Inspiratie: Zonne der Gerechtigheid
Foto: Paul van de Velde

Inspiratie: Zonne der Gerechtigheid

In het oude Egypte werd de zon vereerd. Koningen werden er beschouwd als zonen van de zonnegod Ra. In schril contrast daarmee staat de zon aan de bijbelse hemel. Niks geen buitengewone verering hier. In het scheppingsverhaal waarmee de bijbel begint wordt de zon niet eens met name genoemd. Op de eerste dag is er licht en duisternis. Maar pas op de vierde dag worden de grote lichten gecreëerd: de zon en de maan. Ze zijn functioneel; je kunt ze bij wijze van spreken met een touwtje aan en uit doen. Opvallend genoeg is er weer sprake van de zon aan het eind van de bijbel, in het laatste boek: Openbaring. Het boek beschrijft een droom van Johannes. Of beter gezegd: een nachtmerrie, want de beelden waarin Johannes de ondergang van mens en aarde schetst zijn zo levendig dat ze Jeroen Bosch hebben geïnspireerd. De bijbel eindigt zoals hij begint: zonder zon en maan, maar met licht. Bij het droombeeld van het nieuwe Jeruzalem hoort een eindbeeld waarin de stad de verlichting niet meer nodig heeft, want “de heerlijkheid Gods verlicht haar”.

Spotlights

Tot die tijd moeten we het doen met kosmische verlichting. De zon en de maan als spotlights op het toneel van het bestaan. Zo functioneren ze ook in andere teksten in de bijbel waarin de zon schijnt. Zo gaat de zon niet onder als het volk strijd moet leveren (Jozua). En de profeet Maleachi (4, 2) spreekt over de “zonne der gerechtigheid”.  Deze zon vinden we terug in de spreuk op het Academiegebouw van de Universiteit Utrecht. Sol iustitiae illustra nos, staat er. Zonne der gerechtigheid verlicht ons. Een toepasselijke bede, want het apocriefe Boek der Wijsheid (van Salomo) verwijst naar de Zon der Gerechtigheid uit Maleachi: “Het licht der waarheid heeft ons niet verlicht en de zon van het verstand (inzicht) is voor ons niet opgegaan”. Dat het een bede is, is herkenbaar. Het helpt niet om je dagen met je neus in de boeken te slijten. De “zonne der gerechtigheid” valt plotseling binnen, die momenten van inzicht heb je niet in de hand. Deze “zonne der gerechtigheid” roept bij mij steevast het beeld op van een vergrootglas waarin je de zon kunt opvangen zodat papier gaat branden. Zo fel uitgelicht zie je de oplossing van een probleem voor je. In de wetenschap is dat een waar eureka momentje.

Verlichte momenten

Het geestelijk leven kent ook van die verlichte momenten: ze zijn er bijvoorbeeld als je zorgen in een ander, omvattender, licht worden geplaatst. Of als je opeens, door een enkel woord of iets dat je leest, of een flard van een gesprek zomaar op straat, haarscherp voor je ziet wat je te doen staat. Net als de wetenschappelijke helderheid overvalt dat licht je zonder dat je er controle over hebt.

Hans Andreus dicht erover:
“gelukkig dat / het licht bestaat / en dat het met me doet en praat / en dat ik weet dat ik er vandaan / kom, van het licht of hoe dat heet.” (Uit: Holte van licht, Haarlem. Uitg. Holland, 1975)

Ook dat inzicht in het inzicht verlicht ons van tijd tot tijd.

 

Sigrid Coenradie
remonstrants predikant in het Penninckshuis in Deventer

 

Zie ook