Het zwijgen van God
Foto: Pabak Sarkar

Het zwijgen van God

Als je onze publiciteitscampagne in aanmerking neemt, dan lijkt het of God zonder ophouden met ons bezig is en zich voortdurend manifesteert. Hij is maar druk: mijn God trouwt homo’s, Hij laat vrouwen voorgaan, doet niet aan dogma’s, kijkt niet op me neer, laat zich niet kennen en Hij kan bovendien tegen een grapje. Ervaart de gemiddelde remonstrant ook deze kennelijk steeds zo aanwezige God?  In onze naoorlogse cultuur is juist de afwezigheid van God een steeds terugkerend thema in de theologie, de kunst en de literatuur. De romanschrijver Jan Siebelink vertrouwt ons toe: ‘Het zwijgen van God is misschien wel mijn grootste angst’. Je komt het tegen in de geschriften van de Joods-Amerikaanse schrijver Eli Wiesel, die als enige van het gezin de Holocaust overleefde. Die ervaring leidde tot zijn eerste roman met de titel ‘En de wereld zweeg’. Het is niet alleen God die zweeg, een God die afwezig was, het was ook de medemens, de wereld die zweeg en afwezig was. Onze worsteling of er een God is die spreekt en voor ons opkomt, gaat vaak samen met een worsteling of er mensen zijn die hun mond open doen bij onrecht en die er voor ons zijn als we ze nodig hebben. In het verhaal van Jakob aan de rivier de Jabbok (Genesis 32), in de nacht van zijn leven, heeft hij heel wat uit te vechten. Letterlijk. Met wie? Met een mens, met zichzelf, of met een engel, of is het God? En hij hoort zeggen: ‘je hebt met God gestreden en met mensen’.

Niemand

De ervaring van de afwezigheid van God, van zijn zwijgen als het erop aan komt, staat in een schril contrast met vele verhalen in de bijbel waar God regelmatig en duidelijk spreekt. De God van jodendom en christendom wordt gepresenteerd als een levende en sprekende God. Elie Wiesel nam in Auschwitz afscheid van die God. Later begon hij toch weer over Hem te spreken. Dit  verlangen naar God en tegelijk het vaststellen dat Hij afwezig is, lijkt typerend voor onze moderne cultuur.

Voor vele christenen nu is het zwijgen van God een probleem. Je lichaam laat je lijden, mensen doen je verschrikkelijke dingen aan, maar de hemel zwijgt. Je krijgt geen antwoord. Er gebeurt niets. Neem het iemand maar eens kwalijk dat hij niet meer in God of in het goede kan geloven als hij het kwaad in zijn meest afschuwelijke vormen in de ogen heeft gezien. Het leven heeft hem immers geleerd dat, als het erop aan komt, er niemand is die spreekt en tussenbeide komt.

En wij liberale gelovigen dan?

Hebben liberaal denkende gelovigen een antwoord op het zwijgen van God? Vrijdenkers vind je overal, ook binnen heel traditionele, orthodoxe groeperingen. Wat ze gemeen hebben is de moeite die ze hebben met concrete voorstellingen van God en met zijn zwijgen. Zij geven ruimte aan gerechtvaardigde vragen van de mens van nu.

Talloze aanvliegroutes

Er zijn er twee die actueel zijn en die ik onder uw aandacht wil brengen. Dat is de Frans-joodse filosoof Marc-Alain Ouaknin (1957) en de Tjechische priester Tomas Halik (1948).

De eerste is velen van u niet meer onbekend sinds de introductie die Christiane Berkvens over hem schreef en de beraadsdag waar hij sprak. ‘Ik ben een atheïstische rabbijn, God zij dank,’ zegt hij. ‘Ik richt mij tot elke stroming, binnen en buiten het jodendom’.   De vraag of God bestaat is passé omdat de vraag in een verkeerde taal wordt gesteld, namelijk die van de logica en de kennis. De goede taal speelt zich af in een andere dimensie, die van verhalen, de verbeelding en de kunst.  God is de Onzegbare, hoger, dieper en diverser dan wij kunnen bedenken. God is een ‘misschien’,  een hypothese, niet te vangen in een woord zoals ‘god’.  God ìs niet, maar God spreekt. Wat God doet is belangrijker dan wie of wat God is. God geeft iedereen de vrijheid om zijn eigen contact met het goddelijke te ervaren. Een God die zo onmetelijk groot is en zo onzegbaar, dat hij mijn verstand te boven gaat. Maar wel een God die men persoonlijk kan benaderen, omdat er talloze aanvliegroutes zijn.

