Bijbel als dagboek van de culturele ontwikkeling van de mens

Bijbel als dagboek van de culturele ontwikkeling van de mens

Vertrouwen hebben en geloven zijn in de bijbel praktisch gelijk aan elkaar. Maar niet voor iedereen. Er zijn mensen die hun geloof hebben verloren juist vanwege de bijbel waarin zij verhalen aantreffen vol geweld en met een hoofdrol voor een straffende en wraakzuchtige God. Het Boek leggen zij met een zekere weerzin voorgoed terzijde. Er zijn mensen die geloven óndanks de bijbel. Soms omdat zij het geloofsboek op een andere manier zijn gaan lezen, soms omdat zij de bijbel niet (meer) nodig hebben. Zij vinden God ergens anders, in de natuur, in de filosofie, de kunst of in hun medemensen. En zo lijkt het Boek toe te behoren aan de gelovigen en is het van geen betekenis voor wie zich daartoe niet wil rekenen.

Misverstand

Dat laatste moeten we als een ernstig misverstand beschouwen, betogen de schrijvers van een succesvol boek dat vorig jaar verscheen onder de titel Het oerboek van de mens. Het heeft in korte tijd al vele herdrukken beleefd. De schrijvers zijn geen theologen en ook geen gelovige christenen. Toch menen zij dat de bijbel ons oerboek is, een bijbel van de menselijke natuur. Misschien leren we er niet God zelf beter te begrijpen, maar wel wat het betekent mens te zijn. Wie de mens wil begrijpen als product van een lange, evolutionaire ontwikkeling, moet de bijbel lezen.

De eerste auteur, Carel van Schaik (1953), is een Nederlandse antropoloog. Vele jaren verrichtte hij naar het gedrag van oerang oetans en ontdekte dat deze primaten cultuur hebben, dat zij werktuigen gebruiken en ook sociale wezens zijn. Hoe verhouden zij zich tot de evolutie van de mens? Met de Duitse historicus en journalist Kai Michel (1967) is hij een reis gaan maken door bijna alle bijbelverhalen om daarin algemene waarheden te vinden over de mens in de culturele ontwikkeling die hij heeft doorgemaakt.

Rampen

Beslissend is het moment dat een bestaan als rondtrekkende jager en verzamelaar werd ingeruild voor een leven op een vaste woonplek, in dorpen en later steden, als boeren, veetelers en ambachtslieden en handelaren. Die overgang, zo’n twaalfduizend jaar geleden, kende ingrijpende en tragische gevolgen. Weliswaar groeide het aantal mensen sindsdien van zo’n vier miljoen naar acht miljard – een succesverhaal zou je menen –  maar geweld werd een alledaags verschijnsel, de mensen leden vaker honger en stierven jonger. Door het samenleven met dieren konden ziekteverwekkers van huisdieren op mensen overspringen en kwamen er besmettelijke ziektes. Het ontstaan van privébezit van onroerend goed en land zorgde voor onrechtvaardigheid en onderdrukking.

Cultureel beschermingssysteem

De rampen die de mens nu onophoudelijk troffen, hebben volgens Van Schaik en mede-auteur Kai Michel (1967) de godsdienst als vanzelf opgeroepen. In tijden met grote rampen wordt er gezocht naar grote oorzaken en bij gebrek aan rationele verklaringen worden die gevonden bij machtige goden die wij met ons gedrag boos hebben gemaakt en die ons straffen met ziektes, misoogsten, natuurrampen en oorlogen. De bijbelverhalen die mensen schreven, geven een diep inzicht in wie wij werkelijk zijn.

Het zal duidelijk zijn dat wanneer de bijbel gelezen wordt door een evolutiebioloog dat andere resultaten geeft dan wanneer theologen of taalkundigen dat doen. Zij zien religie als een zinvol cultureel beschermingssysteem; de Thora met zijn zeshonderddertien ge- en verboden geeft de samenleving vertrouwen, de psalmen schenken de individuele mens vertrouwen. De schrijvers concluderen: je komt er al gauw achter wat de bijbel werkelijk is, ‘het dagboek van de stoutmoedige pogingen van de mensheid om te gaan met de beproevingen van het leven’.

 

Peter Korver
remonstrants predikant bij De Kapel in Hilversum

Zie ook