Overweging: Leven met vergankelijkheid

Overweging: Leven met vergankelijkheid

Later

nog even                                                                   

dan is het weer lente

dan gaan we weer naar buiten

dan wordt alles weer mooi

 

nog even

dan zijn we klaar met werken

dan hebben we tijd voor leuke dingen

dan gaan we genieten

 

nog even

eerst het zuur en dan het zoet

 

even nog geen tijd voor nu

nog even uitstel tot later

maar als er nu eens

geen later is……?      

 

Uit: Beeldig. Gedichten en gedachten.

Uitg. Boekscout.nl, 2006, ISBN 90-8834-003-X

 

Tja, wat nu als er eens geen later is? Hoe vaak zien we niet ergens langs de weg een bermmonument. Een tamelijk anonieme plek die voor één familie plotseling niet meer anoniem is. Beladen met een drama, een plek die voorgoed verbonden blijft met een intens verdriet. Enkele jaren geleden verongelukte mijn petekind bij een eenzijdig ongeval. Ook op de plek waar hij om het leven kwam, ontstond zo’n bermmonument. Vrienden onderhouden het. Ze plaatsten een kruis, leggen er nog geregeld bloemen neer of planten er bloembollen, steken er kaarsen aan. Sinds die noodlottige dag kijk ik anders naar bermmonumenten. Het besef, hoeveel verdriet er achter ieder monument schuilgaat, de enorme strijd van de directe nabestaanden om het eigen leven weer enigszins op te pakken.

‘Altijd en overal waar het leven kwam, komt vroeg of laat de Dood.

Hij breekt het kostbare, broze leven af. Hij komt verwacht of onverwacht; soms als vijand en soms als vriend; Maar hoe hij ook komt, hij is of wordt mee opgenomen in het plan van God…’

Zo begint de ‘verantwoording bij de dood’ die de Remonstrantse Broederschap tientallen jaren geleden formuleerde. Een tekst, die troost kan bieden, maar soms ook niet. Wanneer de dood als vriend gekomen is, lang op zich heeft laten wachten, dan is het misschien iets minder moeilijk, om te accepteren dat de dood is ‘opgenomen in het plan van God’. Wanneer de dood te vroeg kwam, onverwacht, wreed, dan is dat niet zo eenvoudig te rijmen met Gods plan. Ik denk aan die foto, die enkele weken geleden in de media verscheen, van een kindje, een peuter nog, verdronken tijdens de vlucht naar Europa. Die dood, opgenomen in Gods plan? Alles in mij verzet zich tegen die gedachte.

Vergankelijkheid als deel van Gods plan, in de zin, dat de dood onlosmakelijk bij het leven hoort, ja, daar kan ik wel vrede mee hebben. Leven is nu eenmaal ‘eten en gegeten worden’. Wie de schoonheid van het leven accepteert, zal ook moeten dealen met de keerzijde, de vergankelijkheid. Wanneer – zoals Spinoza stelt  –  God en natuur één zijn, dan hoort de dood bij God, zoals het strand bij de zee hoort. De wrede dood van een gazelle die door een leeuw gepakt en verscheurd wordt is dan dus deel van Gods plan.

Anders ligt het, als de vergankelijkheid geen natuurlijke oorzaak heeft. Eendagskuikens die worden doorgedraaid, omdat ze van een ongewenst geslacht zijn. Veestapels die ‘uit voorzorg’ worden geruimd om de export veilig te stellen. Mensen die worden gedood om hun geloof, om hun politieke overtuiging, om hun seksuele geaardheid, of ‘gewoon’ om geld of macht. Dat heeft allemaal niets te maken met Natuur en dus ook niets met Gods plan.

Nu nog een stapje dichter bij huis, onze eigen vergankelijkheid. Kunnen we die ook accepteren als deel van Gods plan? Dat begint al bij min of meer onschuldige kwalen of kwaaltjes die een blijvend effect op ons leven hebben. ‘Daar zult u mee moeten leren leven’, krijgen we dan vaak te horen. Dan is het eigen lichaam niet meer wat het geweest is en wordt je blijvend herinnerd aan je eigen vergankelijkheid. Als een herfstblad of een dorre tak aan een verder nog groene boom. Gods plan… leer daar maar mee te leven!

 

Albert Klok
remonstrants predikant in Hoogeveen, Meppel en Emmen

Zie ook