Jij bent mijn geliefde kind
Foto: geheugenvannederland.nl

Jij bent mijn geliefde kind

Nu was ook haar jongste kind op kamers gaan wonen. En natuurlijk, samen met haar man was ze niet alleen, maar toch, het huis was zo stil en leeg. Aan de kamer van haar dochter met het bureautje en het bed werd niets veranderd. Het had haar goed gedaan dat haar dochter had gezegd: ‘Als ik me niet lekker voel of ziek ben, dan wil ik toch thuis zijn’. Thuis zijn. Ook als je volwassen wordt en aan een eigen leven gaat bouwen, is het geruststellend te weten dat je zo nodig mag terugvallen op een veilige, vertrouwde plek, waar je op je gemak bent, waar iemand is van wie je mag komen, van wie je ook weer mag gaan, die je de ruimte geeft.

A house is not a home

Het verschil tussen het woord ‘huis’ en het woord ‘thuis’ is maar één extra letter, maar staat voor een wereld van verschil. Of, op zijn Engels, ‘a house is not a home’. De bekende songwriter Burt Bacharach schreef in 1964 een liedje met die titel, dat bekend werd in uitvoeringen van Dionna Warwick en Trijntje Oosterhuis: A house is not a home when there’s no one there to hold you tight and no one there you can kiss tonight. Het thema van dit zomernummer is ‘Lekker thuis’. Wanneer is het daar lekker? Dat heeft te maken met vertrouwdheid, veiligheid, gezelligheid, intimiteit, jezelf kunnen zijn. Je voelt je op je gemak tussen je eigen spulletjes en bij huisgenoten die bij je horen. Woon je alleen, of is degene die bij je hoorde er niet (meer) dan kan dat afbreuk doen aan het thuis zijn in je huis. Ontbreekt het je bovendien aan een woning waar het prettig voor jou is, dan rest misschien één ding: je mag je thuis voelen bij jezelf. Dat is: genoeg hebben aan jezelf, innerlijk alleen kunnen zijn. Het betekent niet dat je het niet fijn vindt samen te zijn met een ander of dat je geen behoefte hebt aan een leuke eigen plek, maar wel dat je er niet van afhankelijk bent voor je welbevinden. De ander en de plek zijn er dan niet om jouw leegte of eenzaamheid op te vullen, maar hebben een meerwaarde, zijn een verrijking.

Comfortzone verlaten

Een van de aangrijpendste verhalen in de christelijke traditie gaat over thuis komen. Een vader rent met open armen zijn verloren gewaande zoon tegemoet. Beiden zijn hun thuis kwijt geraakt. De jongen ging en is zich verloren gaan voelen. Zijn vader bleef, maar het ouderlijk huis was zonder de jongste geen thuis. Waarom lieten ze elkaar ooit los? Waarom zou je de plek waar je mag zijn, waar je aanvaard bent, waar je je prettig voelt, verlaten? Daar zijn vele motieven voor te bedenken. Je gaat omdat je volwassen wil worden. Ontdekken wat jouw weg is in het leven. Mensen ontmoeten die anders denken, anders leven en jouw blik verruimen. Je vertrekt om een eigen huis, een eigen thuis te bouwen. Je wil aanwezig zijn daar waar anderen jou nodig hebben en jij iets kan betekenen. Je accepteert dat je daarvoor de comfortzone van het oude en vertrouwde moet verlaten en dat je risico’s gaat lopen. Er valt niet te leven met het adagium ‘je weet wat je hebt, niet wat je krijgt’. Je leven loopt dan vast en je ontneemt jezelf de kans te worden wie je bedoeld bent. De vader begrijpt dat. Ook al voelt hij op zijn klompen aan dat zijn jongen vooralsnog met weinig hooggestemde plannen de wereld in trekt. ‘Hij leidde een losbandig leven en verkwistte zijn vermogen’ (Lc  15: 13). Zíjn vermogen? Het is het bezit dat zijn vader heeft opgebouwd, het familievermogen. In Engelstalige bijbels wordt gesproken over the prodigal son, de verkwistende zoon. Hij is ongehoorzaam en onverantwoordelijk. Misschien is het van allebei. Weggaan om volwassen en zelf verantwoordelijk te worden en de bloemetjes buiten zetten om vooral van het leven te genieten en heerlijk onverantwoordelijk te zijn. Misschien is het wel nodig om eerst het leven verkend te hebben en enigszins zelfzuchtig genoten te hebben om er vervolgens klaar voor te zijn om je te gaan bekommeren om de wereld en je medemensen. Eerst moet je een verloren en verkwistende zoon of dochter zijn geweest om daarna een barmhartige Samaritaan te kunnen worden. Ik moet ook denken aan dr. Albert Schweitzer, de ‘oerwouddokter’. Hij was 21 en buitengewoon gelukkig en succesvol en bedacht toen: ‘Ik mag dit niet aanvaarden als iets vanzelfsprekends, maar ik moet er iets voor terug geven. Ik heb het recht om tot mijn dertigste jaar voor de wetenschap en de kunst te leven, maar daarna moet ik mij wijden aan het rechtstreeks dienen der mensheid’.

