Wie beschermt de soefi’s in Macedonië?

Wie beschermt de soefi’s in Macedonië?

In 2002 vielen gewapende mannen een historisch kloostercomplex binnen in de stad Tetovo, in de voormalig Joegoslavische Republiek Macedonië. De orde die dit klooster had gesticht is de islamitische Bektashi (soefi) orde, het complex de 17e eeuwse Harabati Tekke. Dit complex omvat  behalve een plaats van samenkomst, stallen, woongedeelten, en gastenverblijven, ook een begraafplaats en enkele belangrijke graven van heiligen. De mannen bezetten enkele gebouwen; zij gaven als verklaring van hun actie, dat zij er ‘opnieuw’ een moskee van wilden maken. (In feite is er nooit een moskee op het terrein geweest.) Ondanks herhaaldelijk aandringen is er door de plaatselijke overheid niet ingegrepen, waaruit valt op te maken dat de actie is ondernomen met stilzwijgende instemming van de lokale moslimautoriteiten. Tot op de dag van vandaag worden bezoekers geconfronteerd met de door deze groep aangestelde ‘bewakers’; wie het kleine hoekje wil bezoeken, waar zich het verblijf van de laatst overgebleven Bektashi dervish bevindt, kan nauwelijks om hen heen. Speciaal met het oog op deze situatie besloot de IARF (International Association for Religious Freedom, waarbij de Remonstranten zijn aangesloten) zijn Europese conferentie in Macedonië te houden; de deelnemers hebben de Tekke bezocht en er gesproken met de ‘Baba’ (vader, priester) die er het opzicht over heeft.

Het Bektashi karakter van de Tekke is onmiskenbaar en onbetwist; de Bektashi in Macedonië maken dan ook aanspraak op het eigendom van de Tekke (= klooster). Het is hun echter onmogelijk gemaakt dit te realiseren omdat zij niet als religieuze groep worden erkend door de regering, en daardoor geen rechtspersoonlijkheid kunnen krijgen. Het probleem van erkenning speelt in Macedonië breder; ook de orthodoxen hebben ermee te maken. De orthodoxe kerk die internationaal wordt erkend door orthodoxe kerken, wordt niet door de Macedonische staat getolereerd; haar priesters en kloosterlingen worden lastiggevallen met aanklachten, en bedreigd met vrijheidsberoving. Daarnaast is er een Macedonische orthodoxe kerk, die wel erkend wordt. Veel andere landen, ook Westerse, hanteren een lijst van als geloofsgemeenschap erkende organisaties, veelal met het oog op belastingvrijdom, maar meer en meer ook om buitenlandse invloeden buiten de deur te houden. Het moge duidelijk zijn dat een lijst van toegestane godsdiensten gemakkelijk kan worden gehanteerd als (politiek) pressiemiddel in landen met een democratie die door corruptie is ontwricht. Nederland kent dergelijke wetgeving niet: kerken kunnen de ANBI status verkrijgen op dezelfde voorwaarden, als die, waaraan niet-religieuze ‘goede doelen’ moeten voldoen.

Scheiding kerk en staat

Vrijheid van godsdienst is bij uitstek een zaak waar Remonstranten aan hechten. De naam van ons kerkgenootschap verwijst naar een verzoekschrift dat in 1610  werd aangeboden aan de regering van de (nog nieuwe en niet-erkende) Republiek. Hierin vroegen zij om verdraagzaamheid t.a.v. hun meningen, die in vijf stellingen werden geformuleerd, en bescherming van hun gemeenten. Tot het eind van de 18e eeuw waren het vooral minderheden die godsdienstvrijheid voorstonden; ook werd scheiding van kerk en staat veelal niet als ideaal gezien. Met de komst van de Verlichting (vanaf eind 17e eeuw) kwamen er theorieën op over overheid en burgerschap, waarin de bemoeienis van de staat in godsdienstzaken sterk werd beperkt. Vele verklaringen van rechten van burgers en van ‘mensen’ zijn sindsdien geproclameerd. De bekendste hieronder is de zogenaamde Universele Verklaring van de Rechten van de Mens; artikel 18 betreft godsdienstvrijheid. Deze Universele Verklaring is ondertekend door de meeste staten, maar omdat de UVRM als resolutie van de algemene vergadering van de Verenigde Naties is aangenomen, is hij als zodanig niet juridisch bindend. Voortbouwend op dit fundament zijn echter negen kernverdragen gesloten die elk een aspect van de mensenrechten voor hun rekening nemen. Godsdienstvrijheid is daar niet bij.

