Liever een arm om je heen dan een pilletje!

Liever een arm om je heen dan een pilletje!

In Nederland zijn er zo’n 1 miljoen mensen die antidepressiva slikken en dit aantal blijft stijgen. Tijdens het Depressiegala in januari van dit jaar werd bovendien gesproken van onderbehandeling. Er zouden dus nog veel meer mensen lijden aan een depressie, maar daarvoor (nog) niet behandeld worden. Hoe valt dit te rijmen met het feit dat uit onderzoek keer op keer blijkt dat Nederlanders (kinderen en volwassenen) behoren tot de gelukkigste mensen ter wereld? In haar boek ‘De depressie-epidemie’ (2008, Augustus, Amsterdam) probeert Trudy Dehue te verklaren waarom de diagnose ‘depressie’ al decennialang blijft toenemen.

Keuze

Er bestaat volgens Dehue een maatschappelijke druk om voortdurend het beste uit jezelf te halen en succesvol te zijn. Dat geldt ook voor onze kinderen. Kon je vroeger verwijzen naar ‘de aard van het beestje’, nu bestaat het idee dat een kind bijna volledig maakbaar is door opvoeding en biomedische technologie. Tekortkomingen worden nauwelijks geaccepteerd. Waar succes als een keuze wordt gezien, geldt dat ook voor mislukking. Dat brengt mensen in een moeilijke positie. Als er een diagnose kan worden gesteld, kan dat een enorme opluchting zijn: het ligt niet aan mij, het ligt niet aan mijn opvoeding. Je hebt niet gekozen voor falen, je bent er niet schuldig aan.

Losers

Als je geen beroep meer kunt doen op ongunstige omstandigheden, op het lot, op ‘de aard van het beestje’ dan ben je op jezelf aangewezen om van je leven een succes te maken of een ‘loser’ te zijn. Dehue typeert dit als neoliberaal en ziet in dit systeem de bron van veel ellende en depressies. Het te ver doorgevoerde (neo)liberalisme leert mensen dat ze uit moeten zijn op hun eigen belang. Niemand kan rekenen op substantiële hulp van anderen. Dat is alleen te verdragen voor ware winnaars die niemand nodig hebben. Voor mensen die juist wel hulp nodig hebben, ongeluk hebben of anderszins onmachtig zijn, rest het geknakte zelfvertrouwen en de mantra ‘eigen schuld’. We zijn in Nederland nog niet al te ver doorgevoerd neoliberaal, maar het scheelt niet veel, aldus Dehue.

Idealen

De definitie van succes is ook al problematisch. Voor meisjes en vrouwen staat het vaak gelijk aan ‘mooi’ zijn. Ideaalbeelden zijn er te over en die vertellen allemaal dat (extreem) dun en rimpelloos succes betekenen. En als je dat niet bent, is er de plastische chirurgie, de dieetgoeroe en de sportschool. Iedereen kan het en als het jou niet lukt: eigen schuld.

Aan je uiterlijk werken is niet genoeg: we moeten ook nog aan de rimpels in onze geest werken. Lichamelijke of psychische cosmetica vrolijken ons op of maken ons nog meer bewust van wat er allemaal niet goed genoeg is aan ons.

Geld en luxe goederen zijn ideaal voor iedereen. Werkloos worden kan eventueel nog buiten je schuld gebeuren, maar werkloos blijven is je eigen schuld. Woedend proberen mensen de schuld te schuiven in de schoenen van Polen en anderen die ‘banen inpikken’, want niemand wil schuldig zijn aan zijn of haar eigen onmacht of armoede.

Moedeloos

Het is om moedeloos van te worden en dat worden mensen dus ook massaal. Meestal gebruiken we het woord depressie. Het lijkt dan of het één geheel is, één ziekte die alleen in zwaarte kan verschillen. Dehue vergelijkt het begrip ‘depressie’ met ‘huidziekte’. Eczeem is geen lichte vorm van psoriasis, maar een totaal andere huidziekte, die in ernst kan variëren. Zo geldt dat ook voor depressiviteit: het kan van alles betekenen en de ene ziekte ‘depressie’ is de andere niet. Het belang van een precieze diagnose en bijbehorende behandeling kan dus nauwelijks overschat worden.

