Goed of fout? Remonstranten in de Tweede Wereldoorlog

Goed of fout? Remonstranten in de Tweede Wereldoorlog

In februari van dit jaar vond er een bijzondere bijeenkomst plaats in de senaatskamer van de Faculteit Godgeleerdheid van de Vrije Universiteit. In het kader van de nascholing van predikanten door het Arminius Instituut kwam een groepje predikanten, studenten en andere belangstellenden onder mijn leiding samen om na te denken over de vraag: wat weten we eigenlijk van de geschiedenis van Remonstranten in de Tweede Wereldoorlog? Waar de afgelopen decennia allerlei gaten in de remonstrantse historiografie opgevuld zijn, is dit vooralsnog een open vlek. Wat we weten, is tot nog toe vooral anekdotisch. Er zijn kleine beginnetjes van een heel verhaal, maar de grote lijnen moeten nog ingevuld worden.

Overleefd door geantedateerd doopbewijs

Indrukwekkend was die morgen het verhaal dat Carla Josephus Jitta (1931) kwam vertellen. Zij heeft de oorlog overleefd doordat de jonge Bussumse predikant Herman Heering (1912-2000) bereid was een doopverklaring te antedateren. Zij was wel door hem gedoopt, maar pas in de oorlog. De bezetter heeft een tijd lang gedoopte joden – die voor 10 mei 1940 al gedoopt waren – milder behandeld dan anderen. De jonge Carla en haar broer Alfred (1929-1966) waren ondergedoken en verraden. Terwijl zij in Westerbork ‘wachtten’ op transport naar Polen, kwam bijna op het laatste moment de doopverklaring binnen die hun het leven zou redden. In plaats van in de vernietigingskampen in Polen, kwamen zij toen terecht in het kamp in Theresienstadt waardoor ze de oorlog uiteindelijk zouden overleven, dit in tegenstelling tot een groot gedeelte van hun familie. Het ooggetuigeverslag van iemand die zo aan den lijve de verschrikkingen van de oorlog heeft meegemaakt, blijft bijzonder. Ook al hadden veel van de aanwezigen al heel veel kennis over wat er in de oorlog was gebeurd: de indringende wijze waarop mevrouw Jitta een en ander vertelde, maakte dat niemand deze morgen zal vergeten. Ook voor haarzelf was dit een bijzondere morgen: voor haar geloof is dit onderdeel van haar levensgeschiedenis enorm belangrijk. Hoewel zij haar verhaal al heel vaak verteld heeft, op scholen en bij herdenkingen, was dit de eerste keer waarbij het element van het geloof zo’n belangrijke rol kon spelen. Haar levensverhaal heeft mevrouw Jitta indrukwekkend beschreven in het boek: Ik worstel en kom boven… Een leven, getekend door WO II, 2015 (978 94 021 2793 5).

Een andere doop

Naar aanleiding van dit verhaal ben ik op zoek gegaan naar vergelijkbare gevallen. Het doorlezen van de notulen van de kerkenraad van de remonstrantse gemeente Rotterdam leverde een bijzondere ontdekking op. Waar de handgeschreven verslagen over het algemeen netjes zijn bijgehouden, blijkt er hier een stuk achteraf bewust onleesbaar te zijn gemaakt. Zie plaatje. De tekst die wel leesbaar is, luidt:

Ds. Wegerif deelt mede, dat as Zondag door hem gedoopt wordt [volgt onleesbare anderhalve regel]. Hij stelt daarover(?) een vraag. Iedereen is vrij in onzen Gemeenten zijn kinderen te laten doopen. [Volgen twee regels onleesbaar gemaakte tekst]

Nader onderzoek leert dat het hier gaat om de doop van Paul Hellmann (1935), die inderdaad op de bewuste zondag heeft plaatsgevonden. In 2009 schrijft de latere journalist zijn levensverhaal: Paul Hellmann, Mijn grote verwachtingen. Herinneringen. Ook deze doop heeft daarin een plaats:

‘Het zal in deze zelfde periode zijn geweest, misschien iets eerder, dat mijn ouders en ik op een zondagochtend langs de Westersingel liepen, op weg naar de remonstrantse kerk. Het christelijk geloof speelde in hun leven geen enkele rol, maar nu hadden zij gehoord dat het verstandig zou zijn als hun zoon werd gedoopt. Ik had nauwelijks een idee wat dit inhield, maar zodra we het hoge, gewelfde kerkgebouw binnengingen werd het me bang te moede. Op een gegeven moment stond ik met knikkende knieën opzij van de kansel, in het zicht van een menigte onbekenden die toekeek hoe de dominee eerst een baby en daarna mijn voorhoofd besprekende. Vol schaamte starend naar de grond liep ik later tussen mijn ouders in naar buiten.’

