Wil de echte oermoeder opstaan?
Foto: Mido Lam

Wil de echte oermoeder opstaan?

Denkend aan de term ‘oermoeder’ komt meteen het beeld van de Venus van Willendorf bij me op: een prehistorisch vrouwenbeeldje, waarbij de vrouwelijke kenmerken in extremis zijn neergezet (volle, hangende borsten, een ronde buik, stevige dijen, geprononceerde billen en een zichtbare vulva), terwijl hoofd, onderarmen en benen nauwelijks vorm hebben gekregen. Ze kreeg de naam ‘Venus’ mee, vanwege het vermoeden tijdens de vondst dat deze vrouwelijke vormen in de prehistorie erg aantrekkelijk werden gevonden. Sommigen zien in deze beeldjes vruchtbaarheidsgodinnen, oermoeders. Wat weten we eigenlijk over deze oermoeders, als het al oermoeders zijn? Maar eerst iets meer over recentere oermoeders.

Christendom en oudheid

Eva en Maria; beiden worden ze in het Christendom gezien als ‘oermoeders’. Eva, evident, als eerste vrouw op aarde volgens Genesis, uit wie iedereen op aarde is ontstaan. Maria, als moeder van God. Wat bij Eva mislukte – ze werd immers zondig uit het paradijs verdreven – lukte bij Maria. Zij zou zonder zonde zijn verwekt en gebleven, zodat zij de uitverkorene was om de moeder van God te worden. Dat maakt haar tot een ander soort oermoeder dan Eva. Maar het beeld van de oermoeder is niet louter christelijk. Ook andere culturen hebben verhalen waarin een vrouw als oermoeder centraal staat. De oermoeder staat voor schepping, geboorte en vruchtbaarheid. Denk maar aan de Griekse Gaia (‘Moeder’ Aarde), de Egyptische Isis, of de Semitische Astarte en nog veel meer. Over die oermoeders uit andere culturen hebben we tenminste nog verhalen en een naam die is overgeleverd. Hoe anders zit het met de prehistorische vrouwenbeeldjes, die sinds halverwege de vorige eeuw door heel Europa heen zijn gevonden en die ‘venusbeeldjes’ genoemd worden.  Zijn dit de échte oermoeders?

Prehistorische oermoeders?

Sinds 1864 zijn in Europa ten minste 244 ‘Venusbeeldjes’ gevonden van tussen de 45.000 en 10.000 jaren oud. Dat zijn weliswaar veel beeldjes, maar als je het tijdsbestek in acht neemt, zijn het er toch maar heel weinig. Deze beeldjes hebben, ondanks het enorme tijdsbestek, het een en ander met elkaar gemeen.

Het zijn allemaal kleine vrouwenbeeldjes, tussen de 4 en 25 centimeter hoog. Sommigen hebben een gaatje bovenin, of een ringetje, zodat ze konden worden gedragen. Ze zijn allemaal in de buurt van prehistorische woningen gevonden, maar niet in graven. Dat suggereert dat het (devotie?)voorwerpen waren die eerder de levenden tot nut waren dan de doden. Op een plek zijn zelfs zeven van deze beeldjes gevonden.

Qua uiterlijk zijn er grofweg twee categorieën. De meeste beeldjes lijken wel wat op de Venus van Willendorf: het (kleine) hoofd niet heel gedetailleerd, maar wel meestal iets naar beneden gekanteld, grote, hangende borsten, een dikke buik met een duidelijk zichtbaar vrouwelijk geslacht en navel, stevige billen en dijen, de dunne en kleine armen gevouwen op de borst en dunne, kleine onderbenen, tegen elkaar. Voeten ontbreken, handen nagenoeg ook. Veel beeldjes hebben ook sporen van rode verf (oker). Maar er zijn ook een aantal meer langgerekte beeldjes van slanke (jonge?) vrouwen, veelal zonder boezem of met een bescheiden cupmaat.

De meeste beeldjes (82) zijn in de Pyreneeën/Aquitanië gevonden, een groot deel langs de Rijn en de Donau (60), een eveneens groot deel in Rusland/Oekraïne (54), een kleiner deel in Siberië rondom het Baïkalmeer (31) en tenslotte nog 17 in Zuid-Frankrijk/Noord Italië.

Meer recent zijn nog twee véél oudere stukken steen gevonden (300.000 – 500.000 jaar oud) die de classificatie ‘Venus’ meekregen. Maar hun contouren zijn een stuk vager en lijken eerder op antropomorfe stukken steen, die misschien een beetje zijn bijgepoetst, dan dat er grote inspanningen zijn verricht om een beeld te maken.

