
Hoe kijk je aan tegen de remonstrantse belijdenis van 2006? Zie je het zitten om zelf ook een belijdenis te schrijven? Onder leiding van hun predikant Leonie van Staveren spraken de jonge remonstranten Marjolein Burgers, Arend van Baarsen, Joost Stolk, Floris de Vries, Sascha Laoh, Irina Angyal, Rachel Wardenaar en Harm Bult in een zoomgesprek over deze vragen. Michel Peters nam ook deel en maakte er onderstaande weergave van.
Aan het begin van de bijeenkomst wordt de belijdenis van 2006 voorgelezen. Iedereen waardeert de tekst als vernieuwend en vrijzinnig. ‘Het mooie is dat er ruimte is voor meerdere perspectieven over wie of wat God is’, zegt iemand. ‘De tekst is geen gebiedende wijs, maar geeft aan dat ik kan me laten voeden door iets goddelijks’. ‘Mooi dat de geest zo’n centrale plek inneemt’, zegt iemand anders. ‘Het geeft aan dat de Remonstranten een vrije geloofsgemeenschap zijn van mensen die zich laten leiden door de kleinste gemene deler: geest, overgave en bezieling. Het is een inspiratietekst die gelukkig geen verplichtende waarde heeft’. De verwondering is voor velen belangrijk. Die ervaren zij in de schoonheid van bijzondere dingen, in een goed gesprek, in een blaadje in het zonlicht, in vogels, in samen lachen, liefde ervaren, gevoelens delen.
Toch wordt de tekst niet door iedereen omarmd. ‘Met het onderscheid tussen God en Jezus en de Heilige Drie-eenheid kan ik niet zo veel’, zegt iemand, ‘en over de notie van Gods Geest: waar zie ik die dan?’ En: ‘geloof uit zich voor mij tussen mensen, God is in die zin een stille kracht, ondoorgrondelijke liefde. Voor dat perspectief is in de belijdenis van 2006 geen ruimte’. Nog een krachtig tegengeluid komt van een deelnemer die zeer oncomfortabel is bij het laatste stuk van de belijdenis: ‘wat moet ik met het beeld van Jezus die opgestaan is en voor onze zonden gestorven?’
Welke rol speelt de tekst in jullie leven en wat inspireert jullie, vraagt Leonie. Irina is daarover het meest uitgesproken. Zij heeft in 2013 dan ook al een persoonlijke belijdenis geschreven op basis van de belijdenis van 2006, met name van het eerste deel. Zij geeft aan: ‘vaste rituelen als bidden of uit de bijbel lezen zijn niet makkelijk in te slijpen in mijn dagelijkse ritueel. Maar mijn geloof en vertrouwen in iets dat groter is dan mijzelf, blijft wel bestaan. Ik vind het ook belangrijk om ondanks dat ik niet zeker weet wat of wie God is, wel blijf zoeken, me blijf verdiepen, me open stel om geraakt te worden door dat wat groter is dan mijzelf. Een tijdloze zoektocht, een werkwoord. Ik vond het belangrijk om mij, ondanks het gebrek aan zekerheid over hoe mijn God eruit ziet, hoe mijn geloof eruit ziet, wel te committeren aan de zoektocht, aan hoe God zou kunnen zijn. Hoe de verwondering in het dagelijks leven vorm krijgt. Dat ik onderdeel wil uitmaken van een gemeente die samen met mij wil zoeken naar woorden, naar vormen en rituelen die je leven kunnen ondersteunen zowel in de mooie momenten als in de moeilijke.’
Bijzonder is dat zij in haar persoonlijke belijdenistekst een passage uit de theatershow Na de pauze van Herman Finkers heeft opgenomen. Daarin verwoordt Finkers wat haar als mens drijft, wat haar raakt of wat haar innerlijke kern is. De tekst daarvan luidt:
Want het oog ziet niet wat op het netvlies valt,
Het oor hoort niet wat het trommelvlies doet trillen
Het ziet en hoort wat in het hart ligt.
Fijnzinnigheid is altijd waar, kwetsbaarheid is ook altijd waar.
Lompheid en wreedheid zijn een dagelijkse werkelijkheid,
Maar een werkelijkheid, nooit de waarheid.
En de werkelijkheid verdwijnt, de waarheid blijft.
Zou de belijdenis van 2006 eigenlijk niet in iedere dienst moeten worden uitgesproken als ritueel? ‘Nou, het heeft niet een eeuwigheidswaarde als het Onze Vader, daarvoor is het nog te jong en niet universeel geldig’, zegt iemand. Een ander: ‘de belijdenis is geen meetlat, maar een baken van inspiratie. Raar om het dan zo’n centrale plek in de liturgie te geven’. ‘Kan best hoor’, repliceert een ander, ‘je kunt aansluiten bij de woorden zonder ze meteen letterlijk te nemen. De belijdenis is een poëtische tekst, geen feitelijkheid.’