Een dag later mag de jonge Paul een cadeautje uitzoeken in de speelgoedwinkel, zoals het ook gebeurde, als hij bij de tandarts was geweest. Paul Hellmann heeft door als kind ondergedoken te zitten de oorlog overleefd. Daarin heeft het doopbewijs geen verdere betekenis gehad. Desgevraagd vertelde hij mij zich niets meer van de doop en de overwegingen van zijn ouders (zijn vader is in de oorlog vermoord) te herinneren. Juist het feit dat er in de kerkenraad gediscussieerd lijkt te zijn over de vraag of deze doop kon plaatsvinden, maakt mij nieuwsgierig. Al zal het waarschijnlijk onmogelijk zijn om ooit hier meer over te weten.

Een ondergedoken dominee

Deze twee casussen lijken te vertellen over bijzondere optredens ten goede van remonstrantse predikanten. Zoals te verwachten, zijn er ook andere dingen te zeggen. Verdrietiger is bijvoorbeeld het verhaal van ds. Salco Herman Spanjaard (1904-1971) die in de oorlog predikant was van de remonstrantse gemeente in Groningen. Wegens zijn joodse afkomst moest hij op enig moment onderduiken. Het werk in de gemeente werd waargenomen door de Nieuwkoopse predikant ds. Bert van Wijngaarden (1902-1951) die samen met zijn vrouw in de pastorie van Spanjaard trok. (De Nieuwkoopse gemeente werd intussen bediend door een aantal studenten van het seminarium.) Al in Nieuwkoop stond Van Wijngaarden bekend om zijn boeiende preken. En ook in Groningen werd hij zo gewaardeerd dat de gemeente na de bevrijding liever hem als predikant behield dan de teruggekeerde Spanjaard. Ook had het echtpaar Van Wijngaarden geen haast om de pastorie te verlaten. Een en ander leidde, na bemiddeling van ds. Frans Kleijn, tot het vertrek van Spanjaard naar de Hervormde Kerk.

Veel open vragen

De hierboven geschetste kleine verhalen zijn natuurlijk nog maar een begin van een uitgebreidere beschrijving van de geschiedenis van Remonstranten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Wat deden remonstrantse predikanten? Onder anderen ds. Agniet Frevel (1898-1994, ds. Jan van Nieuwenhuijzen (1914-2006) en de eerder genoemde Herman Heering hielpen joden onderduiken. Ds. Willem van Nooten (1899-1968) kreeg de Medal of Freedom voor zijn verzetswerk, onder andere de hulp aan neergeschoten geallieerde piloten. Denk ook aan de bijdrage van Annelies Oldeman op de website www.remonstranten.nl over haar grootvader, de Delftse predikant G.J.W. Oldeman (1878-1949) die in een jaarrede tijdens de Algemene Vergadering zich wel heel concreet uitsprak. Waar stond een predikant als Carel Fetter (1885-1959) die in een recente (eenzijdige) publicatie van Hans Keilson met antisemitische neigingen besproken wordt, maar tegelijkertijd vele goede dingen deed? Hoe kwam het eigenlijk dat hij, zoals hij beschrijft in zijn Herinneringen, betrokken was bij de laatste zielzorg voor Anton Mussert? Hoe verliep het gemeenteleven in het rechtstreeks oorlogsgeweld? Hoeveel Rotterdamse remonstranten sneuvelden in het bombardement? Er was steun uit andere gemeenten, maar hoe werd dat geregeld? Hoe zat het met Rotterdamse bleekneusjes die in Nieuwkoop in het laatste oorlogsjaar opgevangen werden? Hoe zat het met de onderduik in enkele kerken (Den Haag en Vlaardingen)?

Veel zal nog onderzocht moeten worden. Op deze pagina’s hoop ik u daarover later te berichten.

Tjaard Barnard
Predikant in de remonstrantse gemeente Rotterdam

 

Zie ook