Judith neemt het heft in eigen handen  
Foto: Artemisia Gentileschi

Judith neemt het heft in eigen handen  

Vorig jaar was ik met een groep studenten van de VU (filosofie en theologie) in Rome. Als begeleidend docent mocht ik een college geven. Buiten. Op de Palatijn, naast de Titusboog heb ik de studenten onderhouden over een toepasselijk onderwerp: de Romereis van Arminius, in 1587. Die reis had hij beter niet kunnen maken: de rest van zijn leven is hem nagedragen dat hij heimelijk paapse sympathieën koesterde. Hij had vast de voeten van de Paus gekust. Kijk maar naar zijn verderfelijke leer, die toch overduidelijk afweek van de ware inzichten over de dubbele predestinatie zoals die in de nieuwe geloofsbelijdenis stonden. Nog geheel zorgeloos, en vast zonder veel belangstelling voor de voeten van de paus, wandelde Jacobus Arminius door Rome.

Hij was 27 jaar, had net zijn studie theologie afgerond, in Genève, bij de goed rechtzinnige Beza, en wilde graag nog wat reizen voordat de plicht riep. Ondertussen was de tijd in de Nederlanden verre van zorgeloos. Na jaren van opstand hadden de Nederlanden in 1581 verklaard Filips II niet langer als vorst te erkennen. Een calvinistische republiek was bezig te ontstaan. Een katholieke terrorist, Balthazar Gerards, probeerde dit onheil te keren en vermoordde Willem van Oranje. Het jaar daarna viel het machtscentrum Antwerpen na langdurig beleg in katholieke handen en ontstonden de Zuidelijke Nederlanden als katholieke entiteit. Niet zo’n goed moment dus voor een reisje naar de stad van de paus …

Ingrijpen geboden

De geestelijke stemming van die tijd peilend, kwam ik – onder meer – uit bij een toen razend populaire bijbelse voorvrouw: Judith. Er verschenen allerlei toneelstukken die op het gelijknamige bijbelboek geënt zijn. Een curieus voorbeeld is het Judith- en Holofernesdrama dat de Antwerpse schoolmeester Peeter Heyns schreef voor de meisjesschool waar hij werkte; het werd er opgevoerd in 1582. Kennelijk vond hij de verblindend mooie weduwe die de vijandelijke generaal verleidt, dronken voert en daarna het hoofd afhakt zeer geschikt voor de culturele vorming van de meisjes. (Ze was wel heel vroom natuurlijk.)

De populariteit van Judith heeft ongetwijfeld te maken met de toenmalige discussie over vorsten die volgens het oordeel van hun onderdanen bepaalde grenzen overschrijden. Zoals in dit verhaal gebeurt. Holofernes gaat op pad met de opdracht dat alle godsdiensten afgeschaft worden. De enige god die nog vereerd mag worden is zijn baas, de Assyrische koning.  Judith rekent daadkrachtig af met de vertegenwoordiger van deze goddeloze vorst. Men vond dit mooi. Als een vorst de ware godsdienst bedreigt, dan is ingrijpen niet alleen toegestaan, maar zelfs geboden. Iemand die het daar mee eens was, was Arminius’ leermeester Beza, die tot de school van de ‘Monarchomachen’ behoorde, degenen die vonden dat een vorst zijn recht op de heerschappij kan verspelen. Een zeer actuele discussie in die dagen. Denk aan de bloedige vervolging van de Hugenoten in Frankrijk.

Iemand die iets had met Judith was genoemde Balthazar Gerards. In de buurt van prins Willem van Oranje deed hij zich voor als een ijverig studerende protestant. Naast de bijbel, showde hij graag een recente protestantse bewerking van dit bijbelboek. Het ironische is dat hij het verhaal eenvoudig net even anders kon lezen dan de protestanten: hij kon het moeiteloos toepassen op de tiran die hij van plan was te doden. Wat Willem niet bij uitstek iemand die godsdienst bedreigde? Kort daarvoor had hij zich losgemaakt van de rechtmatige vorst Filips II, en nu was hij bezig de enig acceptabele religie te vervangen door een duistere ketterij. Tijdens de Beeldenstorm waren talloze kerken ontheiligd en beelden en altaarstukken vernietigd. Ook later nog waren er zomaar onschuldige priesters en monniken opgeknoopt.

