in memoriam Joost Wery

in memoriam Joost Wery

Eenheid in het nodige
Vrijheid in het onzekere
In alles de liefde

Deze woorden staan boven de rouwbrief van Joost Willem Wery, één van onze oudste emeritus predikanten, die op 1 juni 2016 op bijna 93-jarige leeftijd overleed. Woorden van de aloude ‘remonstrantse’ zinspreuk die in essentie weergeven waar Joost voor stond: solidariteit in de elementair noodzakelijke levensvoorwaarden; vrijheid en verdraagzaamheid waar inzichten tekort schieten; liefdevolle aandacht op alle terreinen van het leven.

Ik had het voorrecht om in de Rotterdamse gemeente ruim vijf jaar met hem te mogen samenwerken, tot aan zijn emeritaat in 1987. Joost had toen al een hele carrière achter de rug, waarvoor de grondslag werd gelegd op het Vrijzinnig Christelijk Lyceum te Den Haag. De ouders van Joost waren niet godsdienstig, maar lieten hun kinderen vrij. De keuze voor het VCL bracht Joost in aanraking met de vooraanstaande remonstrantse predikant Fr. Kleijn, die een belangrijke rol in zijn leven zou spelen. Maar eerst werd het de rechtenstudie, zoals in zijn familie gebruikelijk was. In Groningen haalde Joost zijn kandidaats  –  mede door de invloed van Kleijn werd het toch de theologie.

Joost kwam bij G.J. Heering op het remonstrants Seminarium in Leiden, waar hij in 1951 afstudeerde. Nog in hetzelfde jaar ging hij naar Friedrichtstadt, onze enige buitenlandse gemeente. De columns die hij schreef in het deftige Haagse dagblad ‘Het Vaderland’ over zijn eerste ervaringen als predikant oogstten veel waardering bij zijn vader en diens confrères, die nu beter begrepen waarom de jurist-in-spe de theologische kant was opgegaan. Intussen was Joost getrouwd met Conny Feith, die hij nog kende uit zijn studententijd. Het huwelijk werd ingezegend door Kleijn. Ook Conny was het kerkelijke wereldje vreemd, op kritisch solidaire wijze heeft zij al die jaren haar man in dit ongrijpbare werk bijgestaan.

Joost doorliep een veelzijdige carrière. Na Friedrichstadt kwamen Oosterbeek (1954), Haarlem (1956) en Rotterdam (1968). Naast een druk gemeenteleven ontplooide Joost een veelheid aan activiteiten in de Broederschap en daarbuiten: voorzitter van het Convent, curator van het Seminarium, lid van de commissies Oorlog en Vrede en van de Medisch-Ethische Commissie. In Rotterdam was hij de eerste predikant die participeerde in een dergelijke commissie in het Sophia Kinderziekenhuis. Maar ook was hij daar de eerste die contacten legde met de moslims en die in oecumenische verbanden actief was.

In dit alles was hij op zoek naar wat mensen beweegt in hun godsdienstige betrokkenheid. Het was voor hem steeds een worsteling om aan dit alles gestalte te geven. Maar de buitenwacht heeft van die strijd weinig gemerkt. Zijn vrolijkheid en opgewektheid, de ‘losheid’ van zijn ontwapenende optreden gaven de indruk van een zorgeloze persoonlijkheid. Dit hele scala van zijn veelzijdige arbeid werd gedragen door een bewogen barmhartigheid – ‘in blijmoedigheid’ (Romeinen 12:4-8), zijn intredetekst in Rotterdam. Bij zijn afscheid werd een symposium gehouden, waarvan de teksten werden gebundeld in een boekje ‘Ongrijpbaar? Geloof en geluk in fragmenten’. Joost had dit onderwerp aangedragen  –  wie het boekje leest, begrijpt waarom. Wij gedenken hem als een predikant die de ‘ongrijpbaarheid’ van dit ambt op een gelovige en gelukkige wijze gestalte heeft gegeven.

Eric Cossee

Zie ook