Eerst veiligheid, dan vertrouwen
Foto: Allard Willemse

Eerst veiligheid, dan vertrouwen

Hebt u ook de documentaire over de schakelklas van juf Kiet gezien? De redactie van AdRem was ervan onder de indruk. In Utrecht is Maartje Bakker, lid van de remonstrantse gemeente in Utrecht en actief in de diaconie, iemand die bij uitstek kan vertellen over haar ervaringen en rol in relatie tot het kind op de vlucht.

Wat is jouw relatie tot ‘het kind op de vlucht’?
‘Aandacht voor kinderen staat al lang centraal in mijn leven. Op de PABO in Rotterdam kwam ik (na een roomblanke schooltijd) in aanraking met Turkse, Marokkaanse en Surinaamse leerlingen. Zij waren niet gevlucht maar hun opvoeding, gebruiken en taalgebruik vonden slecht aansluiting op de scholen waar ik ze trof. Na de PABO studeerde ik in Groningen orthopedagogiek. Ook daar trof ik nauwelijks buitenlandse kinderen aan. Daar kwam verandering in toen ik kon kiezen voor een masterstage van drie maanden in het buitenland en dat werd …. Sint- Maarten! Ik vloog van de Martinitoren naar Sint-Maarten. Een bounty -eiland ? Ja, voor rijken en toeristen. Verder een mengelmoes van zo’n negentig  nationaliteiten, alleen al op het Nederlandse deel! Veel diepe armoede maar ook trots, vrolijkheid en ontroerende ervaringen. Toen kon ik nog niet vermoeden welke rol dit naamgenoot – eiland zou gaan spelen. Ik concentreerde mij op mijn taak in een dagopvang voor personen met beperkingen waar ik een activiteitenprogramma ontwikkelde. Tevens voerde ik diagnostiek uit en gaf ik advies bij opvoedingsondersteuning aan ouders in de praktijk van mijn Nederlandse stagebegeleidster.

Na mijn stageperiode op Sint- Maarten volgde een laatste jaar studeren in Groningen. Twee weken na mijn afstuderen zat ik in het vliegtuig terug met heel veel plannen en ideeën om nuttig werk te kunnen doen mede op uitnodiging van mensen daar. Drie jaar ben ik intensief bezig geweest met adviseren op scholen; ook daar trof ik de schokkende verschillen tussen de verschillende scholen, de mix van culturen, gebruiken en godsdiensten. Drie jaar in wel en wee, ondergedompeld in vrolijkheid en warmte maar soms ook onbegrijpelijk, meedogenloos en hard. Sloot intense vriendschappen maar uiteindelijk kon ik het zonder financiële steun van het thuisfront niet redden. Heb via Skype gesolliciteerd bij de Taalschool in Utrecht en daar kwam ik wel in een onvermoed passende omgeving terecht waar ik direct al die ervaring kon inzetten.’

Hoe ging het er op die Taalschool aan toe?
‘Voor mij een omgekeerde cultuurschok. Ook ik kwam nu uit het buitenland! December 2011. Van + 30 C. naar -10 C. Daar zat ik met een kleuterklas vol nieuwkomers bij de kerstboom te zingen! Na drie maanden werd ik tevens intern begeleider. Ik kreeg te maken met alle (on)mogelijke procedures, contacten met AZC’s, gemeente, tolken, artsen enz. Vanuit observatie van gedrag van de leerlingen, een rijke taalomgeving bieden in een gestructureerde omgeving. Dat kan ook zonder woorden. Spel, beweging, tekenen: spelen ze oorlogje, tekenen ze geweren, messen, bloed? Laat het gebeuren en stuur zo nodig bij. Het vergt enorm veel geduld en liefde van de leerkrachten. Het waren de kinderen, hun levenskracht, inzet en hun blijdschap die ons voortstuwden.’

En dan zijn er natuurlijk kinderen die duidelijk trauma’s hebben opgelopen?
Er zijn zeker leerlingen die mogelijk trauma’s opgelopen hebben. In de begeleiding van de leerlingen is het van belang dat gedrag geobserveerd wordt. In samenwerking met mijn collega speltherapeut, besprak ik die leerlingen voor wie mogelijk extra begeleiding binnen en/ of buiten de school noodzakelijk was. Een kleine groep leerlingen werd doorverwezen naar instanties voor specifieke traumabehandeling. Veel interventies gebeurden op de Taalschool. Hierbij moet gedacht worden aan spelobservaties in de spelkamer van de speltherapeut, waar vanuit het spel van de leerling, veelal niet- vertelde verhalen, tot uiting konden komen. Dit kan leerlingen al helpen hun mogelijke trauma’s, maar zeker verlieservaringen te kunnen verwerken.

