Thuisblijven is het nieuwe weggaan
Foto: Robert Agthe

Thuisblijven is het nieuwe weggaan

De thuisvakantie, staycation of de reis naar balconia – het is al jaren een niche in de vakantiemarkt. In 1972 zong Jasperina de Jong: ‘ …Wij gaan van de zomer lekker nergens naar toe/Niet meer over tobben/Dobbe dobbe dobbe/Dobbe dobbe dobbe doe’. Want vakantie geeft stress: files, volgeboekte hotels, lekkende tenten, eten dat niet lekker valt en nog veel meer. Daar wordt een mens humeurig van en dat levert weer makkelijk ruzie op… Zodat je zou kunnen concluderen ‘Neen; de mens is geen trekvogel; hij is een huisdier’ (uit: Camera Obscura, Nicolaas ‘Hildebrand’ Beets).

Het absolute ont-moeten

‘Lekker nergens naar toe’ veronderstelt dat je huis een thuis is. Het veronderstelt ook dat je wel zou kunnen gaan (maar het lekker niet doet). Wie vanwege ziekte of armoede niet weg kan, blijft misschien helemaal niet ‘lekker’ thuis, al hoeft het echt geen straf te zijn. Niet op vakantie gaan kan namelijk ook het absolute ont-moeten zijn. Niets inpakken, plannen, regelen (voor planten, huisdieren, tuin enz.); niemand appen dat je veilig hier of daar bent (telefoon kan uit). Rust.

Vakantie was lang een onbekend fenomeen. Reizen was voor de rijken die niet hoefden te werken voor hun brood. Na de oorlog werd het langzamerhand een recht voor iedereen en vervolgens min of meer een sociale verplichting. Mensen waren bang dat ze iets misten als ze niet ook in een (ver) buitenland waren geweest, een zonvakantie hadden geboekt of een bijzondere bestemming hadden gevonden. ‘Ga jij niet op vakantie?’ Verbazing alom. Maar inmiddels zijn er weinig bijzondere bestemmingen of verre buitenlanden meer te vinden waar je halve vriendenkring niet ook al is geweest. Je hoeft niet meer bang te zijn iets te missen. Je kunt er juist van gaan genieten dat jij niet in de vakantiestress hoeft te schieten, maar thuis op de bank alle seizoenen House of Cards kunt gaan bingewatchen.

Horror vacuï

Mensen lijden ook aan het misverstand dat ‘lege tijd’ ‘verloren tijd’ is. Dus hup, van museum naar museum en van kerk naar bezienswaardigheid. Een dagje niksen is ‘zonde’. Er zijn van die (bus)reizen die je beloven dat je af en toe een paar uurtjes ‘vrij’ krijgt, maar verder moet je je een slag in de rondte lopen, kijken, luisteren en cultuur opsnuiven. Voor mij heeft dat weinig te maken met vakantie. Ik ga liever onder een boom liggen (volgens Horatius een prima tijdsbesteding), een beetje niks doen, mij een snufje vervelen, een ingeving volgen, de omgeving bekijken, een geliefd mens opnieuw ontdekken.

Ziel

De Portugese dichter Fernando Pessoa (1888-1935) schrijft in ‘Het boek der rusteloosheid’:  ‘Wat kan China mij bieden dat mijn ziel mij al niet zou hebben gegeven? … Ik zou rijkdom kunnen zoeken in de Oriënt, maar geen rijkdom van de ziel, want de rijkdom van mijn ziel ben ik zelf, en ik ben waar ik ben, met of zonder Oriënt.’ De gedachte, dat reizen tevergeefs is als je zoekt naar de kern van je bestaan, wordt niet gedeeld door (seculiere) pelgrims. Zij zien reizen juist als een manier om nieuwgeboren te worden. Je reist niet om ergens aan te komen, maar om jezelf te vormen. Het onderweg zijn is een leerproces dat je – al wandelend, fietsend of anderszins reizend – doorloopt.

Water in de knieën

Maar moet je voor zo’n reis echt naar buiten? Of kun je ook zittend in je kamer pelgrimeren? Xavier de Maistre (1763-1852) kreeg na een vechtpartij zes weken huisarrest opgelegd en gebruikte die tijd om ‘Voyage autour de ma chambre’ te schrijven. Volgens hem zit er een verhaal in al het kleine en hoeft niets – geen water in de knieën en twee horrelvoeten – een mens te beletten om te reizen. Zijn boek was waanzinnig populair tot ver in de negentiende eeuw. Er verschenen gekuiste edities waarin het hoofdstuk rondom het bed was geschrapt. Er werden ook parodieën geschreven: ‘Reis in mijn broekzak’, ‘Reis door een glazen bol’, ‘Reis aan de binnenkant van mijn oog’, waaruit ook weer bleek hoe populair boek en thema waren in die tijd. De Nederlandse vertaling is trouwens nog steeds te koop en de Engelse versie vindt u gratis op Google Books.

Reis door mijn kamer

Het ultieme thuisblijfboek van De Maistre kreeg in 1984 een Nederlandse echo met een verhaal van Maarten Biesheuvel ‘Reis door mijn kamer’. ‘Ik zou in een vliegtuig kunnen stappen en naar Sjanghai vliegen, ik zou scheep kunnen gaan en naar Port Churchill in de Hudsonbaai varen, ik zou in een auto kunnen stappen en naar Parijs rijden. Geld heb ik immers genoeg? Ik zou mijn hele leven kunnen reizen en altijd in hotels slapen en in restaurants eten. Ik zou duizenden mij nu nog onbekende mensen de hand kunnen schudden en zeggen: ‘Goedemiddag, hier ben ik, Maarten Biesheuvel’, of: ‘Bonjour, me voilà, Maarten Biesheuvel.’ Ja, ik zou het allemaal makkelijk kunnen doen en ik vraag me af waarom ik er niet toe overga.’ Het is een prachtig thuisblijfverhaal en u kunt het via dbnl.org gratis lezen.

Nooit meer op reis

‘Als je dood bent hoef je goddank nooit meer op reis’. Ook Maarten ’t Hart schrijft over thuisblijven als het beste dat een mens kan doen in ‘Dienstreizen van een thuisblijver’. Een tripje van Warmond naar Amsterdam is hem eigenlijk al te ver.

Sommigen overvalt ook een enorme angst zodra ze meer dan een paar kilometer van huis zijn. De Utrechtse dichter Ingmar Heytze leed aan deze kwaal die hij ‘hodofobie’ noemt. In zijn boek ‘Reisoefeningen. Genezen van een fobie’ doet hij verslag van de kwaal en zijn proces van genezing. En dan is er nog heimwee. Het mooiste gedicht dat daar ooit over geschreven is, is van Jacob Israël de Haan. Omdat het zo goed weergeeft wat voor velen tegenwoordig geldt: leven tussen meerdere culturen en daardoor altijd (een beetje) heimwee hebben naar de plek waar je niet bent. Reizen als de eeuwige omweg naar huis.

Die te Amsterdam vaak zei: ‘Jeruzalem’

en naar Jeruzalem gedreven kwam

Hij zegt met mijmerende stem

‘Amsterdam, Amsterdam’.

 

Ineke Ludikhuize
Redactielid AdRem, gemeentelid in Utrecht

Zie ook