11 oktober 2017

Regenboog in Rotterdam – “I am gay!”

Geschreven door Marieke Paarlberg
Remonstranten Foto: Marieke Paarlberg Regenboog in Rotterdam – “I am gay!”

Tegen de regenboogkleuren van de Gay Pride in Rotterdam eind september 2017 stak haar grijze koppie prachtig af. Ze kwam naar onze remonstrantse kraam en keek me zorgelijk aan. Aarzelend boog ze naar me toe. “Op internet staat dat de wereld morgen vergaat”, zei ze zachtjes. “Als morgen de wereld vergaat, plant ik vandaag nog een appelboompje”, zei ik olijk, Luther citerend. Het is uiteindelijk niet voor niets het Lutherjaar. Ze keek wat besnaveld, dit was niet het antwoord waar zij op hoopte. “Kijk,” zei ik snel, “hier heeft u alvast een vers fris appeltje”, en ik reikte haar ons doosje met ‘remo-appeltjes’ aan. Met een zucht nam zij er één. “En wat denkt ú?” vroeg ze kauwend.

“Ik denk niet dat morgen de wereld vergaat,” zei ik en nam ook een appel. En ik voegde er geruststellend aan toe: “En onze kerk denkt dat ook niet.” De remo-appeltjes zijn kleine sappige appeltjes, die wij, remonstranten, al meerdere jaren hebben uitgedeeld aan voorbijgangers in Rotterdam, als we in een kraam stonden. Ze zijn bijna een handelsmerk voor onze kerk (sappig en fris) geworden en ze gaan hard vandaag. Harder dan op de vorige Gay Prides. Nu is het vandaag ook prachtig weer. Echt appeltjesweer. En wij – de leden van de Gay-commissie die de kraam bemensen – hebben er nog nooit zo betrouwbaar uitgezien als nu. Ieder van ons heeft een mooi nieuw knalrood T-shirt aan, de mannen met op de rug de tekst ‘Mijn God trouwt ook homo’s’ en de vrouwen met: ‘Mijn God laat vrouwen voorgaan.’ En op onze borst een prachtige regenboog. We trekken er onmiskenbaar de aandacht mee. Ons kraampje is schitterend versierd met regenboogslingers, folders, posters en ballonnen. Wie wil, kan snoepjes, koekjes of een appeltje wegpeuzelen. Een remo-pen meenemen mag ook.

In het echie!

Er worden door de deelnemers aan de Gay Pride steeds ludiekere acties bedacht. Tegenover ons staat een kraampje waar je je gratis kunt laten tatoeëren. En het aidsfonds schuin tegenover ons biedt de mogelijkheid om voor één dag te trouwen. Het kraampje is helemaal versierd met witte en roze slingers, heel romantisch. De ‘ambtenaar’ – ook in wit en roze – spreekt achter een kathedertje allerlei wijze woorden tegen het stralende bruidspaar. Ringen mogen gewisseld worden en handtekeningen gezet. Het is een succes. Wij gaan er expres een beetje rondflaneren, bij het aidsfonds. Af en toe keren wij onze rug naar de mensen en naar het bruidspaar. Want op onze rug staan de woorden waar wij zo trots op zijn: ‘Mijn God trouwt ook homo’s’. En wíj doen het in het echie! Al sinds 1986! En wij zijn vandaag de enige kerk op de Gay Pride! Met vier kerkenraadsleden en een predikant die hun neus laten zien en mee werken.

Voor de verlegen huwelijkskandidaten is er een kastje ingericht met pruiken, hoeden, zonnebrillen en verkleedspullen. Die mag je gebruiken als je jezelf wat onherkenbaar wilt maken. Of als je er extra feestelijk uit wilt zien. Er wordt gretig gebruik van gemaakt. En wij? Wij hebben een lief doosje. Met spreuken over vriendschap. Opgerold en prachtig in rijtjes gelegd in het doosje. Wie wil, mag een rolletje uitkiezen met een pincetje en dan zijn rolletje lezen. Een gewichtig werkje. Want je moet niet zomaar een rol uit de doos graaien, nee, je moet je gevoel volgen. Laat de pincet even plechtig boven de rolletjes zweven, maak je geest leeg, voel waar je naartoe getrokken wordt  en trek dan met je pincetje dat rolletje omhoog. Dan past de spreuk bij jou. Soms bibberen de handjes een beetje. Doen wij het wel goed? Prikken wij niet de spreuk van een ander? En als de handjes Engelstalig zijn – en dat zijn ze vaak hier in Rotterdam – vertalen wij, de remo’s, de Nederlandse woorden voor hen in het Engels.

