Joost Röselaers:  Terugkeren naar de basis, naar het lokale werk.

Joost Röselaers:  Terugkeren naar de basis, naar het lokale werk.

Op 19 november, tijdens een Algemene Vergadering van Bestuur, is Joost Röselaers unaniem gekozen tot algemeen secretaris van de Remonstranten. Zijn benoeming gaat in per 1 januari 2017.  Op het moment is hij nog predikant van de Nederlandse Kerk in Londen.  Na zijn verkiezing hield hij de volgende toespraak: 

Op de vooravond van de Amerikaanse verkiezingen werd in NRC Handelsblad uitgelegd, waar de ideale aanvaardingstoespraak aan moest voldoen. In een dergelijke toespraak moet je: jouw voorganger loven; je moet in grote lijnen uiteenzetten wat je van plan bent, je dankt jouw familie en God, en tenslotte draag jij de overwinning op aan degenen die jou gekozen hebben: dit is uw overwinning! Nu vormen wij als Remonstranten geen natie. Wij zijn een kerk. De aard van ons werk is van een geheel andere orde dan van de politiek. Toch bood de genoemde leidraad mij enige houvast.

En ik wil dan ook beginnen, met het noemen van mijn voorganger. Tom Mikkers, ik stel het zeer op prijs dat jij mij vandaag hebt toegesproken, en het is een grote eer om in jouw voetsporen verder te gaan. Dankzij jou is de organisatie sterk vernieuwd en verstevigd, en is vooral de blik weer gericht naar de buitenwereld. Dat deed jij samen met een aantal uitstekende collega’s, en ik zie ernaar uit om met hen samen te werken: met Tom Harkema (die op voortreffelijke wijze de taken van Tom Mikkers overnam), en met Liesbeth, Michel, Mariëlle, Rika en Jaap.

Gemeenten versterken

Vertegenwoordigers van gemeenten en predikanten, U wilt vast weten wat mijn plannen zijn voor de komende jaren. Ik wil de komende jaren terugkeren naar de basis: naar het lokale werk. Ik denk de komende tijd graag met u na over de vraag, hoe we onze gemeenten kunnen versterken: want dat is volgens mij hard nodig. Hoe we kunnen zorgen voor een aanbod dat beter aansluit bij de vragen en verwachtingen van deze tijd? Ik denk met name aan: de vormgeving van onze diensten, andere momenten van bezinning, en nieuwe vormen van spiritualiteit (dit zijn precies de punten in het beleidsplan waar nodig aandacht aan geschonken moet worden). En over de vraag, wat het landelijk bureau in deze kan betekenen. Niet alleen wat campagnes betreft, en PR, maar ook het versterken en verdiepen van het plaatselijke aanbod.

Daarnaast wil ik een landelijke aanbod aan activiteiten ontwikkelen, zoals weekends voor jonge ouders, bezinningsdagen, retraites. Dergelijke eenmalige activiteiten sluiten goed aan bij de behoeftes van deze tijd en vormen een goede eerste introductie met het remonstrantse gedachtegoed.

Ik wil ook met predikanten nadenken over de invulling van hun werkzaamheden. Hoe zorgen wij ervoor dat zij geïnspireerd blijven en inspirerend zijn? Worden zij vanuit het landelijke wel genoeg gestimuleerd en bijgestaan? En wat voor predikanten hebben wij nodig in de toekomst? In Londen heb ik alle ruimte ervaren om nieuwe activiteiten te organiseren. Daar heb ik energie van gekregen, en hoop: de kerk zal blijven bestaan. Mijn ervaringen uit Londen neem ik graag mee in mijn werkzaamheden. De context is geheel anders, maar het gaat mij erom dat predikanten de ruimte ervaren, om geïnspireerd en inspirerend te blijven. En het gaat erom, dat predikanten zichtbaar zijn in de samenleving: in verschillende media, en op plaatselijk niveau. Wij laten nog te weinig van ons zien.

Dit is ons verhaal

En tenslotte wil ik met u nadenken over ons verhaal. Waar staan wij voor en waar doen wij het voor? Waarin zijn wij nog onderscheidend en vernieuwend? Ik ben ervan overtuigd dat Remonstranten nog wat te bieden hebben, anders begon ik er niet aan. Ik geloof erin, omdat Remonstranten juist altijd de grenzen opzoeken, en er soms ook overheen durven te stappen. Wij staan voor een erudiet en vooruitstrevend geluid. En dat geluid moet blijven klinken – tegenwoordig misschien wel meer dan ooit: omdat de nuance en het vrijzinnige geluid dreigen te verdwijnen, maar ook omdat er in de samenleving zo’n verlangen is naar een open plek voor zingeving. Aan de vraag en de behoefte naar spiritualiteit zal het niet liggen. Maar ons aanbod sluit er lang niet altijd op aan.

Tot zover volgde ik de instructie uit de NRC voor een aanvaardingsrede. Alleen op het laatste punt van de instructie vaar ik een andere koers: ‘Dit is uw overwinning!’ Want het christelijk geloof is geen geloof van winnaars,  en ik ben ook niet degene die voor u uit zal trekken in een triomftocht. In het spoor van onze hoogleraar Christa Anbeek is het nu eerder een tijd

om onze kwetsbaarheid in alle eerlijkheid te tonen. De situatie binnen onze kerken geeft ook weinig redenen voor triomfalisme. Het is eerder een reden voor bezorgdheid, en het vraagt aan ons om samen op te trekken.

Tenslotte: er zijn zorgen, maar er is ook genoeg om dankbaar voor te zijn. Ik wil een groot dankwoord uitspreken aan Anne-Rose en onze twee kinderen. Ik durf het aan, om aan deze uitdaging te beginnen, doordat ik mij gesteund weet door een stabiele en liefdevolle thuisbasis. Ik wil ook degenen danken met wie ik de afgelopen maanden gesprekken voerde,

de beroepingscommissie, en de commissie tot de zaken. Het was een intensief en spannend traject, en dat geeft bovenal aan dat u uw taken buitengewoon ernstig hebt genomen. Ik zie uit naar een goede samenwerking met de CoZa, en zeker ook met Teddy van der Burg.

Gebed voor onszelf

En bovenal spreek ik hier het dankwoord uit, dat normaal slechts klinkt in de stilte van mijn gebed. Een dankwoord aan God, voor al het goede dat wij op onze levensweg tegenkomen.

En vandaag met name voor onze dierbare Remonstrantse Broederschap. Een gemeenschap die open wil zijn naar iedereen; Die geworteld is in het goede nieuws van de opstanding van Jezus; En die in vrijheid en verdraagzaamheid God wil eren en dienen.

De eersten zijn de laatsten, en de laatsten zijn de eersten. Dat aspect ontbreekt bij elke politieke aanvaardingstoespraak. Maar in een kerk ontkom je er niet aan: niet alleen als je op het schild wordt gehesen, maar dagelijks. U verwacht veel van mij. Dat stemt mij vooral bescheiden, en het doet mij beseffen, dat ik het een buitengewoon voorrecht vind, om de komende jaren uw algemeen secretaris te mogen zijn.

Zie ook