Miniatuur: Zwevende nonnen
Foto: Walter Bieri

Miniatuur: Zwevende nonnen

Als ik ’s ochtends mijn rondjes door het park ren, dan ren ik soms een van de nonnen van het klooster om de hoek tegen het lijf. De nonnen rennen niet, dat is ook niet nodig, want ze zweven. Ze zweven met een stoïcijns glimlachje zoals alleen nonnen of oude tantes die op hun gezicht kunnen krijgen. Ik vind het prachtig, die witte gewaden zo in dat park. Maar dat glimlachje, het irriteert me mateloos. Wat wil je mij nou zeggen, met die glimlach? Dat ik me belachelijk maak, met al dat geren in speciaal aangeschafte pakjes? Dat mijn leven aan mij voorbijgaat en ik de verkeerde keuzes maak? Wie loopt er hier nou eigenlijk belachelijk bij? Tegelijkertijd vraag ik me af of ik me niet moet bezinnen: al dat gesport voor een schoon/stoerheidsideaal. Het zal die nonnen waarschijnlijk niets schelen hoe ze er onder hun habijt uitzien. Het gaat om de toewijding tot God. En waar is mijn toewijding? ‘Uhm… geloof jij dan in God?’ is een vraag die mij veel gesteld wordt. Ik weet het niet, is mijn steevaste antwoord. Op zich al een vorm van geloof. ‘Maar waarom ga je dan?’ Ja, weet ik veel. Daarom. En daarom ben ik ook dol op kloosters, religieuze kunst en sacred music. In een klooster of kerk komt dat allemaal samen. De gezangen, de kunst, of die nou modern is of klassiek, de muziek, de geur, het raakt me allemaal diep. Het is niet alleen beperkt tot christelijke plekken. Ik heb het ook als ik onhandig met mijn benen onder mij gevouwen naar Boeddha zit te turen in een oosterse tempel, en ook als ik voorover gebogen met mijn hoofd op de vloer in de moskee lig. Wat er ook allemaal gereciteerd, gezongen of verteld wordt, ik heb geen idee, maar het roert alles in mij.

Sommige kunstenaars gebruiken het thema ook in hun stukken. Dialogues des Carmelites van Poulenc wordt dit seizoen door de Nationale Opera opnieuw uitgevoerd. Na lang beraad en even zoeken besloten Berkvens en Berkvens tóch te gaan: het is dezelfde regie als jaren geleden. Want dát laatste beeld, van de Carmelitessen die één voor één neergaan is fenomenaal. Het gaat door het bot, het is pijnlijk, ontwrichtend en verontrustend. En het is het mooiste operabeeld dat ik heb. Die Carmelitessen sterven voor een weten waar ik me niet in herken, want wat ik geloof weet ik niet.

Mijn zwevende nonnen uit het park zouden zó in de opera van Poulenc kunnen optreden. Hun toewijding is waarschijnlijk oprecht en duidelijk. Die van mij niet. Of ik ook neer zou gaan, vanwege mijn standvastigheid, ik betwijfel het. Dus ren ik mijn rondjes maar gewoon, elke ochtend, en oefen in het voorbijgaan het minzame lachje in mijn renoutfit: het ziet er vast niet uit. Gelukkig ren ik om half zeven en zijn de nonnen de enigen die het zien.

Berkvens & Berkvens

Zie ook