
De bijbel wijst al in Genesis 1 op het belang van rust. Na zes dagen van scheppingsarbeid schiep God een dag waarop Hij zijn werk kon aanschouwen. Die dag, de sabbat (van het Hebreeuwse shiva, zeven) is, zeker in het orthodoxe Jodendom nog altijd de meest heilige feestdag.
De orthodoxe rabbijn Lody van der Kamp (Enschede, 1948), inmiddels met emeritaat, vertelt Willem van Reijendam erover in een van die volmaakt sfeerloze eettentjes bij station Amsterdam Zuid, waar het volkomen veilig is om zijn honkbalpet af te doen en zijn kippa te tonen.
Het is nu donderdag, bijna sabbat… Hoe ziet die dag er voor u uit?
‘Sabbat begint een uur voor zonsondergang, maar niet later dan half negen. Dat is het moment dat ik naar de synagoge ga voor de vrijdagavonddienst. Als we thuiskomen is er onze sabbatsmaaltijd. Dat is een combinatie van eten en religieuze handelingen. Je begint met het zingen van lofliederen en je spreekt de heiliging van de sabbat uit aan het begin van de maaltijd over een beker wijn. Dan was je je handen en overgiet ze en spreek je een lofzegging uit over twee hele broden, de challes, ter herinnering aan de twaalf toonbroden in de tabernakel.
Tijdens het eten proberen we geen profane zaken te bespreken die bij de week horen, de sabbat wordt verder gekenmerkt door torahstudie. We hebben de wekelijkse aflevering, de parasha die we in de synagoge lezen, daar spreek je over bij de maaltijd en schoolgaande kinderen vertellen wat ze erover op school hebben geleerd. Onze kinderen zijn de deur uit, maar er zijn altijd mensen in de gemeenschap die alleen zijn en die proberen we uit te nodigen.’
En zaterdag?
‘Dan beginnen we met de synagogedienst, wat langer dan anders, zo’n twee en een half uur, van kwart voor negen tot even na elf. Dan worden de reguliere gebeden en de voorgeschreven parasha gelezen. Tijdens de dienst word je geacht niet te praten, maar na de dienst is er wat je in de kerk het koffiedrinken noemt.
Na de dienst naar huis en de volgende maaltijd, ook weer met een lofzegging, de challes en de herhaling van vorige avond. De rest van de middag brengen we door met een beetje slapen, rusten, torahstudie en familiebezoek. Vervolgens doen we de middagdienst en daarna weer naar huis voor de derde maaltijd, want we worden geacht drie maaltijden per sabbat te gebruiken.
Op het einde spreken we in de synagoge het avondgebed uit met een lofzegging en een zegen voor de komende week. Dan is er de lofzegging over een beker wijn, of specerijen, en de lofzegging over een kaars, want het licht is het eerste dat geschapen werd, namelijk op een zondag.’
Waar gaat het om, bij de sabbat?
‘Het belangrijkste is dat je de week helemaal achter je laat. Er is helemaal niets, het is stil, geen radio, televisie, telefoon. Al het werk dat is blijven liggen, blijft gewoon liggen en daar denk je ook niet aan.’
Is dat moeilijk?
‘Nee, daar groei je vanzelf in. Ik vergelijk het met een van mijn gemeenteleden, die kettingroker was, echt letterlijk de ene sigaret met de andere aanstak. Die stond altijd vlak voor de sabbat buiten zijn laatste sigaretje te roken en dan kwam hij binnen, legde zijn pakje in het kastje bij zijn stoel en pas op het einde van de sabbat, een kwartiertje voor het zover was, zag je dat hij nerveus werd. Als het was afgelopen liep hij meteen naar buiten om er eentje op te steken. maar daartussenin: helemaal niets. Je denkt ’s avonds niet aan wat je had moeten doen.’
Wat is het eerste wat u doet als de sabbat is afgelopen?
‘Ik luister naar het nieuws, maar werkzaamheden pak ik zaterdagavond niet op. Het is niet als met die roker dat ik gauw nog even iets ga doen, naar de Jumbo of zo.’