Veel kinderen werden en worden van AZC naar AZC gesleept, daar hebben ze soms even op een AZC- schooltje gezeten, kunnen zich niet hechten en de onveiligheid neemt weer toe. Ze kunnen er niet goed slapen, er is lawaai, er zijn ruzies, het eten is vreemd, je verstaat nog niemand. Iedere nieuwe onzekerheid kan schadelijk zijn, daarom is een open communicatie heel belangrijk. De onzekerheid over een verblijfsvergunning is vreselijk. Een afwijzing ook. Dat zijn gruwelijke herinneringen waardoor je je zo machteloos voelt.

Toch lukt het veel van deze kinderen door te stromen naar het reguliere onderwijs.  Ze leren de taal snel, zijn leergierig en gemotiveerd. ‘Adila waar ben je’, is een prentenboek over een vluchtverhaal van een meisje, haar aankomst en haar eerste ervaringen in Nederland. Het is samengesteld samen met kinderen van het AZC in Zeist, die de tekeningen maakten. Het prentenboek bevat zowel Nederlandse, Arabische als Engelse teksten. Het werd verslonden! Dit prentenboek kocht ik na een van de eerste kerkdiensten in de Geertekerk waar ik sinds kerstavond 2014 belandde. Bij Pieter Dronkers volgde ik de oriëntatiecursus en daarna ben ik lid geworden. Hierbij sta ik wel in de traditie, want mijn overgrootouders van moederskant waren al remonstranten. Ik voel me thuis bij de Geertekerk, waar ik momenten van rust en bezinning, alsook nieuwe vriendschappen vind.

Ik begreep dat je inmiddels niet meer op de Taalschool werkzaam bent. Maar hoe betrokken blijf je?
De laatste twee jaar op de Taalschool wilde ik verder specialiseren en daarom volgde ik een postacademische opleiding tot Schoolpsycholoog bij RINO in Amsterdam. Hoewel naar mijn idee wel noodzakelijk, kon de Taalschool daarin niet voorzien. Ik kon wederom een prachtige functie gaan vervullen die op mijn lijf staat geschreven, als consulent Passend Onderwijs bij SWV Utrecht PO. Dagelijks geef ik advies en ondersteuning aan basisscholen in de wijken Kanaleneiland, Lunetten, Hoograven en Rivierenwijk. Gelukkig hoef ik de doelgroep niet te missen, want het gros van mijn casussen, is afkomstig uit het buitenland en zo blijf ik betrokken bij deze doelgroep. Voorts ben ik actief binnen de sectie Interculturalisatie NIP en ben ik sinds januari 2017 een eigen onderneming gestart, Praktijk Parelgolf. Dit jaar gestart met een aanbod van kinder- en tieneryoga, wat ik ook op de Taalschool mag inzetten. Een prachtige manier, om zowel aandacht te besteden aan inspanning als ontspanning. Wat mij betreft de optimale werkwijze voor mij, en de leerlingen!

Maar.. de orkaanverwoesting die Sint – Maarten en veel andere eilanden in dat gebied op 6 september heeft getroffen kwam ongekend bij mij binnen. Iedereen heeft de foto’s kunnen zien, de verhalen op televisie kunnen horen, maar hoe het daar werkelijk is, kun je je niet voorstellen. Naast alle politieke commotie, de acties en tegenstrijdige berichten wist ik waar mijn opdracht ligt: op tientallen, verwoeste scholen is nog geen enkele hulp geboden voor de kinderen en leerkrachten. In samenwerking met het bestaande netwerk van psychologen op het eiland, heb ik me ingezet om een eerste handleiding op te stellen hoe de getraumatiseerde kinderen het beste tegemoet te treden. Inmiddels ben ik stap voor stap een plan aan het uitwerken met mijn netwerk aldaar en inmiddels hebben zich ook specialisten in Nederland aangeboden te helpen. Naast noodhulp willen we desgevraagd op middellange termijn meer kennis en structuur op de scholen bieden waarbij ik mijn ervaring in de kinderyoga graag wil inzetten. Voor de financiële middelen die op termijn nodig zijn heb ik een initiatief ‘We’ll overcome Irma’s loss and fear’ opgericht. Mag je dat crowdfunding noemen als de participatie daarin bestaat uit geluk? Als u dit leest is Sint-Maarten voorbij maar ik hoop een stuk van zijn mantel mee te dragen.’

Michel Peters
projectmedewerker landelijk bureau Remonstranten

 

Zie ook