Het gezicht van Karin Slettenaar

Het gezicht van Karin Slettenaar

Kirsten Slettenaar (1971) is koud begonnen als predikant in de remonstrantse gemeente Twente of AdRem staat al op de stoep. Altijd bovenop de actualiteit hè! Sinds een paar weken woont ze weer in haar geboorteplaats Borne. Op 11 september was haar intrededienst. Vers van de lever vertelt ze dus over haar overstap naar de Remonstranten.

Toch dominee

‘Ik kom uit een hervormd gezin van vader, moeder en een zus. Buitenspelen was niet zo aan mij besteed, ik zat altijd te lezen. Ik ging naar het Lyceum in Almelo waar ik gymnasium β heb gedaan. Met drie exacte vakken én Frans, beetje wonderlijke combinatie.  Onze dominee bracht me op het spoor van theologie. Dat ging ik studeren in Utrecht. Ik had echter helemaal niet het plan om dominee te worden. Als hoofdvak koos ik voor pastorale psychologie en als bijvak kerkmuziek. Later heb ik ook nog een opleiding voortgezette pastorale gesprekstraining gedaan. Tijdens mijn stage in Hoogland viel het kwartje. Mijn beeld van een dominee klopte niet. Ik hoefde niet op alle vragen een antwoord te hebben, het helpen verhelderen van vragen is meestal helender. Mijn eerste predikantsbaan was in Zoelen waar ik zes jaar heb gestaan. Ik had daar een jongerenkoor dat ik dirigeerde, heb twee musicals gedaan en had veel jongeren op catechisatie. Toen de kerkenraad daar te rechtzinnig-gereformeerd werd  heb ik de overstap naar een vrijzinnige PKN-gemeente in Gorinchem gemaakt. Na 13 jaar was ik daar uitgeleerd, mijn man kreeg een baan in Hengelo en toen kwam de gemeente Twente in beeld.’

Ruimte in mezelf

‘Binnen de PKN was ik altijd al mijn eigen weg gegaan, ik kon zelden iets met het materiaal dat uit het Dienstencentrum in Utrecht kwam. Bij de Remonstranten voelde ik meteen herkenning en ruimte. De sollicitatiecommissie viel niet eens van haar stoel toen ik zei dat ik ook een Sjamanisme-opleiding had gevolgd. De remonstrantse Geloofsbelijdenis had ik zelf kunnen schrijven, bij wijze van spreken dan. In Twente ga ik nu eerst eens de kat uit de boom kijken – ik ben van hier hè – en die ruimte krijg ik ook. Concurreren met mijn voorgangers Knoppers en Goud wil ik in ieder geval niet, ik ben geen filosoof. Wel vind ik het een uitdaging om me hier op het studieuze vlak te ontwikkelen. Mijn sterke kant is het pastoraat, ik ben iemand die verbindt, kan goed mensen en gespreksgroepen begeleiden.

Lange tijd heb ik vermoed dat er een God is, op een gegeven moment kon ik die God ook ervaren. Eigenlijk vooral als een ruimte in mezelf die ik als goddelijk ervaar. Vanuit liefde en een diepe grond kan ik er dan zijn voor anderen. Daarvoor moet ik wel mezelf bewust stilzetten. Dat doe ik door te bidden, bijvoorbeeld voor een pastoraal gesprek of voor een dienst. Dan ervaar ik dat ik er niet alleen voor sta, dat het niet om mij draait, maar dat ik instrument ben van God.’

Stromen

‘Muziek is mijn uitlaatklep.  Vroeger al kon ik in de piano mijn emoties kwijt. Als ik terug kom van vakantie is pianospelen het eerste wat ik doe. Ondertussen heb ik op het conservatorium ook de Kurt Thomascursus voor dirigenten gedaan. Als ik een koor dirigeer dan gaat alles stromen, dan ben ik ‘vervuld van geest’. Blijkbaar kan ik mensen dan goed enthousiasmeren.’

 

Michel Peters

 

 

 

 

Zie ook