3 juli 2017

Rare jongens die Remonstranten

Geschreven door Alleke Wieringa
Remonstranten Foto: Babak Fakhamzadeh Rare jongens die Remonstranten

Van harte welkom in dit oude huis met het jonge hart, dit huis door de eeuwen heen een herberg voor velen: zoekers en vinders, vluchters en blijvers, zangers en zwijgers, bidders en denkers. Zo open ik vaak de dienst hier in de Geertekerk. Welkom jullie allemaal die je tijd en energie steken in het meedenken over- en het verstevigen van onze geloofsgemeenschap.

Heel Gallië?

Onlangs hadden we hier een feestelijke pinksterdienst, waarin we een dikke twintig nieuwe leden en vrienden mochten verwelkomen en bevestigen. Collega Florus Kruyne had de oriëntatie-cursus geleid, dus hij deed de overweging en ik was de liturg. Dan kan er het volgende gebeuren: ik moest het pinksterverhaal uit Handelingen 2 lezen. In dat verhaal is iedereen stomverbaasd dat ze de leerlingen van Jezus in hun eigen taal horen spreken. Ze zeggen tegen elkaar: maar dat zijn toch Galileeërs? Met andere woorden – eenvoudige lieden – die kunnen dat toch niet? Ik las – en hoe het kwam weet ik niet – keurig in het gareel van de tekst: ‘het zijn toch Galliërs?’ De kerk brak af en ik was totaal verrast door wat er gebeurde.

Dit verzin je niet – het overkomt je! De Heilige Geest heeft in elk geval gevoel voor humor. En velen in de kerk herkenden onmiddellijk het substraat van de Asterix-strips. Voormalig algemeen secretaris Tom Mikkers heeft de Remonstrantse broederschap ooit ‘een eigenwijs Asterixdorp’ genoemd, dat dapper stand houdt tegen alles in. Heel Gallië? Nee, een klein dorpje… Dat dorpje heeft lang naar binnen gekeerd geleefd. Remonstranten kennen hoegenaamd geen zendingsdrift.

Voor Remonstranten was zending altijd een vies woord

Mijn eerste hospita hier in Utrecht was mevrouw Koning op de Lessinglaan (heel actief in de Remonstrantse Gemeente Utrecht, maar dat ontging mij toen als achttienjarige). Ik was hervormd theologiestudentje en ik had het er moeilijk mee – met die zware faculteit hier. Daar wist ze van en ze heeft één, misschien twee keer gesuggereerd dat ik eens in de Geertekerk moest komen kijken. Eigenwijs (en nog zonder enig referentiepunt) als ik was, heb ik dat niet gedaan. Maar voor een Remonstrantse was haar suggestie om eens te komen kijken zo’n beetje het maximum wat een Remonstrant aan zending zou doen. Ze vonden en vinden het een groot goed dat je je eigen weg zoekt en vindt – op eigen kracht, op eigen argumenten, op eigen benen. En ik heb dat altijd van harte toegejuicht. Geloofsontwikkeling is het proces van de langzame vragen – van groeien. En je helpt gras echt niet met de groei door er aan te gaan trekken. Zoals u ziet heb ik later mijn weg hierheen alsnog gevonden (ook alweer bijna dertig jaar geleden). De tijden zijn veranderd.

Gelukkig maar, want anders zou het wel een hele saaie boel zijn. En dat betekent dat je zelf mee moet veranderen. Want in de bonte uitdagende expressieve buitenwereld, op het wereldwijde web en ‘in de veelheid van geluiden’ moet je gehoord, gezien en gevonden kunnen worden. Met verve voerden we campagne de afgelopen jaren. En –tussen haakjes- daarover werden intern ook van die pittige Asterixdorpruzies uitgeknokt. De één was niet zo into ‘Mijn God dit en dat… en dat geloof bij JOU begint’’ en de ander snapte heel goed dat je met iets prikkelends moet komen, omdat het anders gewoon niet werkt. Ziet u ze nog over elkaar heen rollen in die magistrale Goscinny en Uderzo strip?: “Wie zegt er hier dat mijn vis niet vers is!?” Hoefnix versus Kostunrix en de rest doet ook graag mee.

