Een zachte dood?
Foto: André Meiresonne

Een zachte dood?

Joost Röselaers, algemeen secretaris van de Remonstranten en predikant in Amsterdam, en Tjaard Barnard, remonstrants predikant in Rotterdam, publiceerden een ingezonden brief over euthanasie in NRC Handelsblad op 1 september 2017. De redactie drukt deze brief hieronder af en vroeg reacties aan Thomas Borggrefe en Peter van der Boom. Thomas is remonstrants predikant, geestelijk verzorger in een zorgcentrum en theatermaker. Peter is natuurkundige en filosoof, hij zorgde jarenlang voor zijn demente moeder.

Wat kan de waarde van het leven zijn, ook als het leven niet meevalt?

Zou in een samenleving met betere zorg en warmere naastenliefde de vraag naar een zachte dood niet later gesteld worden, vragen de predikanten Tjaard Barnard en Joost Röselaers zich af.

Toen Kees van der Staaij de hele wereld in Nederland over zich heen kreeg omdat hij de vuile was in Amerika te drogen had gehangen in plaats van hier het maatschappelijke debat te zoeken, hadden wij een merkwaardige ervaring. Hoewel we compleet aan de andere kant van het kerkelijke spectrum staan – Remonstranten kunnen zelfs geen lid worden van de SGP – hadden we toch enig begrip voor de zorgen die hij uitsprak over het huidige euthanasiasme in Nederland.

Dat was een wonderlijke ontdekking voor ons zelf. Wij zijn predikanten in een zelfbenoemd vooruitstrevend kerkgenootschap. In 1915 werden bij ons vrouwen tot het ambt toegelaten. In 1986 werd besloten tot het zegenen van homorelaties. En we hebben heel veel begrip voor de autonomie van de mens. Bij onze kerk zijn relatief weinig principiële tegenstanders van euthanasie. Ons kerkgenootschap is gebouwd op ruimte voor menselijke autonomie, om te beginnen met Jacobus Arminius in de zeventiende eeuw, die geloofde dat een mens echt wel wat zelf had mee te brengen voor zijn eigen heil.

Ongemakkelijk gevoel
Maar toch. Rond de zich ontwikkelende euthanasie in Nederland begint ons een ongemakkelijk gevoel te bekruipen. Begrijp ons goed, we zijn zeker niet principieel tegen. Geen haar op ons hoofd die denkt dat onze lieve Heer beslist wil dat de zure beker van het lijden tot het einde moet worden leeggedronken. Als het leven als geschenk ontvangen al bijna voorbij is en de dood alleen nog maar als vriend en niet als vijand kan komen, is het een daad van barmhartigheid wanneer een arts wil en mag helpen het onvermijdelijke te versnellen. Maar tegelijkertijd vrezen we voor een kille en onbarmhartige samenleving wanneer de gewenste dood een al te gemakkelijke oplossing wordt voor een wereld die niet altijd liefdevol is.

De veelbesproken documentaire vorig jaar van de Levenseindekliniek, heeft ons laten schrikken. Getoond werden drie casussen van de moderne euthanasiepraktijk. Een vrouw van 100 die het leven moe was, een psychiatrisch patiënt en een zwaar afatische vrouw die met  ‘huppakee weg’ zou bedoelen dat het leven ondragelijk was geworden. Opvallend was wel dat twee van de drie nog zeker leken te genieten van het leven: een tocht naar de schaatsbaan, en het strand. Als toeschouwer kon je denken: als dat vaker zou gebeuren, zou de wens van een snelle dood wel verdwijnen.  Het gaf ons het verdrietige gevoel dat we met elkaar verloren hebben hoe om te gaan met de moeilijke en donkere kanten van het leven. Zou in een samenleving met betere zorg (als predikant komen we regelmatig op bezoek in allerlei zorginstellingen) en warmere naastenliefde de vraag naar een zachte dood niet later gesteld worden? Nu lijkt het soms een al te vanzelfsprekende oplossing voor wat eigenlijk een ander probleem is. Niet het uitzichtloze lijden, maar het gebrek aan warmte en betrokkenheid.

Heilig moeten?
Waar in het debat tot voor kort alleen aan christelijke kant een fundamentalistisch standpunt (tegen!) werd ingenomen, lijken sommige seculiere partijen even fundamentalistisch (voor!) te zijn. De zelfgekozen dood aan het einde van het leven verwordt tot een heilig moeten. Het wordt tijd voor een maatschappelijk debat over wat de waarde van het leven kan zijn, ook als het leven niet meevalt. Hoe warmte, liefde en betrokkenheid een plek moeten krijgen in het debat. Mensen lijken fysieke en mentale pijn veel beter te kunnen dragen, wanneer ze door liefde worden omringd. Opnieuw: wij zijn niet mordicus tegen euthanasie, ook niet als er sprake is van een ‘voltooid leven’. Maar kan het soms niet anders? En zou dat niet getuigen van een grotere liefde voor de mensen, juist als het leven zwaarder is geworden?

