‘Als God een mens kan omarmen, dan moet dit zijn hoe dat voelt’
Foto: Dimashoo

‘Als God een mens kan omarmen, dan moet dit zijn hoe dat voelt’

Je laat je dagelijkse leven achter je voor de duur van weken of zelfs maanden. In een rugzak neem je alles mee wat je nodig hebt, of nee, neem je alléén mee wat je écht nodig hebt. Want je moet die rugzak elke dag dragen terwijl je te voet naar Santiago gaat. Je ervaart van alles. Vermoeidheid, de schoonheid van de natuur, mooie ontmoetingen, pijnlijke voeten. Je ervaart rust, stilte, eenzaamheid. Maar kun je ook God ervaren op de Camino?

Bij een antwoord op die vraag denk ik meteen aan een keerpunt op mijn Camino. Letterlijk. Want toen in het Cruz de Ferro had bereikt – een groot ijzeren kruis op een houten paal op een berg in de buurt van Astorga – besloot ik om om te keren. De ervaring die ik die dag had, maakte dat ik mijn Camino voor voltooid verklaarde hoewel ik nog geen voet in Santiago de Compostella had gezet.

Vertrouwde metgezel

Op de dag dat ik het Cruz de Ferro zou bereiken vertrok ik vroeger dan anders. Het was nog donker toen ik de deur van de herberg achter me dichttrok. Ik had de pelgrims waar ik de afgelopen dagen mee had opgelopen gedag gezegd. Deze etappe wilde ik graag alleen doen. In een kleine anderhalf uur die de klim van zes kilometer me kostte, zag ik het licht worden. Ik stopte een aantal keer om me te vergapen aan de lucht en het uitzicht vanaf de berg. En toen kwam het kruis in de verte in zicht. Mijn pas vertraagde, zoals je je kauwen soms vertraagt als je iets goed wil proeven. Ik wilde met volle aandacht de berg oplopen.

Ik weet nog flarden van het gebed dat toen door mijn hoofd raasde. Ik had tijdens de Camino veel gebeden. Het was begonnen met een soort innerlijke dialoog. Met mezelf of denkbeeldige gesprekken met vrienden van thuis. Soms kwam ik tot een inzicht, wat ik dan snel opschreef in mijn dagboek. Tot op een gegeven moment een zwijgzame gesprekspartner zich in het gesprek voegde. Het denken was bidden geworden, eenvoudigweg doordat ik de behoefte had om God aan te spreken. Ik verwachtte geen stem uit de hemel, maar misschien hoopte ik dat God mijn denken op een of andere manier zou sturen of inspireren of op zijn minst zou verstaan. God was al wandelend een vertrouwde metgezel geworden op mijn trip door Spanje.

Ballast achterlaten

Aan het Cruz de Ferro is een oud pelgrimsgebruik verbonden. Het kruis staat op een heuvel van kleine steentjes. Elk van deze stenen is door een pelgrim van thuis of van de startplaats van zijn of haar pelgrimage meegenomen en staat symbool voor iets dat de pelgrim achter zich wil laten. De pelgrim legt als het ware zijn ballast aan de voet van het kruis.

Terwijl ik het kruis tegemoet liep, dacht ik na over wat mijn pelgrimage me tot dusver had gebracht. Ik had gemerkt dat ik beetje bij beetje mijn hang naar zekerheid had kunnen loslaten. Dat ik aan zelfvertrouwen had gewonnen, maar ook aan vertrouwen op het leven zelf. Ik had helderheid gekregen over de keuzes die me te wachten stonden, zoals werk en vervolgstudie. Ik had mijn intuïtie leren herkennen tussen de wirwar van rationele afwegingen en sociale verwachtingen die mijn hoofd vulden. En het was die intuïtie die mijn meest waardevolle kompas was geworden. Het voelde alsof ik thuis was gekomen bij mezelf. Alsof ik allerlei ruis en maskers achter me had gelaten. Alsof ik thuis was gekomen in mijn eigen leven. En het voelde alsof ik op een nieuwe manier thuis was gekomen bij God. Terwijl ik de berg opliep drong dat besef steeds sterker tot me door. Ik had er zelf steeds weer dingen tussen geplaatst. Twijfels, scepsis, rationele bezwaren. Vragen van vrienden waar ik geen antwoord op had. Ideeën over hoe een weldenkend mens over God moet denken en hoe niet. Ik had mezelf aangeleerd dat gevoel en emotie minder waard waren dan ratio. En toch verlangde ik ernaar God te ervaren.

Gebed op leven en dood

En nu, terwijl ik stap voor stap de berg op liep, worstelde ik me door die barrière van obstakels heen. Het leek een gebed op leven en dood. Van buiten leek ik misschien een ontspannen wandelaar, maar van binnen werd ik totaal verscheurd. Ik schreeuwde het bijna uit naar God. Ik vond misschien dat ik het wel verdiend had, nu ik me hier al zeshonderd kilometer probeerde open te stellen voor Hem. Mijn pelgrimage had dit – zo besloot ik – tot doel gehad. Ik wilde kiezen voor overgave. Mijn intuïtie volgen. Een ‘leap of faith’ nemen en erop vertrouwen dat God me voortaan zou dragen ook al kon ik er met mijn ratio niet bij. Alles in me streed voor die overgave. Tot dan toe had ik steeds geprobeerd God in mijn wereldbeeld in te passen. Ik wilde wel op het water lopen, maar bleef toch ook liever met één been in de boot.

Ik beklom de heuvel van steentjes en legde de schelp die ik daarvoor had meegenomen bij de voet van het kruis. Ik stapte achteruit en liep na een tijdje de heuvel weer af. Ik bleef nog een tijdje bij het kruis hangen. Er kwamen en gingen andere pelgrims. Soms maakte ik behulpzaam een foto terwijl zij bij het kruis poseerden. Het ging allemaal een beetje langs me heen. Toen ik weer langzaam de berg afliep, viel me op dat alles lichter leek. Ik had, zo zie ik het, mijn leven in Gods hand gelegd. Met God geworsteld, me overgegeven en toch gewonnen. Het gaf me een diep gevoel van sereniteit en tegelijkertijd een soort euforie. Als God een mens kan omarmen, dan moet dit zijn hoe dat voelt.

Kun je God ervaren op de Camino? Kuitert zou zeggen: ‘alles van boven komt van beneden’. Zelf zeg ik het liever met de woorden van Marcel Proust: ‘De ware ontdekkingsreis ligt niet in het bezoeken van verre landen, maar in het kijken met andere ogen’. Je hoeft niet naar de Camino om God te ervaren, maar een ervaring als de Camino kan je helpen om te kijken met andere ogen.

Leonie van Staveren

Zie ook