Pinksteren: Wek mijn zachtheid weer
Foto: Brian Patrick

Pinksteren: Wek mijn zachtheid weer

‘Empathie verblindt’, zo waarschuwt de ‘vrijdenker’ Marco Visscher in de Volkskrant van 29 april 2017. Hij beroept zich daarvoor op een boek van de Amerikaanse psycholoog Paul Bloom, Against empathy. Bij empathie, zo stelt Bloom, richten we onze mentale schijnwerper op één concrete persoon. Daarmee beperken we ons bereik. Empathie verblindt: we zien één persoon die honger lijdt, maar we kunnen onmogelijk empathie voelen voor de achthonderd miljoen mensen in de wereld die in extreme armoede leven. En dus, aldus Bloom, staat empathie collectieve politieke actie in de weg. ‘Onze emoties nemen het over, waardoor we geen structurele oplossingen bieden. Zo helpen we de enkeling, niet de groep.’

Er komt nog iets bij: wij zijn, zo blijkt uit onderzoek, van nature meer geneigd om empathie te voelen met mensen die ‘zijn zoals wij’ en die tot dezelfde groep behoren. Voetbalsupporters zijn hier de kroongetuigen: zij voelen empathie met de speler van hun team die geblesseerd raakt en niet met die van de tegenpartij.

Feiten niet het laatste woord

Dat zijn de feiten, zo lijkt het althans. Moeten we daar dan maar in berusten? Moeten wij dan maar afzien van ons streven naar empathie? Bloom, en in zijn kielzog Marco Visscher, denkt van wel: volgens hem is de wereld beter af zonder empathie.

Gelukkig zijn er religieuze tradities die ons het tegendeel voorhouden: laten wij juist niet berusten in de feiten! Natuurlijk willen wij de feiten niet ontkennen of verdraaien, maar zij hoeven ook niet het laatste woord te hebben. Wij hoeven ons niet neer te leggen bij hoe het nu eenmaal is. Wij kunnen over onze eigen schaduw heen springen. Wij kunnen uitstijgen boven wat de natuur ons lijkt te dicteren.

Wij zijn daartoe in staat dankzij de kracht van de geest. De geest is ons vermogen om boven het hier en nu uit te stijgen. De geest helpt ons verder te kijken dan onze neus lang is. De geest helpt ons de feiten te boven te komen. De geest stelt ons in staat een stap verder te zetten dan wat onze natuurlijke geneigdheid lijkt voor te schrijven. Dankzij de geest kunnen we ook empathie opbrengen voor iemand die niet is zoals wij, die niet tot onze groep behoort. Dankzij de geest kunnen we ons laten raken door de blik van de ander, de onbekende, de vreemdeling, en kunnen wij ons laten veranderen. Dankzij de geest zijn er kansen voor de toekomst, een andere toekomst dan de natuur lijkt te dicteren.

Houvast die vooruit kijkt

Er zijn minstens twee soorten houvast in het leven. De ene soort is die van de feiten: zekerheden waaraan we ons kunnen vastklampen. ‘Zo is het nu eenmaal en zo is het altijd geweest.’ Het is het houvast dat liefst terugblikt, naar de ‘past performance’: in het verleden behaalde successen bieden een garantie voor de toekomst, om te spreken met een variant op de waarschuwing die beleggingsadviseurs graag geven. De andere soort van houvast is die van de mogelijkheden: de kansen die een uitdaging vormen om aan een betere wereld te werken. Deze soort houvast kijkt liever vooruit, naar een toekomst die er nog niet is. Het is het houvast van de hoop. En het instrument van die hoop is de geest.

Schenk ons de kracht van verandering

Wij weten niet wie het was, maar vermoedelijk ergens in de elfde of twaalfde eeuw dichtte een onbekende schrijver een loflied op dat instrument van de hoop, de sequens Veni Sancte Spiritus, ‘Kom heilige Geest’. Deze werd op het feest van Pinksteren gezongen als inleiding op de lezing van het evangelie. Zij is een van de vijf sequensen die de katholieke liturgiehervorming na het Concilie van Trente in de zestiende eeuw hebben overleefd (de andere werden in de drang naar disciplinering van de katholieke liturgie allemaal geschrapt). Zij overleefde ook de Reformatie: Luther bewerkte haar in het lied Komm Heiliger Geist, Herre Got, onder meer twee maal getoonzet door Bach (BWV 651 en 652), en het Nederlandse Liedboek bevat de bewerking van Jan Willem Schulte Nordholt, ‘Kom o Geest des Heren kom’ (lied 669).