Wat betekent de sabbat voor u persoonlijk?
‘Het is een onmisbaar onderdeel van het hele Joodse bestaan. We eten koosjer, we hebben regels over de omgang tussen mensen onderling en we hebben de sabbat. Het is niet zo dat één van deze domeinen eruit springt als het belangrijkst, maar ze hebben allemaal een eigen betekenis. Voor ons is het een absoluut rustpunt in de week, iets wat de hele wereld niet meer kent. Er is inmiddels een hele generatie opgegroeid die niet weet wat een zondags pak is en wat een leeg parkeerterrein betekent. Die niet weet wat een gesloten winkel is. Dat concept van totale rust, geestelijke rust, dat is een wezenlijke ervaring.’
En wat betekent de sabbat voor de wereld?
‘Eén van de problemen van deze wereld is dat wij het concept van rust niet meer kennen. Het heeft plaatsgemaakt voor het concept van een maakbare wereld: als ik er niet ben gaat het niet goed, dus ik moet er altijd zijn. Het feit dat de zondagsrust is ingeleverd wegens economische motieven is een groot verlies voor de samenleving en ik heb daar binnen het CDA dan ook tegen geageerd. Ik herinner me het debat over STER-reclame op zondag en dat de fractie zei: we kunnen de revenuen niet missen voor de publieke omroep. Maar je levert veel meer in dan alleen de reclameopbrengsten, het is de essentie van het geloof.
Mensen hebben geen moment om geestelijk tot rust te komen. Dat gunnen ze zichzelf niet en daarom lees je nu ook veel over burn-outs.’

Iedereen kan dat zelf toch invullen? Mensen kunnen toch naar behoefte vrij nemen op zondag? U doet dat ook.
‘Ik kan dat doen omdat ik me verbonden weet met het jodendom, maar het werkt niet als mijnheer Jansen zegt: vandaag ga ik ook de zondag heiligen. De sabbat is iets collectiefs.
Alleen het jodendom schrijft die rust voor, maar het liberale jodendom dus ook niet, omdat er op een vrijzinnige manier met de wet wordt opgegaan. Die gaan op vrijdagavond of zaterdagochtend naar de synagoge en vieren daar een soort sabbat, maar verder eigenlijk niet. En dan is die dienst ook een moment in de week, maar de rest van de week is er niks.’
En wat betekent de sabbat theologisch gezien?
‘Het is een bevestiging van de schepping van de wereld. De schepping was compleet na de zesde dag. En als je die sabbat niet zou hebben dan word je niet aan de schepping herinnerd en bevestig je niet dat God de wereld in zeven dagen heeft geschapen, want ook de zevende dag was een scheppingsdag, toen heeft hij de rust geschapen als onderdeel van de schepping.
We zeggen daarom iedere keer bij het inwijdingsgebed voor de sabbat, bij de herinnering aan het handelen van de schepping, iedere keer die verwijzing. Dat betekent dus ook dat op het moment dat je de sabbat houdt, je moet refereren aan het moment dat de wereld compleet was, de mens was geschapen. Het is niet alleen een herinnering, aan, maar ook een beleving. Als je het niet verbindt met hoe is het nu dan is het niet een joodse manier van beleven.’

Bij Marcus zegt Jezus, als hij met zijn discipelen op sabbat door dat graanveld loopt en ze hun honger stillen met koren: de sabbat is er voor de mens en niet omgekeerd. Wat vindt u van die kijk?
‘Dat past helemaal in het beeld van het jodendom na Jezus zoals geschetst door Paulus, het is niet de wet. Als het lijden van Jezus de naleving van de wetgeving heeft overgenomen, dan kom je tot dergelijke uitspraken. Het is wel een sabbat met regelgeving. Als ik het licht aan- en uitdoe is het geen sabbat meer. Want de sabbat is niet iets wat wij mensen hebben uitgevonden, het komt uit de torah, dus dan kun je niet selectief omgaan met dit wel of dat niet. Je doet het helemaal en anders is het waardeloos. Dat is althans zoals wij, orthodoxen, het als waarheid ervaren. Alleen als er sprake is van mensenlevens is het een plicht om iets te doen wat anders op sabbat niet mag. Alleen dan. Als iemand gewond op straat ligt, moeten we de dokter of de ambulance bellen.’
