Maria, hoe mannelijk is zij?
Foto: Circuita Fora de Eixo

Maria, hoe mannelijk is zij?

Maria als menselijk gezicht van God?

Maria als het vrouwelijke, nabije, meer menselijke gezicht van God. Op deze manier speelt Maria in devotionele praktijk van veel christenen en, zeker in de twintigste eeuw, in meer gendergevoelige vormen van theologie een belangrijke rol. Ze is meer nabij dan een al te afstandelijke Heer en zaligmaker Jezus Christus, en zeker dan een net zo autoritaire als transcendente God de Vader. Deze mariologie is een kritiek op beelden van God en Jezus die de menslievendheid en menselijkheid van beide maar moeilijk ervaarbaar maken. Critici van deze vormen van mariologie benadrukken weer dat Maria op deze manier de plaats van Christus als mensgeworden God in gaat nemen. Het is nuttiger, zo betogen zij, om aan het Gods- en Jezusbeeld te werken en de Heilige Geest opnieuw te ontdekken dan Maria als (quasi vierde persoon van de Drievuldigheid) als alternatieve Christus in te zetten. Dit debat duurt voort, zowel in de gebedspraxis van kerken wereldwijd als in het theologisch nadenken erover. Allebei de richtingen zijn waardevol. Tegelijkertijd lijkt Maria op deze manier een speelbal te worden van wat clichématige opvattingen over mannelijkheid en vrouwelijkheid, dan wel over transcendentie en nabijheid. Nadenken over de manier waarop Maria in vroegchristelijke, in eerste instantie nieuwtestamentische teksten, gepresenteerd wordt, draagt bij tot zowel de herontdekking van Maria als ook tot een heroverweging over wat typische karaktertrekken van mannelijke en vrouwelijke representanten van God op aarde zouden zijn. Om dit op het spoor te komen is eerst wat vervreemding van eigen beelden en opvattingen nodig, op grond daarvan is een nieuwe blik op vroegchristelijke bronnen mogelijk. De vervreemding kan van een Filipijnse voorstelling van Maria komen die hieronder eerst wordt voorgesteld, daarna worden teksten over Maria uit de vier Evangelies in een nieuw licht geplaatst.

Maria als moeder van een vrijheidsstrijder

Wie in Manila de National Cathedral of the Holy Child, centrale kerk van de Iglesia Filipina Independiente, bezoekt, zal zijn aandacht onmiddellijk naar een grote afbeelding van een vrouw en kind laten trekken, vanuit het schip van de kerk gezien links van het altaar. Het is, zoals op de afbeelding bij dit artikel zichtbaar is, een afbeelding die niet onmiddellijk te plaatsen valt. Omdat het een afbeelding van een vrouw en een kind is, ligt het voor de hand om dit in een kerkelijke context te interpreteren als Maria met kind. Bij navraag zal blijken dat het hier om de zogenaamde Birhen ng Balintawak gaat, een voorstelling van Maria die teruggaat op een droom van de revolutionair Andres Bonifacio in het plaatsje Balintawak (1896). Maria is afgebeeld als een staande Filipijnse vrouw in traditionele dracht, die naar de hemel opkijkt, en het zelfstandige, bevrijde Filipijnse volk representeert – bewust of onbewust in lijn met voorstellingen van Maria als de jonkvrouw Sion, representant van het volk Israël. Voor haar staat, kleiner en in de kleding van een Katipunan, een vrijheidsstrijder, Jezus, met een bolo, een dolk, in de gordel en in de hand een vaandel met de tekst “ama ko sumilang nawa ang pagsasarili”, “Vader, laat onze onafhankelijkheid tot leven komen”.

Vervreemding

Rondom de twee zijn verwijzingen naar de Katipunan en allerlei oorlogsgeweld te zien. Het is, op zijn zachtst gezegd, een ongebruikelijke afbeelding van Maria. Zelfs wanneer hij in de lijn staat van bevrijdingstheologische interpretaties van Maria, met name op grond van de lofzang van Maria (Lukasevangelie 1,46-55), gaan deze meestal niet zo ver dat ze Maria direct met de ondersteuning van een gewapende strijd voor onafhankelijkheid associëren. Het is des te opvallender wanneer deze Maria geplaatst wordt binnen het spectrum van de Mariadevotie in de Filipijnen. Die devotie is sterk gericht op het afsmeken van wonderen of andere vormen van weldaden door Maria en beelden van haar. Je kunt je natuurlijk afvragen of deze afbeelding niet té ver gaat en meer een plaatje bij het praatje van de Katipunan en de Iglesia Filipina Independiente zijn dan een waarheidsgetrouwe representatie van de moeder Gods. Immers, de Iglesia Filipina Independiente vestigde zichzelf in de context van de gewapende Filipijnse onafhankelijkheidsstrijd (1896-1898; vervolgens ook tijdens Amerikaanse koloniale heerschappij, officiële stichtingsdatum 3 augustus 1902) onder de leiding van een priester-guerrillero, Gregorio Aglipay, en een journalist, politicus, en vakbondsman, Isabelo de los Reyes Sr. Dit kan natuurlijk. Maar zelfs als dit het geval is, kan deze weergave van Maria er nog altijd toe dienen om vraagtekens bij ons eigen repertoire aan voorstellingen van haar te zetten. Met name kun je je afvragen of ze niet te beperkt, te gedomesticeerd zijn, wellicht, of toch te zeer bepaald door notie van wat ‘typisch’ vrouwelijk is of zou moeten zijn. Vervreemding, zoals deze in gang gezet wordt door de afbeelding van de Birhen ng Balintawak, is zo een uitgangspunt om de eigen interpretatie van klassieke teksten te heroverwegen.

