De dierlijke lagen in ons brein zijn sterk geneigd om terug te vallen in oude patronen en zijn gericht op directe behoeftenbevrediging. De neocortex heeft, als we even niet opletten, het nakijken.

Denkfouten

Naast de biologie zijn er ook psychische en sociale factoren die onze veranderingsbereidheid de das omdoen. Ziektewinst is er één van. Daarnaast houden we onszelf voortdurend voor de gek met een aantal klassieke denkfouten (mindfucks in de woorden van Appelo) waarmee onze neocortex ons gedrag als het ware goedpraat. Wensdenken is zo’n denkfout; de werkelijkheid vooral simpel en in je eigen voordeel uitleggen. De politiek maakt er op grote schaal gebruik van. Een andere veelgemaakte denkfout is om de oorzaak van problemen buiten jezelf leggen. In het Engels heet dit de self serving bias. Mensen leggen de oorzaak van fouten het liefst buiten zichzelf en schrijven positieve zaken juist aan zichzelf toe. We overschatten onszelf doorgaans. Ook in relaties wordt de oorzaak van problemen vaak bij de ander gezocht. De winst van deze strategie is, dat je je goed over jezelf kunt blijven voelen. Het nadeel is dat je niet verandert en passief blijft wachten tot de buitenwereld verandert; je partner of de politiek. Er zijn heel veel verschillende denkfouten, ook wel cognitieve illusies genoemd, waarmee de neocortex zichzelf een rad voor ogen draait. Wie daar meer van wil weten, kan ook bij Daniel Kahneman terecht in Ons feilbare denken.

Daarnaast is er ook nog de invloed van sociale druk. Groepsdruk kan maken dat onze neocortex volledig buitenspel gezet wordt. De geschiedenis staat bol van de voorbeelden. Oorlogen die mensen tot gruweldaden brengen. Zinloos geweld tijdens de nieuwjaarsnacht. Onder invloed van sociale druk vervagen onze normen en waarden en worden we geleefd. Sociale druk kan ons tot veranderingen aanzetten, maar kan ons er ook van weerhouden om te veranderen.  Iedereen vliegt toch? Ik kan toch ook niet in mijn eentje het klimaat redden? De neocortex kletst zich er wel weer uit, zodat ik geen extra inspanning hoef te doen en niet buiten de groep val.

Nieuwe gewoontes

Is gedragsverandering dan een illusie? Natuurlijk niet, gedrag kan wel degelijk veranderen, al is het eerder uitzondering dan regel. Mensen zijn in principe geneigd om door te gaan met hun gewoontes. We zeggen het één maar doen het ander. Vervolgens maken we er een verhaal bij waarmee we ons gedrag goedpraten. Maar toch, veranderen kan wel. Het heeft kans van slagen wanneer we de drie lagen van ons brein goed laten samenwerken, in harmonie brengen met elkaar. Dat betekent: nieuwe gewoontes ontwikkelen, die goed voelen in het kader van een vooropgesteld doel. Appelo is daar overigens nogal cynisch over, al zou hij het zelf realistisch noemen.

Misschien bent u al afgehaakt door dit sombere betoog. Of denkt u dat dit niet voor u geldt, omdat u hoogopgeleid, verstandig of gelovig bent. Of alles tegelijk. Toch kan ik u aanraden om het boekje van Appelo eens te lezen. Het relativeert onze hooggestemde idealen en maakt inzichtelijk waarom veranderen zo moeilijk is. Maar de bijbel dan, dat is toch bij uitstek een boek dat over veranderen gaat? Is ons geloof niet juist een opdracht om onszelf en de wereld te veranderen en te verbeteren? Is ons denken en geloven niet juist het fundament van de hoop dat dit mogelijk is?  Appelo is er stellig over: hij ziet het geloof als een slimme neocorticale uitvinding om te kunnen volhouden dat de mens de kroon van de schepping is. Een grootse en narcistische denkfout eigenlijk. Juist hier denk ik dat Appelo zich vergaloppeert. Want juist het geloof, met zijn oeroude verhalen, gewoontes en rituelen, past goed bij onze oude breinlagen. Juist het geloof, met zijn opdracht tot naastenliefde en gerechtigheid, behelst dat ethische kader dat nodig is om boven onze biologie uit te stijgen. Ik denk dat onze geloofstraditie een enorme potentie heeft om de drie lagen van ons brein in goede harmonie te laten samenwerken. In dat opzicht heeft het christendom, maar ik denk ook elke grote spirituele traditie, onszelf en de wereld veel te bieden. Niet om de wereld te veranderen, maar om gericht te blijven op het goede en het kwetsbare en ons daarbij goed te voelen.

 Rachel Adriaanse

Bronnen:
Martin Appelo, Waarom veranderen meestal mislukt, Boom 2019
Daniel Kahneman, Ons feilbare denken, (Thinking, Fast and Slow), Business Contact Amsterdam 2011

Zie ook

Allemaal angst
29 januari 2020

Allemaal angst

Waar kan een mens allemaal bang voor zijn? Robert Long zong er een prachtig lied over op zijn eerste solo-album uit 1974… Lees verder

Het gezicht van Marjorie Specht
22 december 2021

Het gezicht van Marjorie Specht

‘Ik ben beter met beelden, dan met woorden hoor’, waarschuwt Marjorie Specht (1969). Al elf jaar is ze de onvolprezen vormgever van AdRem. Dat dat overigens reuze meevalt, leest u in dit portret waarin ze met Michel Peters over haar leven en haar vak praat… Lees verder