5 juli 2016

Tom Mikkers: ’Mijn God’ is een openingszet waarmee je het contact opent

Geschreven door Peter Korver

Hij is hier nog een maand aan het werk, maar als ik zijn werkkamer op het landelijk bureau binnenkom, is Tom al een beetje bezig met opruimen. Jasper, de teckel, is geluidloos aanwezig. In de kast achter hem staan de vijf boeken met het verzameld werk van prof. Roessingh. Zou hij die wel eens raadplegen bij het vooral praktische werk dat hij hier doet? Per 1 juli stopt Tom als algemeen secretaris. Het was op zijn trouwdag, 1 maart 2008, dat zijn benoeming inging.

8,5 jaar was hij naar binnen en naar buiten het gezicht van de Remonstranten en timmerde hij behoorlijk aan de weg. Je zag hem voorbij komen in het tv-programma van Paul de Leeuw met zijn liedbundel Licht, dan weer mocht hij samen met een vertegenwoordiger uit de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) zijn visie geven in een praatprogramma van de IKON en meer dan regelmatig wist hij nieuws te genereren dat interessant genoeg was voor de krant. Zo werd voldaan aan één van de wensen die klonken tijdens het sollicitatiegesprek: we moeten meer in het nieuws komen.

Bucketlist-dingetje

Wat bracht hem ertoe om te solliciteren naar de functie? ‘In de eerste sollicitatieronde had ik me niet gemeld. Ik dacht dat ik niet geschikt was. Van huis ben ik niet remonstrant, geen ‘echte’ remonstrant en dus niet honderd procent representatief voor deze club. Ik ben bovendien niet zo’n verslagenschrijver en zie mezelf ook niet als alleskunner en dat was toch het beeld dat ik van de baan had.’ In de tweede ronde toch meegedaan, uit liefde voor de club. ‘Ik had wel ideeën hoe het zou moeten.’ Hij werd de derde algemeen secretaris sinds 1982, met Jan Willem Nieuwenhuijzen en Mijnke Bosman als voorgangers.

Wie wordt onze nieuwe Algemeen secretaris?

Vanwege het vertrek van de huidige functionaris per 1 september 2016 zijn wij op zoek naar een: Algemeen secretaris (m/v) 0,6 - 0,8 fte  Lees verder

Wat is de positie van deze functie eigenlijk? Een soort van remonstrantse bisschop? ‘Bisschop? Nee, meer een knecht, een doener.’ Zit er een spirituele kant aan zijn taken? ‘Nou, ik ben meer een Martha dan Maria hoor.’ Niettemin vond hij ook nog tijd om te schrijven, zoals het boekje Religiestress. Met enige trots laat hij zien hoe dat woord is opgenomen met zijn naam erbij in de laatste versie van de Grote Van Dale. Hij lacht: “een journalist liet me toen weten: Dat is toch een bucketlist-dingetje, je naam in het woordenboek van de Nederlandse taal.”

Open, modern, bij de tijd

Hoe belangrijk vindt hij het dat er naast de vele andere kerken ook nog een zelfstandige remonstrantse kerk is? ‘De kerk is geen doel op zichzelf, maar als de remonstrantse kerk niet bestond, dan moest hij worden uitgevonden.’ Waarom? ‘Enerzijds nemen we het geloof ernstig, anderzijds vinden we het ook prima als je het een paar jaar zonder doet. We bieden een plek waar je geloof op gang kan komen en zijn ondertussen niet drammerig. Er is vrijheid. Ik ben nog nooit op het matje geroepen omdat ik iets niet had moeten zeggen.

De vraag die mijn hele loopbaan ook als predikant – mij vergezelde was: hoe is het mogelijk dat een kerk die zo open, modern, bij de tijd is, tegelijk tot de meest vergrijzende behoort? In deze functie heb ik eindelijk het antwoord gevonden. Na de cultuuromslag van de jaren zestig en zeventig werden de kinderen van onze leden niet meer automatisch lid van kerk van hun ouders. Remonstrantse ouders hadden altijd al gezegd ‘je mag zelf kiezen’. Vanaf de jaren zeventig brachten de kinderen dat ook in praktijk. Weg bij die kerk. Met de huidige manier van werken nemen we dat zelf kiezen van mensen heel serieus. Iemand meldt zich nu vanuit een eigen behoefte en we laten ze meteen meedoen, niet na een langdurig proces van inwijding.’