Godsdienstvrijheid bevechten

Door de Europese commissie zijn richtlijnen aangenomen betreffende de externe politiek t.a.v. inbreuken op godsdienstvrijheid. Deze genieten echter weinig bekendheid, zelfs onder de eigen ambtenaren. In het Europees Parlement wordt daarom ook zelfstandig aan godsdienstvrijheid gewerkt; hiertoe is een parlementaire intergroep in het leven geroepen voor vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing en godsdienstige verdraagzaamheid. (EP  intergroup on FoRB & RT). Twee lobbygroepen zijn voor Remonstranten relevant: EPPSP (‘sécularité’) en ENORB (religieuze minderheden). Ook zijn veel levensbeschouwelijke groeperingen zelfstandig actief in de wandelgangen – het spreekt vanzelf dat onze vrijzinnige kerken hiervoor te klein zijn; ook de IARF heeft hiervoor onvoldoende mensen en middelen.

Voor Nederland is het belangrijkste, bindende, verdrag, waarin de vrijheid van godsdienst wordt gewaarborgd, het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens, geratificeerd in 1954. Het Europese hof van de Rechten van de Mens (in de volksmond ‘Straatsburg’) houdt hierop toezicht en zijn uitspraken zijn bindend. Toezicht op naleving (de politietaak) is in handen van het Comité van Ministers van de Raad van Europa. Onder druk van de Verenigde Naties is bovendien het College van de Rechten van de Mens (opvolger van de Commissie Gelijke Behandeling) in het leven geroepen. Tevens bestaat er een Breed Overleg Godsdienstvrijheid, opgezet vanuit het ministerie, maar grotendeels autonoom opererend, als klankbord voor het Nederlandse beleid. Hierin komt het ‘maatschappelijk midden’ bij elkaar. IARF maakt hiervan deel uit.

Mensenrechten zijn ondeelbaar

Onder de mensenrechten is Vrijheid van Godsdienst lang een ondergeschoven kindje geweest. En dat is vreemd, want veel mensen stellen hun geloof boven welvaart, sommigen zelfs boven hun gezondheid of hun leven.  De aanstelling van een speciale rapporteur bij de VN en een speciale gezant bij de Europese Commissie zijn een stap op de goede weg. In de VN wordt godsdienstvrijheid vaak meegenomen bij andere rechten en vrijheden waar het gaat om bescherming en gelijkberechtiging van minderheden. In de kern hangen alle mensenrechten met elkaar samen; wordt er één verwaarloosd, dan is er meestal meer mis. Het uitspelen van verschillende rechten tegenover elkaar, teneinde ze in een hiërarchie onder te brengen, is daarom onterecht en ondoelmatig. De populaire tendens in Nederland, om vrijheid van meningsuiting tegenover vrijheid van godsdienst te stellen, is gebaseerd op een valse tegenstelling. Goed begrepen liggen deze rechten in elkaars verlengde en ondersteunen zij elkaar.

Lobby in Europa

Voor kleine minderheidsgroepen, zoals de Bektashi, is het niet gemakkelijk om zich een weg te zoeken in de wirwar van internationale instituties, die ontworpen zijn om regeringen te overreden, en waar nodig te dwingen, om zich te bemoeien met de bescherming van de eigen minderheden. Kleine groepen hebben geen toegang tot de wereldpers, en lokaal kan één publicatie op het verkeerde moment al aanleiding zijn voor verdere vervolging. Daarom is het belangrijk dat zij bij hun streven naar meer vrijheid en erkenning steun krijgen van vertrouwde partners, die gelijke doelen nastreven. Van vergelijkbare (kerk)genootschappen dus.  Voor de Bektashi zijn dat:  groepen die openstaan voor nieuwe ideeën, verdraagzaam zijn ten aanzien van andersdenkenden, en gewetensvrijheid en geloofsontwikkeling van het individu bevorderen. IARF biedt zulke groepen de ervaring en expertise van gelijkgestemden. De Bektashi hadden hun weg naar Straatsburg al gevonden, een ingang bij Europese instellingen kon IARF hun wijzen. Gevolg gevend aan adviezen uit EU kringen is er op de IARF conferentie ook een groep gestart die de Bektashi en hun speciale vorm van Soefisme breder bekend willen maken in het Westen. Vanuit deze groep zullen de Macedonische Bektashi ook in de toekomst verder gesteund worden.

 Wytske Dijkstra
voorzitter  IARF

Zie ook