Een ongeloofwaardig verhaal?
Foto: Adobe stockfoto

Een ongeloofwaardig verhaal?

Op de middelbare school kregen alle brugklasleerlingen voor het vak Nederlands een groot schrift. Gedurende de schoolcarrière zou dit schrift gevuld moeten worden met diverse opdrachten. Manmoedig werd er het eerste jaar in gewerkt. De opdrachten droogden in het tweede jaar al gauw op en uiteindelijk is het schrift nooit vol gekomen. Dat dit schrift nu weer in mijn herinnering naar boven komt is te danken aan het thema van deze AdRem en de intocht van het volk Israël in het beloofde land. Dat zit zo.

Een van de eerste opdrachten voor het schrift was het schrijven van een verhaal. De precieze opdracht ben ik al lang vergeten. En het begin van het verhaal eveneens. Het einde daarentegen staat mij weer helder voor de geest; dat vond mijn docent niet zo sterk. Ongeloofwaardig zelfs. Dat schoolopstel verhaalt van een hoofdpersoon die, na lange en uitgebreide voorbereidingen, uiteindelijk niet de grens durft over te steken naar het gedroomde vakantieland. Bang als die hoofdpersoon is om alle mooie verzamelde beelden en gehoorde verhalen te niet te doen. De hoofdpersoon maakt rechtsomkeert en gaat terug naar huis.

Liever terug naar huis

Had ik nu maar het bijbelverhaal van de uittocht uit Egypte en in het bijzonder de intocht in het land Kanaän gekend. Dan had ik kunnen vertellen dat mijn idee zo gek nog niet was. En dat er ten minste nog één verhaal is waar mensen het gedroomde land niet binnen durven gaan en liever terug naar huis keren. Of had mijn docent het verhaal maar gekend. Dan had ze kunnen laten weten dat mijn idee niet bijster origineel was en wel wat meer had mogen worden uitgewerkt.

Maar waar ik er met een magere beoordeling vanaf kwam, kwam het volk van Israël er wat minder makkelijk vanaf. Waar mijn verhaal slechts één verhaal van vele is geweest en verder in de vergetelheid is geraakt, is dat niet het geval met het bijbelverhaal uit het boek Numeri (hoofdstuk 13 en 14). We kennen het verhaal van de uittocht uit Egypte als een reis die veertig jaar duurde. Maar die veertig jaar, dat was echt niet nodig geweest.

Het was een pure strafmaatregel; om af te koelen. Ingesteld door God omdat de mensen zich niet durfden te verlaten op het vertrouwen in diezelfde God. God had gedurende de uittocht uit Egypte en de tocht door de woestijn alle geklaag aangehoord. En gedurende die twee jaar het gemopper over de leefomstandigheden, het gebrek aan voedsel en aan water, niet alleen aangehoord maar ook  verzacht. Na die twee jaren arriveert het volk in de woestijn van Paran. Vanaf daar worden er twaalf verkenners op pad gestuurd om te gaan kijken in het land Kanaän, het beloofde land, het land van melk en honing. Maar dat was toen nog niet zo goed tot het volk doorgedrongen. Afijn, de verkenners gaan op onderzoek uit en keren na veertig dagen terug met hun bevindingen. Ze brengen verslag uit aan Mozes en het volk. En dat is het begin van de veertig jaar uitstel die zullen volgen.

Kunnen we er in geloven?

Nadat er verslag is uitgebracht ontstaat er onrust. Allemaal goed en wel, het beloofde land, maar kunnen we er echt van op aan? Kunnen we het land, de steden, de inwoners (reuzen!) wel vertrouwen? Of is het beter om maar om te keren? Terug naar Egypte, terug naar daar waar het bekend is. Zo maar het nieuwe binnen stappen daar is moed voor nodig. En vertrouwen. Met die moed zat het wel goed, het volk Israël was al twee jaar op reis. Met het vertrouwen was het even wat minder goed gesteld; het had die dag plaats gemaakt voor angst. Liever sterven in de woestijn dan het beloofde, maar vooral het onbekende land binnen te gaan. En toen werd het God te veel: ‘ik heb zoveel wonderen voor jullie gedaan, maar jullie willen niet op mij vertrouwen.’

Ondanks het wantrouwen bleef God, na wat aandringen door Mozes, vertrouwen houden in zijn volk. Niet in iedereen, maar dan toch wel in de meesten. Het binnen treden van het land Kanaän werd echter uitgesteld en zou pas voor de volgende generatie werkelijkheid worden…

Wie weet wat we allemaal misgelopen zijn in het leven door niet op het juiste moment te vertrouwen? We weten het niet en dat is misschien maar goed ook. Een dag een verkeerde keuze en je draagt de gevolgen jarenlang met je mee. Hoe behoud je dan het vertrouwen dat het uiteindelijk wel goed komt? Op individueel vlak, maar ook als gemeenschap. Want waar het verhaal over het wel of niet toetreden van het beloofde land ook over gaat, is de vraag of een groep mensen een gemeenschap wil vormen. En zo ja, waar dan en hoe en met wie? Aan welke wetten en regels gaan we ons onderwerpen? En die vraag geldt voor ons nu nog. Ook al wonen we, deels, onder zeeniveau en niet in een woestijn. Hoe willen we met zijn allen leven? Willen we een gemeenschap zijn en zo ja, aan welke wetten en regels willen we ons houden?

Wie vertrouw ik mijn stem toe?

Uiterst actuele vragen aan de hand van een oude verhaal. Deze maand, de maand van de Tweede Kamerverkiezingen, mag u weer nadenken aan wie u uw vertrouwen gaat geven. Vertrouwen en vrijheid gaan mijns inziens hand in hand. In welke handen willen wij de toekomst leggen?

Er deden ruim tachtig (aspirant-)partijen een gooi naar de politieke arena. Het had mij wel mooi  geleken als er veertig daarvan het vertrouwen van de potentiële kiezer hadden weten te winnen. Het werden er iets minder; een goede dertig partijen staan uiteindelijk op de kieslijst. Voorwaar, nog steeds niet eenvoudig om een juiste keuze te maken.

 

Sandra van Zeeland – van Cassel
Redactie AdRem, student aan het remonstrants Seminarie

 

Zie ook