Laatste anker: God bestaat

Tomas Halik, de tweede schrijver die ik onder aandacht wil brengen, heeft een geheel andere achtergrond. Hij is bijna tien jaar ouder en een van de belangrijkste Oost-Europese intellectuelen.  Halik woont in Tsjechië, erkend als het meest atheïstische land van Europa. Ten tijde van het communisme werd hij in het geheim tot rooms-katholiek priester gewijd. Nadien was hij vertrouweling van president Vaclav Havel. In 2007 publiceerde hij Geduld met God. ‘Twijfel als brug tussen geloven en niet-geloven’. Wat hij gemeen heeft met Ouaknin is dat hij de dialoog aangaat met de goeddeels geseculariseerde buitenwereld. Waarin hij verschilt van de rabbijn: hij noemt zich niet een atheïstisch priester. De zin waarmee zijn boek opent, luidt: ‘Op veel punten ben ik het met atheïsten eens, vaak op bijna ieder punt – behalve in hun geloof dat God niet bestaat’.  Dat is een interessante premisse: je durft alles ter discussie te stellen, je staat open voor elke tegenspraak, maar geeft slechts één ding niet op en dat is de uitkomst die voor jou (bij voorbaat?) vast staat, n.l. dat God bestaat.

In  Geduld met God vinden we het resultaat van Halíks pogen om de juiste toon te treffen in de ontmoeting met de areligieuze ander. Hij laat zich daarbij inspireren door de bijbelse figuur van Zacheüs. Deze klom in een boom toen Jezus voorbij kwam, omringd door een grote menigte (Lucas 19). Mensen als hij zijn “zoekend en nieuwsgierig, maar willen ook afstand en overzicht houden”. Herkennen we in hem wat dat betreft niet de gemiddelde remonstrant? Halík wil de mens die zich onzeker in de boom verschuilt, omarmen en mee nemen in de zoektocht naar wie God is. Want daar is de auteur zeker van: God moet je blijven zoeken. Je moet geduld met hem hebben. Wat dat dan oplevert?  Een geloof dat er is voor ‘de momenten van schemering, van meerduidigheid van het leven en de wereld, maar ook voor de nacht en de winter van Gods zwijgen’.

God is aanwezig, ook als hij zwijgt  

Maar wat moeten we ondertussen met al die bijbelverhalen waarin bij herhaling staat ‘En God sprak’? Waarom sprak God vroeger zo vaak en zo duidelijk en nu nooit meer? Als er in een bijbelverhaal staat : ‘God sprak’, wordt er dus niet bedoeld – zo lezen we bij deze auteurs – dat Gods stem luid en duidelijk uit de hemel heeft geklonken. De auteurs tonen aan dat formuleringen zoals ‘God sprak’ conclusies waren van een lang en complex proces waarbij het volk, koningen of kroniekschrijvers erachter probeerden te komen of een boodschap werkelijk van goddelijke oorsprong was. De conclusie werd vervolgens uitgesproken door een profeet. Dan is er een periode van een zwijgen, van stilte, van nood en een gebrek aan antwoord aan vooraf gegaan.

Het goddelijk zwijgen is niet gelijk aan goddelijke afwezigheid. Iemand die zwijgt, kan heel aanwezig zijn! Een zwijgende God is een aanwezige God die ons de ruimte geeft om te zoeken, die niet spreekt maar luistert, er is en die zich openbaart in je persoonlijke worsteling, in de nacht van het leven. De vraag is of het zwijgen van God in onze tijd wel het werkelijke probleem is. Moeten gelovigen zich niet actiever engageren tegen bijvoorbeeld onrecht, in plaats van te klagen dat God zwijgt? De Franse katholieke hoogleraar Charles Wackenheim zegt:  “Als God zwijgt moeten mensen spreken.”
Peter Korver
Predikant van De Kapel in Hilversum

Zie ook