En nu door met ons goede verhaal

En we kregen aandacht. Het werkte ook naar binnen toe. Velen voelden een soort trots op ons kleine dappere kerkje – mooi dat we dit dan toch maar voor elkaar krijgen! En nu verder. Laten we realistisch zijn: als we er geen leden en vrienden bij halen, dan kunnen we op een gegeven moment opdoeken. Game over, tent dicht, het museum in als interessant verschijnsel. Maar daar gaan we zeker niet de hoofdmoot en de hoofdmotor van de vervolgcampagne van maken. We hebben iets veel beters in huis: domweg een goed verhaal. Een goed verhaal omdat je je eigen weg mag vinden, omdat je mag veranderen van inzicht, omdat je eigen woorden mag kiezen en omdat je alles mag vragen en betwijfelen wat voor heilig of waar wordt aangenomen. En dat je niet je gezonde wetenschappelijke verstand aan de kapstok hoeft op te hangen voordat je de kerkruimte binnengaat.

Word vriend van de Remonstranten

Geïnspireerd door de Remonstranten? Word vriend! Je kunt landelijk lid worden of je verbinden aan een lokale gemeente.  Lees verder

God kan wel tegen een stootje en een gezonde, realistische geloofsovertuiging ook, als het goed is. Ik merk het iedere keer weer als ik een dienst doe met erg veel buitenkerkelijke mensen er bij (helaas meestal een uitvaart): Goh, kan dat bij jullie? Nooit geweten. Wat mooi! Mag ik daar bij? We hebben een goed verhaal en dat is iets om trots op te zijn. Daar moeten meer mensen weet van hebben. En wat dat ‘trots’ kan inhouden, las ik in een prachtig boek van Jan Brokken. Het heet ‘Baltische Zielen’ en het gaat over de beroemde en minder beroemde mensen die de Baltische staten Estland, Letland en Litouwen bevolken. Wat bezielt die idioot kleine Asterixstaatjes, die tegen de huid van brombeer Rusland aangeplakt zitten, om zelfstandig te willen zijn en om zich in 1989 los te maken van de Sowjetunie? Samen zijn ze net 600 kilometer lang van Talinn aan de noordkust tot Vilnius in het zuiden, tegen Polen aan. De inwoners  vormden op 23 augustus 1989 een zingende menselijke keten – van Talinn naar Vilnius en zetten zo het proces van onafhankelijk worden in. Ze hebben zich letterlijk losgezongen van… (Als u zich afvraagt waarom u dit eigenlijk helemaal niet weet: wel, het is aan ons voorbij gegaan vanwege de fixatie op de Golfoorlog, die toen ook uitbrak).

‘Raak mij aan met uw adem’

Ik citeer Jan Brokken: “Trots is iets anders dan nationalisme, chauvinisme of verwaandheid; trots is het geloof in alles wat je bijzonder, markant en uniek maakt. Trots is vertrouwen in je eigen taal, je eigen cultuur en je eigen originaliteit. Trots is het enige juiste antwoord op geweld en onderdrukking’. Goddank hebben we dat laatste niet hier – maar de leegte van de onverschilligheid en de maatschappelijke zoektocht naar de plekken van zin en bezieling zijn minstens net zo’n grote uitdaging.

We hebben een goed verhaal en dat mag, dat moet bekend zijn! Al was het alleen maar dat anderen weten wie we zijn en waar we zijn en dan tegen hun hoofd kunnen tikken: Rare jongens, die Remonstranten. Wij zingen – eveneens uit Baltische sferen: ‘Heer raak mij aan met uw adem’. Een pinksterlied, van oorsprong Fins. En Ere Lievonen op de piano – komt daar ook al vandaan – speelt het eerst een keer voor en dan neemt hij u mee. We hebben vijf coupletten dus dan zal het wel ‘zitten’.

Over Alleke Wieringa

Alleke Wieringa

Alleke is predikant van de Geertekerk in Utrecht.

Gerelateerd