Het gezicht van Rob Kaptein

Het gezicht van Rob Kaptein

Ik ben nog niet binnen bij Rob Kaptein (1943) of we hebben het al over beeldhouwen. Er staan een paar beelden in huis die zijn vrouw Leontine heeft gemaakt en hij zelf beeldhouwde ook vier jaar. ‘Maar ik schilder toch liever, ik werk heel graag met kleuren’, zegt hij. Al snel halen we herinneringen op aan het atelier van beeldhouwster Barbara Hepworth – nu een museum – in St. Yves, Cornwall.

Kooks

‘Mijn vader kwam uit Hoorn en was ‘gastarbeider’ bij Philips in Eindhoven, waar hij werkte als  administrateur. Daar ontmoette hij mijn moeder die uit het nabijgelegen Gestel kwam en bij dat bedrijf directiesecretaresse was. Vader was vrijzinnig – hervormd en moeder katholiek. Dat kon niet in die tijd. Mijn moeder werd zo’n beetje door haar ouders het huis uit gegooid toen ze met een protestantse jongen trouwde. Ik zat op de (liberale) Nutsschool en volgde later de HBS B op het Gemeentelijk Lyceum. Wat moest ik gaan studeren? Nu was ik een liefhebber van treinen en mocht ik op zondagochtend geregeld met een kennis mee die op een seinhuis werkte.  De samenwerking tussen de spoormannen bij een calamiteit en het zoeken naar een oplossing, heeft diepe indruk op me gemaakt. Werktuigbouwkunde en mechanica moest het worden! Uiteindelijk ben ik ingenieur elektrotechniek geworden aan de TU Eindhoven. Meteen daarna, in 1970, ben ik getrouwd, bij de Hoogovens komen werken en in Heiloo gaan wonen. Mijn eerst klus daar was op de Kooksfabriek 2. ‘Kooks’, de brandstof voor de Hoogovens, worden met wagons van 200 ton op een neer vervoerd.  De aandrijving van die wagons was mijn specialiteit. Later heb ik ook bij de meetdienst gewerkt, waar drukken en temperaturen worden gemeten. Dat heeft dertig jaar geduurd, totdat ik in 2000 na een ‘burn out‘ naar de uitgang ben geleid. Ondanks mijn lymfeklierkanker geniet ik van het leven. Ik schilder, werk mee in het huishouden en wandel veel met Leontien. In de winter, als er geen zon is, loopt alle energie tegenwoordig weg. Ik zou eigenlijk een winterslaap moeten doen.’

De kerk beweegt altijd

‘Mijn moeder stuurde me op mijn zesde jaar naar de vrijzinnig-hervormde zondagsschool. En vanaf mijn veertiende ging ik met mijn ouders mee naar de Remonstranten in Eindhoven. Al bijna zestig jaar dus. Eindhoven bloeide, het waren de jaren van de opbouw. Onder Henk de Kievid was de sfeer in de kerk open, alles kon, er groeide van alles, een heerlijke tijd. De sfeer in de kerk van Alkmaar was volkomen anders. Niet zo warm, eerder liberaal en regentesk. Met Ytje Poppinga en veel vrouwen in de kerkenraad is de sfeer wel heel anders geworden. In 2009 bestond de gemeente driehonderdvijftig jaar. Dat is mijn mooiste herinnering: een volle kerk, een maaltijdsviering met zoveel mensen dat iedereen moest staan, iedereen was blij.  Het fijne van de Remonstranten is dat de kerk altijd beweegt, nooit stil staat. Ik had eerst moeite met het besluit over de ‘levensverbintenissen’. Werd er wel voldoende nagedacht over het ‘zegenen’? Hoe het is gegaan was echter een gouden greep, Ik heb veel mensen zien stralen met hun gezegende verbintenis. Daardoor heb ik er wel een stuk nieuwe wereld bij gekregen. De gemeente is ondertussen een thuis voor me. Soms blijf ik na de dienst nog even in de kerk. Leontine speelt dan nog orgel, de lucht is nog vol van de mensen, het stof van het zand op de vloer zit in mijn neusgaten. Dan ga ik op een plek staan waar de zon op mij schijnt en doe mijn ogen dicht. Dan ben ik helemaal gelukkig’.

Michel Peters

Zie ook