Maar maakt het niet uit of het om een grote of kleine handeling gaat? Dat je een lichtknopje aandoet als iemand angstig in zijn bed ligt te schreeuwen?
‘Nee, tenzij dat leidt tot een levensgevaarlijke situatie die kan leiden tot de dood. En dan móet je handelen… niet een niet-joodse buurman vragen. Iedereen mag dat zelf bepalen maar je hebt wel kennis van de halacha nodig en dat heeft de goegemeente niet in huis, dus als het mogelijk is, moet je de rabbijn raadplegen.
En natuurlijk leven we in de 21e eeuw. Daarom verzet ik me tegen de karakterisering van het liberale Jodendom als progressief, alsof het orthodoxe Jodendom niet progressief is. De liberalen zijn heel goed in het bedenken van nieuwe rituelen, maar ze hebben ook honderden geboden afgeschaft, en daarmee de kern van het jodendom.
Wij gaan mee met onze tijd, alleen zonder het oude af te schaffen.’
Willem van Reijendam
De Amerikaanse rabbijn Abraham Heschel (1907-1972) karakteriseert in zijn klassieker The Sabbath (1951) deze rustdag als een paleis in de tijd. Dat wil zeggen, in tegenstelling tot een ruimtelijke gebouw onverwoestbaar en transporteerbaar. Dat is voor het verstrooide jodendom sinds de verwoesting van de Tempel essentieel.
Er is naast de spijswetten niets wat Joden wereldwijd zozeer verbindt als het gebod om de sabbat te heiligen, niet als een dag om even uit te puffen van een drukke week maar als onderdeel van Gods schepping en bijna de raison d’etre van de mens.
Hoe joden met dat gebod omgaan, hangt, net als de christelijke omgang met de zondagsrust, sterk af van hun denominatie. Liberale joden interpreteren de wet op hun eigen manier, de orthodoxe joden houden zich precies aan de begrenzing van de 39 melachot, scheppende activiteiten die je nodig hebt om een tempel te bouwen, van het bakken van brood, het aansteken van vuur (dus ook het bedienen van een schakelaar) tot het transporteren van een voorwerp. Precies dat scheppen moet je nalaten, staat in de uitleg van de torah, want dat deed God ook.
Lody van der Kamp (Enschede, 1948) was onder meer rabbijn in Londen, Den Haag en Amsterdam. Hij woont al decennia in Amsterdam, waar hij ook directeur was van de Joodse school Cheider, wrang genoeg vooral bekend van de aanslag op die school, afgelopen maart. Hij is politiek actief geweest voor het CDA in Amsterdam, publiceert regelmatig in de dag- en weekbladen en vormt een duo (Saïd & Lody) met de Marokkaan Saïd Bensellam, dat wederzijdse vooroordelen en discriminatie tussen joden en moslims wil tegengaan. Van der Kamp is getrouwd, zijn vijf kinderen zijn de deur uit.

Nou kun je natuurlijk brommen ‘of dit nu allemaal moet’, maar er zijn mensen die daar anders over denken. ‘Ik kan het iedereen aanraden!’, zegt een enthousiaste dame tegen mij, als ze vertelt dat ze vandaag met haar ene partner en morgen met haar andere partner naar het filmfestival komt… Lees verder

Hugo de Kraaij (1972) is uit zichzelf niet zo’n prater, maar hij vertelt Michel Peters openhartig zijn levensverhaal. Gereformeerd opgevoed, maar sinds zijn puberteit deed hij een hele tijd niks aan het geloof. Zes jaar geleden ging hij weer naar de kerk bij de Federatie in Gouda, waarin ook de Remonstranten deelnemen. Een oase van verdraagzaamheid. .. Lees verder