2 december 2015

Mijn omwegen, en hoe die begonnen bij mijn lieve opa

Geschreven door Jaap Marinus
Inspiratie Foto: Aleksandr Kuznetsov Mijn omwegen, en hoe die begonnen bij mijn lieve opa

Uren wandelde ik met mijn lieve opa. Als kind logeerde ik meerdere keren per jaar bij hem en oma in Bennekom. Als klein menneke struinde ik met opa het bos af, naar de heide, naar de snelweg. Zwaaien naar auto’s. Maar ook: weegbree plukken voor de kanarie uit de kern van het bos, niet langs de weg. Daar zitten gifstoffen van uitlaatgassen in. Ik leerde bomen herkennen aan het blad en de schors. Ik leerde van de dieren, van oorlog en waarden in het leven. Tot hij stierf, augustus 2013.

Die ene keer, na een hersenbloeding in het ziekenhuis. “Ha, naamgenoot!”, reageerde hij verrast toen ik binnenliep. Hij kon zijn hand nauwelijks bewegen, maar had zo’n behoefte aan een krantje. Die kocht ik voor hem. Het was een ontmoeting die ik nooit zal vergeten. Toen ik hem maanden later in de kist zag liggen, schoot steeds dat zinnetje door mijn hoofd en ik hoorde het geluid van z’n stem. “Ha, naamgenoot!” De begrafenis was een droevig ritueel, maar het was een ritueel. Daar besefte ik dat een mens daar behoefte aan heeft. Een jaar later gebeurde het weer.

Hamsters en het leven

Mijn zwangere vrouw en ik komen thuis van een heerlijke vakantie van twee weken op het Italiaanse eiland Sardinië. Het was augustus 2014. De twee dwerghamstertjes die we vlak na ons trouwen in 2012 hadden gekocht, leefden nog! Gelukkig. Maar die ene, die liep niet meer zo lekker. Op de dag van thuiskomst van vakantie dus snel naar de dierenarts. Het was niet goed. Kanker. “Als het zo erg is, geef hem dan maar een spuitje.” zeg ik koel… Maar de koelbloedige rationele beslissing slaat meteen om in emotie.

Het autorijden is moeilijk, met de waas voor mijn ogen. Het dode beestje gaat mee. Thuis aangekomen zeg ik tegen mijn vrouw: “Ik begraaf hem hoor, in de tuin.” Met een klein schepje ploeg ik de aarde om. “Dag lief beestje”, zeg ik. En ik leg het zilvergrijze bolletje zachtjes in het kleine holletje, met wat zacht wol uit z’n kooitje. Ik schep het provisorische grafje dicht. Weer een ritueel. Afgesloten. Ik kan verder.

De eerste stap op de grote omweg

Dieren en mensen. Leven. Leven in de brouwerij. Maar ook de dood. Alles wat het leven behelst. Daar ligt mijn passie. De keuze om een MBO-opleiding Technische Informatica te doen, kwam in die zin redelijk uit de lucht vallen. Eén van mijn familieleden was, zo herinner ik het mij, altijd met mij in gesprek over keuzes die mijn toekomst zouden bepalen. Wegenwacht, astronaut, laborant. Het is allemaal langsgekomen, maar de meeste dromen werden als illusies bestempeld. Ik vond computers leuk, dus waarom niet iets in de ICT? Het bleek een grote omweg.

“Ik maak het af, dan kan ik HBO gaan doen”, dacht ik bij mezelf. Ik besloot mijn leven in Groningen om te gooien en iets met mijn passie voor de bijbel te gaan doen. Het werd HBO Godsdienst Pastoraal Werk (GPW), met een jaartje intern op een bijbelschool in Zeist. Ik was onder de mensen! Eindelijk was ik als een vis in het water. Dit was het helemaal! Nog steeds is dit een van de beste beslissingen in mijn leven geweest. Geen spijt. Ik heb een diploma in een vakgebied waar leven en mensen bij elkaar komen. En de dood.

Het eindpunt, het doel, de bedoeling!

Mijn liefde voor mensen, voor het leven. Mijn liefde voor mijn opa en voor de dieren. Mijn liefde voor natuur en rituelen. De liefde voor het ‘vermaken’ of inspireren van groepen mensen. Het leidde allemaal naar een studie die ik veel eerder had moeten kiezen. Had ik het maar gezien. Geen saaie computers (al zit ik er zelf nog graag achter), geen exacte wetenschap. Alles wees toch altijd al op een sociale studie, of theologie. Gelukkig is dat laatste een ambt waar je nooit te oud voor bent. Met een GPW-diploma op zak kan ik eindelijk richting mijn hoofdweg. “De omweg moge lang zijn, hij voert toch eenmaal tot de hoofdweg terug.”, zegt onze held Van Holk. Mijn omweg is lang, maar de hoofdweg, die heb ik gevonden.

Gerelateerd