Bij de Remonstranten is er de mogelijkheid om persoonlijk belijdenis te doen. Voelen jullie daar wat voor? Wat is voorwaarde of de situatie dat je dat zou willen doen, vraagt Leonie. Rachel heeft in 2019 al persoonlijk belijdenis gedaan in de Lutherse kerk. Voor haar was de reden dankbaarheid aan God voor alles wat haar gegeven is en voor de fijne kerk waar ze terecht was gekomen. Ze is tegelijkertijd gedoopt en voelde daardoor een sterke band met de wereldkerk. ‘Ik was toen wel een stuk conservatiever dan nu’, geeft ze aan. ‘Achteraf had ik liever langer gewacht en voelde ik me toen een beetje onder druk gezet. Ik zou de tekst nu nooit meer zo opschrijven. Toen sprak ik nog over God de Heer. De laatste tijd ben ik veel gevoeliger voor vrouwelijke spiritualiteit en energie’.
Een jonge remonstrant meent dat, als christenen in een Drie-eenheid geloven, ze beter kunnen toegeven dat ze een polytheïstische godsdienst zijn. Bovendien voelt hij weerstand tegen belijdenis doen als dat als toegangsbewijs dient voor deelname aan het avondmaal.
Heel wat mensen hebben er moeite mee om hun vloeibare geloof te laten stollen in de vaste vorm van een belijdenistekst. ‘Mijn geloof kan morgen al weer anders zijn en dan zit ik met die vaste tekst die op papier staat’. Rachel herkent dat vloeibare zeker, maar zit er niet mee: ‘mijn belijdenistekst is een herinnering aan zoals ik toen geloofde, waarom zou ik die dierbaarste herinnering van mijn leven weggooien? Ik studeer om dominee te worden. De bevestiging in het ambt is voor mij een moment dat ik een nieuwe positie van belijden inneem’.
Leonie geeft aan dat de Remonstranten geen sacramentele kerk zijn en dat we daardoor geen doopleden hebben. De persoonlijke belijdenis is eigenlijk een bekentenis over hoe je jouw persoonlijk geloof gaat vormgeven en hoe je de gemeenschap waar je bij betrokken wordt daarmee gaat voeden. Veel voorzichtigheid dus bij de gesprekspartners over wat iedereen beschouwt als een kwetsbaar en persoonlijk onderwerp. Leonie neemt zich voor om de kou uit de lucht te halen: ‘Ik organiseer binnenkort een conceptbelijdenis-weekend, we gaan dan allemaal mooie conceptteksten schrijven over ons geloof, die misschien wel nooit definitief worden.’
Michel Peters

Annegien Ochtman leidde al vanaf 2006 huwelijken en uitvaarten in een seculiere context… Lees verder

Je hebt het vást in je agenda staan, woensdag 5 november: dankdag voor gewas en arbeid. In mijn jeugd was het een vanzelfsprekendheid… Lees verder