Gerrit van Duyl, vrijzinnig dominee en lid van de NSB

Gerrit van Duyl, vrijzinnig dominee en lid van de NSB

Kenmerkende idealen voor vrijzinnig-protestanten zijn steeds geweest: vrijheid en verdraagzaamheid. In de remonstrantse beginselverklaring krijgen zij een nadrukkelijke rol. Als je mensen vraagt naar de reden waarom ze voor onze geloofsgemeenschap kiezen, verwijzen zij vaak direct naar deze beginselen. Gevoeligheid voor de verleidingen van een autoritair bewind of voor antisemitisme verwacht je niet zozeer onder vrijzinnigen. Maar uitzonderingen zijn er ook. Ds. Van Duyl, vrijzinnig-hervormd predikant, behoorde tot die uitzonderingen. Anton Mussert vroeg hem lid te worden van de NSB en dat zou het begin zijn van jarenlange antidemocratische activiteiten.

Redenaarstalent

Gerrit van Duyl (1888-1952) was rechts-modern predikant en een zeer goed spreker. Onder zijn leiding kwam de NPB – afdeling Hilversum tot grote bloei. Toen de getrouwde dominee een verhouding begon met een jonge catechisante, leidde dit tot grote verdeeldheid en zijn ontslag in 1929. Met een schare die geen kwaad van hem wilden weten, stichtte hij direct daarop in Hilversum een afdeling van de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden. Vier jaar later, in 1933, werd Van Duyl benaderd door Anton Mussert. Deze was op een bijeenkomst van de Rotary onder de indruk geraakt van zijn redenaarstalenten. Al spoedig nadat hij zich als lid had aangemeld, werd hij geïnstalleerd als kringleider van het Gooi. Landelijk kreeg hij de positie van hoofd van de afdeling Vorming.

Door God gewilde eenheid terugbrengen

Wat motiveerde deze dominee tot deze stap en hoe reageerde zijn gemeente daarop? Van Duyl hoopte door middel van de NSB de verzuilde politieke structuur van ‘het door politiek christendom verscheurde volk’ te doorbreken en het naar zijn ’door God gewilde eenheid’ terug te brengen. Hij keerde zich tegen een meerpartijenstelsel en bepleitte een krachtig autoritair bewind onder het gezag van een leider. In 1935 nam de NSB voor de eerste maal deel aan de verkiezingen. Bij de stemming voor Provinciale Staten op 17 april behaalde de beweging direct ook het grootste resultaat uit haar bestaan, bijna acht procent van alle stemmen. Bij de Tweede Kamerverkiezingen twee jaar later verloor de partij echter alweer de helft van haar aanhang. Veel kiezers, geschrokken door de ontwikkelingen in Duitsland, zochten hun heil liever bij de autoritaire minister-president Colijn dan bij de nationaalsocialistische Anton Mussert. Van Duyl, die zich regelmatig antisemitisch uitliet, verweet Mussert nu een weifelende houding te hebben ten aanzien van het ‘Jodenvraagstuk’ en raakte betrokken bij een machtsstrijd om het leiderschap. Deze werd door hem verloren. Van zijn benoeming tot lid van de Eerste Kamer moest hij om die reden na één dag alweer afzien.

Over wat zijn gemeente, de Vrijzinnig Religieuze Gemeenschap in Hilversum, ervan vond dat de voorganger zich ontpopte tot een actief NSB-lid, hebben we een indicatie. Een deel van het bestuur bedankte in 1934 omdat ze de beide functies van Van Duyl onverenigbaar achtte. Het was niet de dominee die moest aftreden, maar bestuursleden die vertrokken. In juni 1939 verliet Van Duyl Hilversum. Hij vervolgde zijn loopbaan als voorganger van de vrijzinnige gemeenschap in Ooster- en Westerblokker en Schellinkhout. Het is verbazingwekkend dat voor deze gemeente zijn turbulente privéleven en zijn politieke handel en wandel geen beletsel bleken te vormen om hem te beroepen.

Germaanse mystiek

In religieus opzicht raakte Van Duyl geboeid door de mystiek, die hij in de Germaanse wereld ontdekte. Ruusbroecs geschriften waardeerde hij als een ‘uitdrukking van de Germaanse synthese van lichaam en geest’, waardoor er tenslotte ook geen kerk meer nodig zou zijn. Ook in de moderne devotie, Erasmus en Luther zag de dominee de doorwerking van de Germaanse mystieke geest. Christendom en heidendom konden kennelijk tot een wonderlijke synthese komen.

Gedurende de bezettingsjaren bleek Van Duyl ten enen male gewonnen te zijn voor de Groot-Germaanse gedachte en de rassenleer. Hij werd lid van de Germaanse SS. Na de oorlog volgde een veroordeling tot tien jaar gevangenisstraf.

Absolute staat en nazisme verworpen

Het blijft een open vraag hoe ook een vrijzinnige predikant gevoelig kan worden voor antidemocratische en racistische ideeën. Voor de Remonstrantse Broederschap als geheel geldt dat men zich al vroeg bewust was van het gevaar van het nazisme. In 1934 schreef prof. Van Holk een breed gedragen verklaring waarin stond dat de Broederschap de ‘pseudo-godsdienstige leerstellingen en de geweldmethoden van de absolute staat’ verwerpt. In 1938 werd het vluchtelingenbeleid van de regering scherp bekritiseerd, omdat de toelatingsmogelijkheden voor joden zeer beperkt werden. In het bezettingsjaar 1943 werd in alle remonstrantse kerken een verklaring van het Interkerkelijk Overleg voorgelezen waarin protest werd aangetekend tegen onder meer de jodenvervolging en de concentratiekampen. Alleen maar niet-nazistisch zijn, zou onvoldoende blijken. Dat gold ook voor het doen uitgaan van moedige verklaringen. Prof. Heering sprak in 1945: ‘Hoe vreesachtig en zelfzuchtig hebben de meesten van ons geleefd. Hoe vlug hebben we de joden prijsgegeven zonder ons leven te stellen voor het hunne.’

Peter Korver
Redactielid AdRem, remonstrants predikant in de Kapel in Hilversum

Zie ook