Zalig zij die het verkloten
Foto: Renata Barnard

Zalig zij die het verkloten

Dat is het levensmotto van Rik Zutphen. De Droominee noemt hij zich, een vertaling van ART-bishop. Wie is hij, en wat bedoelt hij met zijn alternatieve zaligspreking? Of zaligverspreking, zoals hij zelf zegt.

De Droominee is een woordvondst zoals Rik er vele heeft gedaan. Ook tijdens ons gesprek in een hip Utrechts café ontpopt hij zich als een ware taalvirtuoos. Als kunstenaar beweegt hij zich op vele terreinen. Hij geeft workshops op scholen, in kerken, treedt zelf op als spoken word artist op festivals in binnen- en buitenland en werkt samen met bands en DJ’s. Wat hij doet houdt het midden tussen dichten, zingen en rappen. Hij begeleidt zichzelf vaak met een loopstation, een apparaat dat geluidsfragmenten afspeelt. Zijn relatie tot de muziek is herkenbaar in het ritmische van de taal die hij gebruikt. Het meest bijzondere aan zijn talent vind ik dat hij meesterlijk kan improviseren. Zo leverde hij op 9 april aan het slot van de studiedag over vrijzinnig bijbel lezen een commentaar vanuit het perspectief van de bijbel zelf:

ik sta mijn romannetje
lees mij van kaft tot kafkaësk
in de stambomen van geloven
ben ik als vruchtbare mest
je hoeft me niet in een kastje te stoppen
elke grens die je met mij trekt
moet je weer oversteken

(…)

ik kan je uitdagen
heb meerdere lagen
niemand is uitgesloten
zelfs Jezus zat aan tafel met zijn verrader
zoek je een weg met de Bijbel
betreedt dan deze onbegane
paden met genade

‘Kerk voor brokkenpiloten’

Op die studiedag kwam ook het levensmotto van de Droominee naar voren: Zalig zij die het verkloten. Het is een zin uit zijn performance ‘Dit is een ‘kerk voor brokkenpiloten’’.

Wie zijn die brokkenpiloten? Rik: ‘In de meeste gevallen ben ik dat zelf, haha. Voor mij is de kern van de bijbel de Bergrede. De Bergrede zie ik als de ‘I-have-a-dream-speech van Jezus’, zijn TED-praatje dat viral ging. Vooral de zaligsprekingen vind ik troostrijk, en daarbinnen treft me vooral de zin ‘Zalig zijn de armen van geest’. De armen van geest zie ik als diegenen die het niet precies op een rijtje hebben. Diegenen het niet gemaakt hebben in het leven. Juist voor hen is er genade. Zalig zij die mislukken, maar toch proberen. Eigenlijk is mijn tekst ‘Kerk voor brokkenpiloten’ (vertaling van Church of fuck-ups) een roep om te vieren dat we het niet perfect voor elkaar hebben.”

Wat is de rol van de kerk daarin? Rik: ‘Kerken hebben vaak een neerbuigende houding: we gaan deze arme mensen even vertellen hoe het leven in elkaar steekt. De meeste preken stellen me wat dat betreft teleur. Zij vragen: wat is er mis met jou? Zelf kom ik oorspronkelijk uit de Vergadering der Gelovigen. Nu hoor ik niet bij een kerk. Maar ik waardeer de ruimte die er is bij remonstranten. De Catholic Workers en Speak inspireren me en ook het al opgeheven Time to Turn, de alternatieve Jesus Freaks in

Duitsland, mensen die geloof en activisme combineren. Kerken zouden meer kunnen uitdragen dat het gaat om genade hebben met jezelf en met anderen. Weten dat je gezien bent door God. En dat liefst met een knipoog. Als het niet om genade gaat kunnen ze de tent beter sluiten. Voor mij als Droominee is het is de uitdaging om woorden en beelden te vinden voor wat iemand voelt of waar iemand mee zit. Onder de mat is er veel onzekerheid onder ouderen, veel depressiviteit en eenzaamheid. Als ik dat bij een paar mensen kan aanraken, is mijn presentatie geslaagd. Ik heb liever drie mensen geraakt, dan driehonderd vermaakt’.

Fuck-ups

Het lijkt of jij het perfect voor elkaar hebt? Rik: ‘Er wordt ons in het onderwijs, in de reclame en zelfs in de zorg voortdurend voorgehouden dat het leven maakbaar is. Als jij maar echt wilt, en hard werkt, dan lukt het je. Maar zo is het nu eenmaal niet. Day of fuck-ups is een tekst van mij. Ik heb hem in de Rode Hoed ten gehore gebracht op het Mestival, een dag voor ZZP’ers die mooi, nuttig en creatief werk doen, en zich een slag in de rondte werken zonder veel inkomsten. Ook doe ik mee aan de fuck-up nights, waarin de faalverhalen klinken, in plaats van de successtories. In mijn werk kies ik altijd voor het kwetsbare, beweeg ik me op de grens van sacred en scared, het heilige en de kwetsuur. The crack waar het licht binnenkomt, om het met Leonard Cohen te zeggen. Vandaag de dag zie je gelukkig in de kunst en het theater dat kwetsbaarheid weer mag. Volgens mij moet kunst over kwetsbaarheid gaan. Ik ben momenteel bezig om de psalmen te hertalen naar eigen taal en beelden. Wond-wonder-verwondering. Daar zit een verband, dat ga ik onderzoeken met mijn teksten.

Ik ben me er constant van bewust dat alle mensen kwetsbaar zijn, ik ook. Als ik een heel persoonlijk voorbeeld mag geven. Bij ons trouwen heb Ik heb een disclaimer aan mijn vrouw gegeven: we gaan geen man en vrouw spelen, maar óns. Toen we pas verkering kregen heb ik elke dag een beer voor haar op de weg gegooid. Weet je wel dat ik dit niet kan, en dat dat steeds speelt in mijn leven? En ze bleef en we deelden en delen onze zwakheden. The love of fuck-ups. En ‘ik wow van jou’, ben verwonderd dat deze mij liefheeft.’

Helende taal

Taal kan soms helen aan dingen die je niet echt kunt veranderen, maar stiekem toch. Maar soms schiet elke taal tekort. Ik denk aan een viering die ik in Duitsland meemaakte, waar op een enorme beat het brood met elkaar gedeeld werd onder drieduizend jongvolwassenen die je niet bereikt met lieve liedjes. En soms past het om domweg te zwijgen. Een voorbeeld dat mij raakt is het gedicht van Wislawa Szymborska, ‘Een foto van 11 september’(in: ‘Einde en begin’, uitg. Meulenhoff), over de mensen die uit de brandende Twin Towers vielen. Het gedicht eindigt met: ‘ik kan maar twee dingen voor hen doen – die vlucht beschrijven / en geen laatste zin toevoegen.’

Sigrid Coenradie
remonstrants predikant van het Penninckshuis in Deventer

Meer over Rik Zutphen op zijn  website www.skinfiltr8r.nl

Zie ook