Zelfvertrouwen

Het zou depressieve mensen aan zelfvertrouwen ontbreken. Als je het niet hebt, kun je het opbouwen en wie voldoende zelfvertrouwen heeft die slaagt in het leven. Misschien heb je ook wat medicijnen nodig, maar verder is het vooral een kwestie van ‘aan jezelf werken’. Cursussen en coachingstrajecten zijn er in alle soorten en maten en beloven veel. Maar, zegt Dehue, mensen die het idee hebben dat ze niet voldoen, help je niet door nog meer lasten op hun schouders te stapelen.

Bovendien zijn er ook wel wat problemen met dat zelfvertrouwen. Het hebben van zelfvertrouwen is natuurlijk prima, maar hoe ga je dat precies opbouwen? Er zijn behoorlijk wat valkuilen waar je onderweg in kunt storten. Bijvoorbeeld de wens om speciaal en bovengemiddeld te zijn; de neiging anderen te pesten om zelf beter uit de bus te komen; jezelf steeds vergelijken met anderen of jezelf steeds nieuwe voorwaarden stellen.

Zelfcompassie

Om alle valkuilen van de weg naar zelfvertrouwen te omzeilen, wordt tegenwoordig ook aangeraden om de oplossing te zoeken in zelfcompassie. Wees niet al te kritisch op jezelf, vergeef jezelf fouten en zwakheden. Het is nu eenmaal de menselijke conditie dat ons leven vol zit met frustratie, verlies, tekort, pijn, schuld. Vecht er niet tegen, maar leer om mededogen te hebben met jezelf en zonder oordeel naar jezelf te kijken. Voor mensen die gewend zijn geraakt aan de immer kritische blik op zichzelf is dit een van de moeilijkste dingen om te leren.

Vrienden

Henny Vrienten (Doe Maar) schreef in 1984:

‘Als je wint heb je vrienden / Rijen dik echte vrienden / Als je wint nooit meer eenzaam Zolang je wint / Als je wint…’

Over ‘winnen’ kon je in 1984 nog met enige ironie schrijven. Dat is inmiddels wel anders.

Maar wat nu als je vrienden hebt door dik en dun? Of als er behulpzame mensen in je leven komen als je je een totale mislukking voelt? Stel dat iemand tegen je zegt: ‘Vertel me wat ik voor je kan doen.’ Of: ‘Hier is mijn schouder. Leun er maar een poosje op.’ Volgens Dehue is dat soort hulp – zij noemt het compassie – effectiever tegen depressies dan enig chemisch middel. Wie compassie ervaart, voelt zich beter, hoopvoller. Natuurlijk, er blijven ook altijd medicijnen nodig, maar niet voor iedereen. Alle mensen hebben trouwens op bepaalde momenten in hun leven compassie nodig.

Je lot in eigen hand

Volgens Dehue is de toename van mensen met depressieve klachten niet toe te schrijven en aan een enkele factor. Het is een complex probleem. Er zijn allerlei ontwikkelingen in onze maatschappij die er een rol in spelen. Al die factoren hebben echter een ding gemeen: het benadrukken van de plicht je lot in eigen hand te nemen. Politici, psychologen, farmaceuten: iedereen roept het ons toe. Massaal werken we aan het ideaalbeeld van ons functioneren: ieder apart, ieder op dezelfde manier. Dus nee, de depressie-epidemie heeft niets te maken met verwende kleinzerigheid. Het is het resultaat van heel veel eenzaam gezwoeg tegen verlies, pijn en ongeluk. Een strijd die niet te winnen is.

Vertrouwen

Bij het lezen van de depressie-epidemie en het schrijven van dit artikel moest ik geregeld denken aan een lied van Coot van Doesburgh ‘Wat er later ooit zal komen’, een hertaling van de klassieker ‘Wat de toekomst brenge moge’. Het vertrouwen dat er altijd mensen zijn die je helpen, dat je er nooit alleen voor staat, is een religieus besef dat we meer dan ooit nodig hebben. Het is ook een enorme opdracht, want wie zo leeft, verplaatst zich ook in anderen en behandelt hen met compassie.

 

Ineke Ludikhuize
Redactie AdRem, lid gemeente Utrecht

 

Niemand hoeft alleen te leven. Eén staat altijd voor je klaar om weer alle moed te geven. Wij zijn altijd bij elkaar.

Zie ook