Voor ons zijn dat de waarden die gebracht zijn door Jezus van Nazareth. Maar ook voor onze postchristelijke samenleving die zich baseert op de joods-christelijk-humanistische traditie zou dat een uitgangspunt moeten zijn.

Joost Röselaers en Tjaard Barnard

———————————————————————————————————–

Reacties

Wanneer is het leven met dementie niet meer leefbaar?

Van sommige dingen kun je je alleen een voorstelling maken door middel van theater. In mijn nieuwe theatervoorstelling ontmoet je een man die in zijn proces van dementie worstelt  met zijn levensvragen. ‘Helderman’ is een theatervoorstelling over dementie, vergeten, gelukkig-zijn, muziek, ontreddering en het zoeken naar de grens van leven en dood. Hieronder enkele fragmenten uit de voorstelling:

nee, hij heeft geen Alzheimer /  er is niets aan de hand  /  hij kan nog alles / of niet soms
hij speelt muziek /  luistert / de kracht van herinneringen
 

waar is zijn instrument / waar is zijn vrouw / de platenspeler draait / vroeger / hier is nu
hij leeft in een eigenzinnige wereld /  hij vergeet / hij geniet / zijn lijfgeheugenhij danst / hij valt / hij schuifelt tot de grens

wanneer stopt dit / wanneer houdt dit op / Ik ben bang
bang voor mijn aftakeling / dat ik niemand meer herken.
dat ik moeder tegen je zeg / dat ik niet meer vrijen kan /
dat ik potaarde eet /  dat ik niet meer kan praten.
ik ben bang voor de bang /  bang dat ik de grens voorbij leef
dat ik niet meer kan zeggen:  hier is de grens / hier is de doodslijn

dokter, wilt u a.u.b. /  als ik het aangeef, / als ik het net nog kan uiten.
wilt u mij helpen.
wilt u dan voor mij knielen / en naar mijn wens luisteren.
Ik kan het dan misschien niet meer / met woorden zeggen maar
met mijn hart, mijn lijf, mijn alles.

Klaar /  eindig /  uitgeleefd / afgerond / voltogen / voorbij /
wil niet meer / met mijn bewustzijn / met mijn gevoel
en verstand / voluit zeggen / ik wil sterven.

Nog niet. / Het te late einde.
Ik durf het nog niet.

Deze voorstelling is tot stand gekomen door veel  ontmoetingen met mensen met dementie en is gebaseerd op actuele vragen. Informatie over de voorstelling: www.krachtvanbeleving.nl/voorstellingen/helderman/

Thomas Borggrefe

——————————————————————————————————-

Meer Liefde?

In het artikel Wat kan de waarde van het leven zijn, ook als het leven niet meevalt?, zetten Joost Röselaers en Tjaard Barnard vraagtekens bij de huidige euthanasiepraktijk, die zij veelzeggend ‘euthanasiasme’ munten. Het probleem, aldus de auteurs, is wellicht ‘niet het uitzichtloze lijden maar het gebrek aan warmte en betrokkenheid.’ Meer naastenliefde, zo hopen zij, kan helpen om een voortijdige dood af te wenden. Over die liefde wil ik het graag hebben.

Toen mijn moeder in 2014 met hulp van haar arts stierf was zij de grens waarachter zij niet meer wilde leven – vastgelegd in een euthanasieverklaring – in haar dementie ruimschoots gepasseerd. Het bleek een illusie – ook voor haar – in deze schemerzone op basis van heldere criteria te kunnen afwegen of het leven nog de moeite waard was. Maar wij herkenden en voelden haar diepe lijden. Zij wilde niet verder. Met haar wilsverklaring bevestigde mijn moeder haar vertrouwen in ons. Zij droeg daarmee de zorg over haar levenseinde over aan haar nabije omgeving in de overtuiging dat wij haar tot het laatst zouden bijstaan. Het was een ultieme liefdesverklaring aan ons. En uit liefde lieten we haar sterven. Wetgeving is niet in staat noch bedoeld om deze weging uit te voeren, maar geeft de grenzen aan van het speelveld waarbinnen we liefdevol mogen en moeten zijn.

We gaan allemaal dood. Meestal beslist niemand daarover. Alleen in het geval van euthanasie vragen we ons (terecht) af of het juiste moment is aangebroken. Het dwingt ons – soms namens een ander – na te denken over zin, betekenis en lijden. Het vraagt liefde, wijsheid en (soms) moed om de ‘moeilijke en donkere kanten van het leven’, die Röselaers en Barnard zo vrezen, onder ogen te zien. Meer liefde biedt soms juist minder leven. Ik vind het een voorrecht te mogen leven en sterven in een samenleving die daarin ook een centrale rol voor liefde en vertrouwen durft in te ruimen.

Peter van der Boom

Zie ook