Balthazar had niet helemaal zelf bedacht dat Willem de Zwijger dood moest. Het was Filips II die de prins, deze ‘hooft beroerder ende bederver van tgeheel Christenrijck’ al in 1580 vogelvrij had verklaard. (Zoals eerder de Paus bij voorbaat zijn goedkeuring had gehecht aan de toekomstige moord op Queen Elizabeth I van Engeland).

Moralistische vertelling

Voor degenen die het verhaal niet direct paraat hebben: het boek Judith is een onhistorisch verhaal dat verschillende historische verhaallijnen door elkaar mixt voor een mooie moralistische vertelling. De Assyriërs zijn bezig het hele Nabije Oosten te veroveren, ze zijn oppermachtig, en het ene na het andere land onderwerpt zich vrijwillig. Wie dat niet doen, worden veroverd en afgeslacht. Alleen Judea houdt nog stand. Men is zeer bevreesd dat het leger Gods eigen tempel zal plunderen en onteren. Een cruciale rol is weggelegd voor het aan een bergpas gelegen Betulië, dat de toegangsweg naar het land blokkeert. De gevreesde generaal Holofernes slaat dan zijn kamp op voor Betulië en belegert de stad. De waterbronnen snijdt hij af. Ze zullen zich snel moeten overgeven. De leiding van de stad geeft na 34 dagen de moed op. Ze geven God nog 5 dagen de tijd (bijna tot aan de 40, telt de lezer snel op) om de stad te redden, anders moeten ze zich overgeven. Dan komt de vrome Judith in actie. Ze vindt dat je God niet op deze manier op de proef kunt stellen. Waarom doe je zelf niet wat?

En ze geeft het goede voorbeeld. Ze leefde teruggetrokken en in rouw, gekleed in stemmig zwart. Maar nu maakt ze zich op, trekt haar mooiste kleren aan, neemt haar slavin mee, die een grote mand met koosjer eten meedraagt, en ze begeeft zich naar het vijandelijke kamp. Zogenaamd omdat ze wil overlopen. Ze vraagt wel permissie om volgens de regels van haar geloof buiten het kamp te mogen eten. Dus het leger is eraan gewend haar telkens met haar mand het kamp te zien verlaten voor een uurtje. Maar op een dag bevat de mand niet de koosjere maaltijd maar het hoofd van Holofernes. Dat zit zo: ze flirt erop los, maar houdt Holofernes tegelijk op afstand. Pas na een aantal dagen stemt ze erin toe om te komen dineren. Privé, gezellig met zijn tweetjes, al het personeel weggestuurd. Holofernes is zo door het dolle dat hij veel te veel drinkt. De liefde bedrijven wil dan niet meer. Sterker, hij valt ten slotte in haar aanwezigheid in slaap. Dan spreekt Judith een laatste gebed en scheidt met twee ferme slagen hoofd van romp. De slavin staat klaar met de mand.

Caravaggio

Een paar jaar na de Romereis van Arminius arriveerde Caravaggio in de eeuwige stad. Eén van de beroemdste werken van de temperamentvolle jongere tijdgenoot van onze voorvader is een grote onthoofding van Holofernes. Ik heb de VU-studenten dringend (maar tevergeefs) opgeroepen zich naar het Romeinse museum te begeven waar dit bloederige prachtwerk hangt. Caravaggio kon zich voor dit werk in Rome op straat laten inspireren. De toenmalige paus trad streng op tegen de criminelen van de stad, en zijn voorkeursstraf was de openbare onthoofding.

In 1620 is Caravaggio’s Judith ‘nageschilderd’, maar dan anders, door Artemisia Gentileschi. Volgens het verhaal drukte zij met haar versie haar gevoelens uit nadat haar leermeester, een kunstvriend van haar vader, haar in het atelier verkracht had. Voor de liefhebbers: aan het spuiten van het bloed is te zien dat Artemisia zich hier echt in verdiept heeft. Caravaggio doet maar wat, bij haar is het spuiten volledig natuurkundig verantwoord.

Bert Dicou
Redactie AdRem,  predikant in de doopsgezind-remonstrantse gemeente Hoorn

Zie ook