De vierde strofe van de sequens beschrijft hoe het instrument van de hoop werkt, niet door het houvast van de berusting, maar door het houvast van de uitdaging en de verandering.

Lava quod est sordidum,  Was schoon wat vervuild is,

riga quod est aridum,   bevochtig wat verdord is,

sana quod est saucium;  maak heel wat gewond is;

flecte quod est rigidum,  maak soepel wat verstard is,

fove quod est frigidum,  verwarm wat verkild is,

rege quod est devium.  leid wat verdwaald is.

De sequens beschrijft dit in de vorm van een gebed, een verzuchting. Zij maakt zich tot tolk van ons verlangen: schenk ons de kracht van verandering, inspireer ons om boven onszelf uit te stijgen, geef ons de moed om ons niet langer bij de feiten neer te leggen. De onbekende middeleeuwse dichter roept hier de geest te hulp als kracht van verandering. Het houvast van de geest moet ons uitdagen om andere mensen te worden.

Dat is de kracht van de liturgie: dat zij woorden aanreikt voor ons eigen onvermogen, dat zij ons die woorden in de mond legt als wij zelf niet meer weten wat we moeten zeggen. De sequens spreekt voor ons. Zij biedt houvast in onze sprakeloosheid. En daarmee tilt zij ons ook boven onszelf uit. Zij spreekt uit wat wij misschien niet eens hardop durven zeggen. Dat we innerlijk verdord en gewond zijn en dat we daarvan graag willen genezen. Dat wij verkild en verstard zijn, vastgeklonken aan de feiten, gevangen in ons verleden, bang om een stap verder te zetten. Maar dat wij toch o zo graag die soepelheid van geest zouden ontvangen die ons in staat stelt om in beweging te komen.

Feest van de toekomst

Pinksteren is het feest van de toekomst. Die toekomst heeft structurele oplossingen nodig voor de problemen waarmee de mensheid zich geconfronteerd ziet: het probleem van armoede en honger, het probleem van machtsmisbruik en onderdrukking, het probleem van oorlog en geweld, het probleem van de uitputting van de grondstoffen en de aantasting van het leefmilieu. Maar de oplossing van al die problemen begint bij het simpele feit van het zien van de ander, niet van die achthonderd miljoen mensen die in armoede leven, maar van één concrete mens die honger lijdt. Empathie is niet het hele verhaal van de structurele oplossing van alle wereldproblemen, maar wel het begin van dat verhaal. Er wordt pas toekomst mogelijk als ik een ander mens in de ogen zie en als ik in die ene blik zijn of haar schreeuw om liefde en gerechtigheid herken. En als ik mij daardoor laat raken, als ik mij laat bewegen tot empathie, als ik mij door die blik laat veranderen, vermurwen.

Pinksteren is niet een pleidooi voor verwaarlozing van de feiten of vervanging van de feiten door alternative facts. Nee, Pinksteren is een pleidooi om de feiten onder ogen te zien, maar dan wel onder nieuwe ogen: de ogen van de hoop. En die zijn niet anders dan de ogen van een kind: onbevangen, nieuwsgierig, bereid om te leren, begerig om nieuwe dingen te ontdekken, verlangend uitziend naar wat nog niet is. De ogen van de hoop zien wat is en zien tegelijk uit naar wat nog niet is. Een blik met die ogen overstijgt de feitelijkheid: het is een transcenderende blik. En daarom brengt die blik ons in verbinding met de Levende die ons te boven gaat. Het is de blik van de Geest.

Huub Oosterhuis heeft het kort en krachtig gezegd in een lied waarin een echo klinkt van de middeleeuwse sequens voor Pinksteren. Het staat als lied 925 in het Liedboek. Met Pinksteren zal het wel hier en daar in een remonstrantse kerk klinken. Mooier kan ik het niet zeggen.

Wek mijn zachtheid weer.

 Geef mij terug de ogen van een kind.

 Dat ik zie wat is.

 En mij toevertrouw.

 En het licht niet haat.

Peter Nissen
Hoogleraar Spiritualiteitsstudies aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en remonstrants predikant in Oosterbeek

Zie ook