
Johan Goud (1950) schreef in het boekje Kort Bestek Levensverbintenissen uit 1987 een hoofdstuk over zegenen. Hij brengt ons anno 2026 nog eens in herinnering wat we doen en bedoelen als we zegenen.
Het project levensverbintenissen vergezelde mij in mijn eerste jaren als remonstrants predikant, in de gemeente Eindhoven. Een onderzoek van de Utrechtse werkgroep homostudies stelde naderhand vast dat ik daar een stimulerende en initiërende rol gespeeld had. Dat ging min of meer vanzelf. In Amsterdam, waar ik vele jaren gewoond en gestudeerd had, was ik gewend geraakt aan de veelvormigheid van de intimiteit tussen twee mensen. De literatuur van bijvoorbeeld Simon Vestdijk en films, zoals bijvoorbeeld Death in Venice van Luchino Visconti, waarvan ik hield, maakten zonder te oordelen alle mogelijkheden zichtbaar. Het proefschrift dat ik geschreven had viel te lezen als een pleidooi tegen moralisme, tegen het voorrang geven aan regels in plaats van mensen.
ZegenenIn het kader van dat remonstrantse project verscheen in 1987 de brochure Kort Bestek Levensverbintenissen. In mijn hoofdstuk over de zegenbede citeerde ik een psychiater: een zegen bewijst dat degene die zegent niet bang is, noch voor degene die hij zegent, noch voor zijn verhouding tot hem. De bijbel is, vervolgde ik, te beschouwen als een boek van zegeningen. Het laat een wereld zien die door tal van zegeningen wordt geschapen en behouden. Wil dat laatste werkelijkheid kunnen worden, dan vergt het wel iets van degene die zegent: oprechte toewijding, een keuze zonder voorbehoud voor de kracht van de liefde en voor het leven, onafhankelijkheid van wat welke tegenpartij dan ook onderneemt: worden we gescholden, wij zegenen (1 Kor. 4: 12).
Toewijding aan die twee mensen tegenover je. In veel gevallen zal het een predikant zijn die de zegen uitspreekt, maar noodzakelijk is dat niet. Als het om zegenen gaat, bekleedt niemand een superieure positie. Zegenen ondermijnt iedere hiërarchie. Wie zegent, deelt niet uit van wat hij heeft, maar put uit wat hij ontvangen heeft. Als er iets is wat mensen met elkaar verbindt, is het de zegening wel. Ze bestaat uit niets dan woorden en gebaren van liefde. Ze schept en zoekt niets dan verbinding tussen de eeuwige Bron van liefde en de gezegenden, met insluiting van degene die zegent.

Angst en twijfel
Het schrijven van een artikel is één ding, het zegenen zelf iets anders. Direct nadat de Remonstranten hun kerkorde hadden gewijzigd, namen twee mannen in Tilburg – die ik hier Hans en Ronald zal noemen – contact met me op. Ze vroegen de zegen over hun relatie van liefde en trouw, van samen lachen en samen huilen, zoals ze hem zelf typeerden. Als iemand die zegen verdiend heeft, zijn jullie het wel, had de moeder van Ronald gezegd, en zo was het. Een paar maanden later, in mei 1987, vond de viering plaats, één van de eerste in het land. Samen met het liefdespaar had ik deze met overtuiging en zorgvuldigheid voorbereid. Toch merkte ik op het moment dat het te gebeuren stond, hoeveel angst en twijfel nog in mij achtergebleven waren. Het werd een bijzondere dienst, onze gelukkigste dag schreven de twee gelieven mij negen jaar later, maar ook voor mijzelf een bevrijdende ervaring.
Overweging
In mijn overweging haalde ik regels van Gerrit Achterberg aan, uit zijn gedicht Aanwezigheid. Hij bezingt daar zijn geliefde, maar in één adem de Eeuwige:
Gelijk de wind die om de huizen is,
Zo zijt gij mij een wenseloos gemis.
Ik heb u lief, het is zoals het is.
Ook haalde ik woorden uit de eerste brief van Johannes aan: Nooit heeft iemand God gezien, maar als wij elkaar liefhebben, woont God in ons, en is zijn liefde in ons volmaakt geworden.
De geciteerde woorden, vooral die van de briefschrijver Johannes, deden hun werk. Ze tilden ook mij, de dominee die zich gecommitteerd had om in deze nieuwe constellatie heilige woorden te laten klinken, boven alle angst en kleingeestigheid uit. Ik rondde mijn overweging als volgt af:
‘Straks mag ik de liefdesbeloften die jullie elkaar toespreken met Gods zegen bekrachtigen. Dat is me een voorrecht. Als ik in Gods naam de zegenbede over jullie verbintenis uitspreek
dan dank ik de Eeuwige om Hans en Ronald, dat jullie er zijn, dat jullie elkaar ontdekt hebben en bereid zijn om Ja te zeggen: Ik heb u lief, het is zoals het is;
dan bid ik de Eeuwige om zijn/haar zegen, dat hij jullie nabij moge blijven met zijn geest en genade, dat hij jullie leiden moge op de weg die jullie samen gaan bewandelen;
dan spreek ik de hoop uit dat jullie liefde uitstraling krijgt, dat de God die in jullie woont ook in anderen volmaakt wordt, dat déze zegen ook anderen tot zegen wordt.’
Hoop
Dat laatste is essentieel. Zegenen is groeten, zei pater Van Kilsdonk in een toespraak die me bijgebleven is. Wie een ander zegent, roept hem of haar de bijbelse vredesgroet sjaloom toe. Want daarin ligt het geheim van de zegen: in het verlangen naar een wereld waarin mensen elkaar durven zegenen, waarin volkeren elkaar de vrede toebidden.
Johan Goud
Johan Goud is emeritus-predikant. Hij was tot 2015 werkzaam in de gemeenten Eindhoven en Den Haag en als hoogleraar in Utrecht.

Op welke manier heeft binnen de kerk het besef van zonde en schuld steeds een beklemmende rol gespeeld, vraagt Peter Korver zich af?.. Lees verder

Eva Hovingh en haar man Erik Visser verhuisden vijftien jaar geleden naar het platteland in Zweden met hun kinderen en zij legt uit waarom… Lees verder