Media

‘Toen ik aantrad werd er gezegd: we komen niet in de krant en dat komt omdat we maar een kleine speler zijn op de kaart van kerkelijk Nederland. In jaarverslagen uit die tijd stond dat het van het grootste belang was in de media te komen, zodat belangstellenden ons kunnen vinden. Er is sindsdien een aantal initiatieven ontwikkeld die wél royale publiciteit kregen, zoals de liedbundel Licht, de Nacht van de Theologie, de glossy Arminius, het debat met Paul Verhoeven over zijn Jezusboek met remonstrantse theologen, de Songfestivaldienst.

De gedachte achter al deze events was: een mix maken van iets dat bij de kerk hoort met iets dat er níet bij hoort. Misschien was het werken aan de bundel Licht met nieuwe, seculiere teksten op bekende oude melodieën wel het leukste om te doen. Het was inspirerend om te mogen werken met tekstdichter Coot van Doesburgh en zangeres Karin Bloemen. Toch leidde al deze afzonderlijke projecten niet direct tot nieuwe aanwas’.

Welke vragen leven er?

‘En zo kwam het beleidsplan in beeld en het inzicht dat we echt anders moesten werken.  Dat was ook voor mij even wennen. Ik heb ervan geleerd om goed te letten op welke vragen en behoeftes er leven. Er is bij de Remonstranten ook wel kritiek gehoord op de nieuwe aanpak. Was het niet te populair, te oppervlakkig, te weinig literair, te individualistisch (‘mijn God’) en met te weinig diepgang en dus: was het wel remonstrants? ‘’Mijn God’ is een openingszet waarmee je het contact opent. Het gaat in die fase erom dat je mensen niet meteen wegjaagt. Dat is een vak, hoe je dat goed formuleert.

Kijk, ik ben niet aangenomen om op hetzelfde spoor door te gaan. Na de eerste vijf jaar kwam het moment dat ik dacht: ik ben door al mijn kunstjes heen en het heeft niet geleid tot een stop van de ledendaling. De nuchtere kijk van mensen die me dierbaar zijn hielp me toen om vol te houden. Peter, mijn man, wees erop dat we wel een ledenorganisatie zijn – dat is je bestaansrecht, de mensen. Voorzitter Cees de Monchy stelde dat we een marketingprobleem hebben, want we bieden misschien iets waar niet om gevraagd wordt.

Toen hebben we externe deskundigen gevraagd om bij ons naar binnen te kijken, zoals het bureau Motivaction. Hoe kom je aan nieuwe leden? We richtten ons op de zinzoekers, maar die haken af zo gauw je het over Jezus of de kerk hebt. Ze zijn nog te boos op de kerk. We zijn ons gaan richten op de mensen die nog aan de rand van de kerk staan en die op het punt staan af te haken. Wat de huidige campagne oplevert is dat er nu achttien gemeentes zijn die groeien. En nog mooier is dat de beweging rondom onze kerk groter is geworden. Het websitebezoek is vertienvoudigd’.

Resetten

Waarom nu gestopt in deze functie? ‘Het is een logisch moment om te resetten. Het beleidsplan loopt af. Bij mijn aantreden zei ik vijf jaar te blijven. Daar zit ik ruim overheen. Ik heb het werk met zoveel plezier gedaan. Er is geen dag geweest dat ik dacht ‘ik wil dit niet’. Het is een uitdagende baan met onverwachte kanten. Dat we als kleine kerk  mochten meedoen in het publieke debat was bijzonder. Het voelt als de muis die naast de olifant loopt en zegt ‘wat stampen we hard hè?’ Nu ik ga stoppen, merk ik dat ik weer meer van mijzelf word’.

Je was predikant in Eindhoven, Amsterdam, Delft, je bent sinds 2001 betrokken bij het landelijke bestuurswerk. Wat ga je hierna doen? ‘Geen idee. Deze baan kleeft zo aan mij. Ik zal even los moeten weken. Het zal hopelijk  iets zijn dat een logisch gevolg is, iets met communicatie of religie’. In de vensterbank staat een ingelijste miniposter met het opschrift ‘Mijn God rijdt Audi’. ‘Mijn wagen natuurlijk. Van collega’s gekregen toen de publiekscampagne begon. Zoiets relativeert. Kon ik natuurlijk niet op Facebook zetten want dan ondermijnde ik m’n eigen campagne.’

Dit interview is overgenomen uit AdRem, ons maandblad

Proefnummer AdRem, remonstrants magazine

Vraag nu een proefnummer aan van AdRem, het remonstrantse magazine!

Over Peter Korver

Peter Korver

Peter is remonstrants predikant in Hilversum en supervisor bij het Titus Brandsma Instituut.

Gerelateerd