Há, daar loopt weer een regenboog voorbij

Bij mijzelf werkte dat ritueel natuurlijk niet. Hoe ik ook zweefde met mijn bibberpincet, er gebeurde niets. Mijn geest werd niet leeg, er raasden 120 gedachten doorheen. Tenslotte heb ik na afloop het hele doosje mee naar huis genomen en daar met een rood hoofd alle rolletjes zitten lezen. En ik vond er drie, die mij zeer aanspraken:

  • Geen straat is te lang met een vriend aan je zij;
  • Je beste vriend is degene die het beste uit je haalt;
  • Degene, die je zonder afgunst geluk gunt, die mag je waarlijk een vriend noemen.

Rond onze remokraam lachen de regenbogen mij tegemoet. Niet alleen in de vorm van slingers, windvaantjes en ballonnen, maar de regenboogvlaggen worden ook gebruikt als kledingstuk. Mensen wikkelen zich in een grote regenboogvlag en flaneren flapperend voorbij de kraampjes. Stralend, triomfantelijk. En wij lachen blij terug. “Há, daar loopt weer een regenboog voorbij!”

Help! Help!

Ik ben dol op kleuren, en helemaal als ze zo gerangschikt zijn als in een regenboog. Als kind legde ik altijd mijn kleurpotloden op een regenboogrij. Dan waren ze het mooist. Ooit ben ik eens achter een regenboog aangerend. Niet zozeer omwille van  de schat die je dan zou vinden – een schat wilde ik niet, schatten hadden altijd iets te maken met zeerovers en andere griezels op houten benen, met afgehakte handen en uitgestoken ogen – maar uit pure nieuwsgierigheid: hoe ziet het begin van de regenboog eruit? Komen er kleuren uit de grond gepiept? Is God daar actief mee bezig? Tegen Noach zei hij toch dat hij de regenboog in de wolken plaatste om een belofte te doen? Stuurt God die kleuren nog steeds de lucht in vanuit een enorme kleurencontainer? Zou ik ook in die container mogen kijken en een kleurtje mee mogen nemen naar huis? Dan kon ik daar mijn poppenhuis mee opvrolijken. Nieuwe gordijntjes voor de ramen, een nieuw wiegje voor de baby, een nieuw zwempak voor de moeder.

Pas op de middelbare school leerde de natuurkundeleraar ons dat een regenboog iets met de breking van het licht te maken heeft. Dat het witte zonlicht alle kleuren in zich heeft, maar dat je die pas ziet als het licht gebroken wordt. Door een stuk glas in de vorm van een prisma bijvoorbeeld. Of door de regendruppels in de lucht. Met de natuurkundeleraar had ik een stormachtige relatie. Ik vond natuurkunde een moeilijk vak en vaak was de leraar vertederd door mijn gebrek aan inzicht. Maar zijn geduld kon ook opeens op zijn. Vooral als ik zat te kletsen of te klieren. Dan kon hij met een grote brul en zwaaiende armen op mij afstormen. Van schrik sprong ik dan uit de bank omhoog en rende de klas door. Met hem schreeuwend achter mij aan. “Help! Help!” riep ik dan. Maar hij kon mij niet inhalen en zo galoppeerden wij als twee circuspaarden achter elkaar aan de klas rond. Tenslotte stopte hij als eerste en brak in een hijgende slappe lach uit. Het gevaar was weer geweken. Wat een kanjer, die leraar.

Een schitterend geheel

Natuurkundeproeven vond ik leuk, vooral als ze mislukten. Zijn beteuterde gezicht achter een gigantische steekvlam, die ook zijn snor in brand dreigde te steken, bracht onmiskenbaar leven in de brouwerij. Maar de prismaproef mislukte nooit. Dan gingen de gordijnen dicht en zagen wij het wonder van de regenboog ontstaan. Voor de regenboog in de lucht moet er tegelijkertijd regen zijn én zon. Het zijn de regendruppels die het zonlicht breken waardoor de mooiste kleuren van de wereld ontstaan. Wat een toepasselijk beeld voor de LHBT-beweging. De veelkleurigheid van de mensen maakt de wereld tot zo’n schitterend geheel. Ga geen kleuren verbieden of weggummen. Bescherm en help elkaar. Loop samen de langste straat af. Haal het beste uit elkaar. Sluit een verbond met elkaar. Sterker nog: identificeer je met de ander. Zodat wij allemaal in lijn met de leuze die werd gescandeerd na de terroristische aanval in 2015 op Charlie Hebdo (“Je suis Charlie!”) uit volle borst kunnen zeggen: ”I am gay!” en “I am transgender!”

Over Marieke Paarlberg

Marieke Paarlberg

Marieke Paarlberg is remonstrant in gemeente Rotterdam.

Gerelateerd