Het gezicht van… Annekee Stokvis

Het gezicht van… Annekee Stokvis

Annekee Stokvis (1935) beleefde de bloei van haar leven in een wereld die niet meer bestaat. Het was een tijd waarin de vrouwenbeweging opkwam, de feministische theologie werd ontwikkeld, de oecumene bloeide en de Raad van Kerken nog een grote maatschappe-lijke rol speelde. Een tijd ook van grote idealen en van een wereld die maakbaar was. Na haar ‘activistische’ periode werd ze in 1991 een van de oprichters van de Remonstrantse Orde en had ze er ook een decennium lang de leiding. Onlangs heeft ze haar deelname aan de Orde stopgezet.

Ruimere dimensie

‘Ik kom uit een warm gezin. Mijn vader was civiel ingenieur, mijn moeder zorgde voor de kinderen. Mijn moeder was remonstrant, zij nam mij vaak mee naar de kerk in Rotterdam. In die stad heb ik ook het Montessorilyceum doorlopen. De toenmalige predikant in Rotterdam Jan van Nieuwenhuijzen, heeft mij gestimuleerd om theologie te gaan studeren, maar die opleiding heb ik niet afgemaakt. Wat mij vooral interesseerde was de psychologische kant van de theologie. Wat is wezenlijk voor de mens? Wat hebben mensen beleefd, dat ze de bijbel zo hebben geschreven? Het uitgangspunt van Christa Anbeek ‘de kwetsbaarheid van het leven’ vind ik dan ook erg belangrijk. Ik heb nog eens een oude lezing van mij opgediept waarvan de eerste zin was: ‘Geloof begint bij eigen ervaringen’. Geloof is een werkelijkheid voor mij geworden, ik heb het geïnternaliseerd. Ik heb niet zo’n duidelijk Godsbeeld, maar ik ervaar dat het leven een ruimere dimensie heeft  dan mijn eigen ik’.

Actie

‘Bewustwording en emancipatie waren voor mij leidraad in mijn jonge jaren. In Twente waar ik toen met een gezin van drie kinderen woonde heb ik mij aangesloten bij de lokale afdeling van de beweging Man-Vrouw-Maatschappij van Joke Smit. We zetten kinderopvang op, waren actief in praatgroepen en voerden gesprekken met de politiek, bijvoorbeeld over parttime werken voor vrouwen. Van 1972 – 1976 woonde ik in Zuid – Afrika waar mijn man een baan had gekregen. Ik leerde er veel over racisme in een tijd dat de apartheid nog bestond. Samen met lokale kerken heb ik daar een ontmoetingscentrum voor zwarte huisbedienden opgezet. Vrouwen en mannen leerden daar allerlei skills om beter voor zichzelf te kunnen zorgen, bijvoorbeeld lezen en schrijven volgens de methode van Paolo Freire. Terug in Nederland werd ik aangesteld voor anderhalve dag in de week als secretaris van de Werkgroep (later: Sectie) ’De Vrouw in Kerk en Samenleving’ van de Raad van Kerken. De toenmalige Centrale Commissie van het Vrijzinnig Protestantisme heeft heel veel moeite gedaan om een salaris voor deze positie bij elkaar te krijgen. Ik nam deel aan inspirerende bijeenkomsten van de Wereldraad van Kerken, bijvoorbeeld aan het begin van het Conciliair Proces in 1983 in Vancouver.

Spiritualiteit

’In Vancouver lag het Westen sterk onder vuur vanwege de atoombomproeven en het militarisme. Wij werden bevraagd op onze eigen wortels maar we hadden vaak geen antwoord. We waren teveel gericht op doen en actie. Sindsdien besef ik, dat spiritualiteit en actie in balans moeten zijn. In de bijeenkomsten van de Orde komen beide aspecten aan bod. In de loop der jaren is mijn wijde blik naar de wereld veranderd in een concentratie op de directe wereld om me heen. Ook omdat mijn huidige partner Jan Mijnssen lijdt aan Parkinson en in een verpleegtehuis in de buurt woont. De grote verhalen zijn voorbij, in waardevolle menselijke momenten herken ik nu het Koninkrijk van God in het klein: nabijheid, humaniteit, aandacht, menselijkheid. In het verpleegtehuis van Jan zie ik dat ook vaak terug in de inzet en aandacht van het personeel. In de cliëntenraad waar ik in zit moeten we er voor vechten. Ik ben op alle fronten aan het loslaten, nu dus ook  de Orde. Sinds kort merk ik dat mijn gezondheid achteruit gaat. En heel symbolisch: nu ik binnenkort ga verhuizen naar een flat moeten ook mijn acht boekenkasten er grotendeels aan geloven.’

Michel Peters

Zie ook