Maria in vroegchristelijke teksten

Als je vraagtekens begint te zetten bij wat typisch of natuurlijk vrouwelijk of mannelijk is, nodigt dat uit om ook met een frisse blik naar opvattingen over geslacht en bijbehorend gedrag in het vroege christendom te kijken. Vrouwenstudies en feministische theologie doen dit en het leidt nog altijd tot nieuwe perspectieven en ontdekkingen. Meer recentelijk is ook de notie van mannelijkheid onderwerp van onderzoek geworden en wel in het verlengde van feministisch onderzoek. Eén van de inzichten die daarbij een belangrijke rol is gaan spelen is dat in de Grieks-Romeinse wereld, ook die van het vroege christendom, mannelijkheid eerder een karaktereigenschap of een deugd was (Grieks: andreia, zie ook de associatie van de begrippen vir en virtus in het Latijn) dan een biologisch gegeven. Anders gezegd: omdat deugden, tenminste in theorie, door iedereen verworven konden worden, kon ook iedereen mannelijk worden, of ook niet. Biologisch geslacht kon daarbij tot op grote hoogte secundair zijn. Gedrag dat een persoon als mannelijk karakteriseerde was dan gedrag dat op zelfbeheersing (ook in de zin van: deugdzaamheid), beheersing van anderen, overtuigend optreden in de publieke, ‘mannelijke’ ruimte, een goede beheersing van het gesproken woord, dapperheid, en de juiste vroomheid. Interessant genoeg zijn dit begrippen die goed met een heel aantal teksten over Maria geassocieerd kunnen worden, ook zonder dit hier nu tot in detail uit te kunnen diepen. De volgende voorbeelden uit de canonieke Evangelies laten dat zien. Ten eerste, de ‘maagdelijkheid’ van Maria dan wel haar ongehuwde staat zoals die een rol spelen in de eerste hoofdstukken van het Lukas- en het Mattheüsevangelie, is een thema dat zich bij uitstek leent voor een associatie met mannelijkheid. Dit is zo omdat maagdelijkheid in de antieke wereld alles te maken heeft met het behoud van lichamelijke integriteit en zelfstandigheid en het niet toebehoren aan een man. Afgezien van allerlei andere connotaties die maagdelijkheid ook kan hebben is deze er ook één. Latere christelijke asceten golden juist vanwege hun ‘maagdelijke staat’ als bij uitstek mannelijk.

Zelfstandige rol

Ten tweede, Maria treed met enige regelmaat erg zelfstandig op ten opzichte van Jezus. Een goed voorbeeld is te vinden in Johannes 2,1-11, het verhaal van de bruiloft in Kana; ze positioneert zich op een alles behalve terughoudende manier, ondanks interpretaties die haar als een volgzame moeder en (zelfs) quasi echtgenote van Jezus presenteren. Ook wanneer Jezus haar terugwijst (vers 4, ‘vrouw, wat hebben wij met elkaar van doen?’) is haar rol die van een bemiddelaar die tussen patroon en cliënt onderhandelt.

Ten derde, de lofzang van Maria, herontdekt als een radicale profetische tekst in de bevrijdingstheologie van de twintigste eeuw, is ook meer dan een ‘typisch vrouwelijke’ tekst; hij sluit aan bij de lijn van vrouwelijke profeten in de traditie van het volk Israël, en Maria toont zich als iemand die vaardig is met het woord en als representant van het volk Israël en zijn geloof in een bevrijdende God. Wederom is dit een rol die makkelijk met noties van mannelijkheid geassocieerd kan worden – iets dat, zoals gezegd, meer met vormen van gedrag dan biologisch geslacht te maken heeft in de wereld van de eerste eeuw.

Ten vierde kan de rol van Maria aan de voet van het kruis in het Evangelie volgens Johannes ook gelezen worden door de lens van Grieks-Romeinse mannelijkheid. De meeste leerlingen van Jezus zijn allesbehalve moedig, kijk naar Petrus’ spectaculaire verloochening van Jezus.   Jezus´ moeder, Maria van Klopas en Maria van Magdala samen met de geliefde leerling zijn juist de enigen die Jezus trouw blijven aan de voet van het kruis. Dat ze daar aanwezig zijn kan ook gelezen worden als en uitdrukking van moed, een eigenschap die bij de kern van de antieke constructie van ideaaltypische mannelijkheid hoort.

Zelfbewust en aanwezig

Wat levert dit op voor het beeld van Maria in vroegchristelijke teksten? Eerst is het van belang om een potentieel misverstand uit de weg te ruimen, het lezen van teksten waarin Maria een rol speelt door de lens van de notie van mannelijkheid betekent niet dat ze in een man verandert. Wel betekent deze weergave van haar dat ze noties over “typische” vrouwelijkheid doorbreekt; als ze die zou belichamen, zou dat een tamelijk marginale positie voor haar betekenen en niet het gedrag dat uit de nieuwtestamentische teksten blijkt. Eerder is ze iemand die, ook als biologische vrouw, volop meetelt. Op die manier is Maria eerder een paradigma voor het volop kunnen meedoen van personen van wie je een maatschappelijk eerder marginale rol zou verwachten in de eerste eeuw (vrouwen, slaven, etc.), dan een toonbeeld van ‘typische’ vrouwelijkheid, onderscheiden van ‘typische’ mannelijkheid. Afgezien van een ‘emancipatorisch’ voorbeeld, geeft Maria zo aanleiding om denken in typische gendercategorieën opnieuw te overwegen.

 

Peter Ben Smit
Oud – katholiek priester. Professor Nieuwe Testament aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Bijzonder Hoogleraar Oude Katholieke Kerkstructuren aan de Universiteit van Utrecht.

 

 

 

 

Zie ook