Verloren raken

De verkwistende zoon wordt meer en meer een verloren zoon. Verloren door wie? Door een vader die zijn zoon verliest aan het leven en die dat maar te aanvaarden heeft, omdat je kind het recht heeft zijn eigen weg te gaan? Of is het de jongen die zichzelf verliest in den vreemde en vervreemd raakt van zijn bestemming?  Op verschillende manieren kunnen we verloren raken. Soms door eigen keuzes, soms door wat ons wordt aangedaan. De jongste zoon maakt zelf een keuze met verstrekkende gevolgen. Hij eist zijn erfdeel op. Het is een botte en pijnlijke actie. De jongste zoon wil de dood van zijn vader niet afwachten. Vaders bezit is van groter belang dan zijn leven. De zoon wil zijn geld en hij wil weg. Het is een scherpe verwerping van het ouderlijk huis waarin hij is opgegroeid. Hij raakt bewust los van zijn wortels. Het verhaal drukt dat uit door te vermelden dat hij ‘afreist naar een ver land’.

Oprechte spijt

Als alles verkeerd loopt, moet hij ook van heel ver komen om zichzelf, zijn vader, zijn roots te hervinden. Het moment komt dat hij zich afvraagt ‘waar ben ik mee bezig?’ En: ‘wat moet ik doen?’ Zijn overwegingen zijn vervolgens heel rationeel. Hij overweegt dat hij niet eens van de schillen mag eten die er zijn voor de varkens die hij moet hoeden, terwijl de knechten van zijn vader eten in overvloed hebben. ‘Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: Vader ik heb gezondigd tegen de hemel en u.’ Meent hij dat ook of is het een strategie waarmee hij zich zijn thuis kan terugveroveren? En hij gaat terug. Is het een tocht naar Canossa?  Een vernederende gang om schuld te gaan bekennen, zoals keizer Hendrik IV in 1077 moest doen, drie dagen gehuld in boetekleed en op blote voeten door de sneeuw om vergeving te krijgen van de paus?  Wat heeft de verloren zoon onderweg gedacht? Hij zal eindeloos gezocht hebben naar de goede woorden om zijn vader mild te stemmen. Wat bedenkt een overspelige echtgenoot als het bedrog is uitgekomen en hij het weer goed wil zien te maken? Een doos bonbons en een bos bloemen zijn niet genoeg. En woorden alleen ook niet. Oprechte spijt en een gemeend gebaar vormen een begin. En ondertussen emoties: verdriet, schaamte, wanhoop, verlangen naar geborgenheid.

Je mag er weer zijn

‘Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem.’ Het gaat anders dan de zoon eindeloos heeft lopen bedenken. Niet hij, maar zijn vader reikt het gebaar en de woorden aan die nodig zijn. Daar heeft hij overigens helemaal niet over na hoeven denken. Ze komen recht uit zijn hart. Hij wil niet anders en kan niet anders. In die ontmoeting, in die open armen komt de lange zoektocht van de zoon ten einde. Niet langer verloren voelen, maar thuis komen – de plaats van aanvaarding, van liefde, van toekomst. De vader die liefdevol zijn armen uitstrekt. Hier spreekt een hart dat vol ontferming en betrokkenheid met onvoorwaardelijke liefde naar de terugkeer van de zoon heeft uitgekeken.

Thuis komen. Dat is merken dat je wel bent weggeweest, dat je weliswaar thuis hebt losgelaten, maar dat dat omgekeerd niet het geval is. ‘Thuis’ heeft je laten gaan, maar hield je ook vast. Je mag er weer zijn. Met elke vezel blijk je verbonden te zijn met het thuis dat God voor je wil zijn, als een vader, als een moeder. Thuis komen is mogen horen wat je al die tijd al wist: ‘Jij bent mijn geliefde kind.’

Peter Korver
Redactie AdRem, remonstrants predikant in de Kapel in Hilversum

Zie ook