Wat moeten we met al die vondsten?

Zoals in de introductie al gezegd: we weten niets over deze beeldjes. Er zijn geen namen, geen verhalen over bekend. Tegelijkertijd zegt het natuurlijk ook wel wat: namelijk dat men in de late steentijd het belangrijk genoeg vond om deze beeldjes te maken en te bewaren. En het is opmerkelijk dat ze veel overeenkomsten vertonen. Dat lijkt een verklaring als een willekeurig prehistorisch kunstobject uit te sluiten.

Moedergodin?

Voorvechters van vrouwenrechten hebben de beeldjes aangegrepen als bewijs dat onze voorouders een Godin en niet een God aanbaden. Een oergodin of oermoeder, die bovendien symbool zou hebben gestaan voor een matriarchale oer-samenleving. Deze – vreedzame – samenleving zou op enig moment bruut zijn uitgeroeid en onderworpen door patriarchale nomadische krijgersstammen. Een soort alternatieve ‘verjaging uit het paradijs’. Terugkeer naar het paradijs is mogelijk, mits vrouwen het weer voor het zeggen krijgen. Deze (populaire) opvatting wordt in veel academische kringen onwaarschijnlijk geacht. Maar een deugdelijk alternatief hebben ze ook niet. Speculaties variëren van kinderspeelgoed tot ‘autoportretten’ van zwangere vrouwen.

Kinderspeelgoed?

Kinderspeelgoed lijkt mij zelf nogal onwaarschijnlijk: een beeldje van 4 cm levert vooral verstikkingsgevaar op voor kleine kinderen. De gaatjes en ringen in sommige beeldjes duiden er bovendien eerder op dat ze werden opgehangen of gedragen, misschien als amulet. Bovendien is het seksuele meestal zó nadrukkelijk aanwezig, dat het mij ook geen geschikt kinderspeelgoed lijkt, nu niet en ook vroeger niet. Maar niet alle gevonden beeldjes die onder de noemer ‘Venus’ vallen, zijn ook typische seksuele beeldjes. De ‘Venus van Brassempouy’ is een ivoren hoofdje, de rest van het lichaam ontbreekt. In de buurt hiervan is een benen figuurtje gevonden liggend in iets dat een wiegje zou kunnen zijn. Deze beeldjes zouden natuurlijk best kinderspeelgoed geweest kunnen zijn, maar voor veel overige beeldjes geldt dat m.i. niet.

Bezigheidstherapie van zwangere vrouwen?

Een andere theorie is dat de beeldjes gemaakt zouden zijn door zwangere vrouwen. Omdat spiegels in die tijd ontbraken, zouden de vrouwen de beeldjes hebben gemaakt vanuit hun eigen gezichtspunt. En met een dikke buik en borsten, zie je je eigen benen niet of nauwelijks. Dat klinkt aardig, maar mij lijkt het een ongeloofwaardige theorie. Hun dikke billen zien ze ook niet, en die zijn ook aanwezig. En als zwangere vrouwen dan al alle tijd en mogelijkheid zouden hebben gehad om beeldjes te maken, waarom ontbreken dan andere beeldjes, bijvoorbeeld van hun man of andere kinderen, of dieren uit hun omgeving?

Eigen speculatie

Zelf denk ik eigenlijk dat de beeldjes zouden kunnen worden opgedeeld in ten minste twee categorieën: de beeldjes à-la-Willendorf, en de slanke beeldjes. Die beeldjes à-la-Willendorf associeer je heel gemakkelijk met vruchtbaarheid, zwangerschap. Omdat ze allemaal in de huizen zijn gevonden, zou ik zelf denken, dat het met de menselijke vruchtbaarheid te maken heeft. Met vruchtbare akkers heeft het niets te maken, in die tijd was de mens nog geen landbouwer. Misschien verwachte men van deze beeldjes magische krachten (een zwangerschap), misschien verbeeldden ze een godin van de vruchtbaarheid, die alsnog werd aanbeden in de hoop op een zwangerschap. Of men in de prehistorie bezig was met oermoeders, blijft natuurlijk ook maar gissen. Het blijven in elk geval intrigerende beeldjes, die mij niet onberoerd laten.

Vanessa van Koppen
Redactie AdRem, lid van gemeente Den Haag

Zie ook