De hemel als radicale tegenpool van de mens en de aarde
Foto; Rookuzz

De hemel als radicale tegenpool van de mens en de aarde

Wie in de bijbel wil naslaan hoe de hemel eruitziet, kan veel te weten komen. In de ogen van velen misschien zelfs iets teveel. Want de bijbel biedt een massa aan gedetailleerde informatie, maar veel daarvan past in onze waarneming niet echt lekker op elkaar, of lijkt daarmee regelrecht in strijd te zijn. Nu eens is het de ruimte boven een soort tentdoek die over de aarde heen is gespannen, dan weer is het een paleis inclusief troonzaal, vergaderkamer en gerechtshof, een volgende keer een complete stad. Het zijn heel veel verschillende beelden, die echter één ding gemeen hebben: ze verwijzen naar een plaats die voor ons stervelingen in beginsel onbereikbaar is, de woonplaats van God.

Moderne mensen hebben vaak moeite met dit soort beelden, waarin de werkelijkheid naar hun ervaring al te plastisch, al te realistisch wordt voorgesteld. God wordt er bijvoorbeeld in gepresenteerd als koning, met lange, witte baard en al, die op een troon zit, met Christus op de zetel rechts van hem, en omgeven door een grote hofhouding van engelen. Moderne mensen vinden dat eigenlijk maar kinderachtig, of in ieder geval iets dat zij als het ware zijn ontgroeid. Je hoort het ook vaak, als moderne mensen aarzelend toegeven wel in iets te geloven, dat zij schielijk toevoegen: ‘Maar niet als in een man met een baard op een troon, hoor!’ Terwijl dat toch echt een heel gangbaar bijbels beeld is.

Geloof en wetenschap niet mengen

Over de kosmonaut Joeri Gagarin wordt verteld dat hij na zijn ruimtereis opmerkte dat hij in heel die immense ruimte God niet was tegengekomen. Het verhaal wordt wel aangehaald als illustratie bij de waarheid van de stelling dat God niet in de hemel is, en dat God dus helemaal niet bestaat. Maar dat is een begripsverwarring, die geen recht doet aan de bijbel of aan het oprechte geloof dat met wetenschappelijke ongerijmdheden geen enkele moeite heeft. Geloof laat zich niet meten aan wetenschappelijke standaards, net zomin als wetenschap een boodschap heeft aan geloofstaal. Die twee dingen met elkaar vermengen leidt altijd tot onzin; ze van elkaar scheiden hoeft dat allerminst te doen. (Aardige gedachtenoefening: wat zou het met uw wetenschappelijke inzichten, respectievelijk geloofsovertuigingen hebben gedaan, als Gagarin had gezegd dat hij ergens in die onmetelijkheid God wèl was tegengekomen?)

In geloofstaal vallen beelden en de waarheid waarnaar ze verwijzen vaak samen. Als je wilt uitdrukken dat God de rechtvaardigheid zal brengen die deze wereld niet biedt, dan kun je hem voorstellen als de opperste rechter, aan wie alle andere rechters verantwoording schuldig zijn en aan wiens rechtvaardige oordeel geen ontkomen is. Dat beeld van een rechter kun je dan, zoals in Job en in de Psalmen, maar ook in het Nieuwe Testament, verder aankleden met een rechtersstoel en met aanklagers en advocaten en al. Als je hoopt op de val van de regering van je land, kun je daarbij het beeld gebruiken, zoals in de Psalmen en Jesaja, van God als onoverwinnelijke strijder, die heersers ten val brengt en onderdrukkers verdrijft. En zoveel beelden meer als je maar wilt oproepen om een geloofsvoorstelling als het ware zichtbaar te maken, en zonder dat het ene beeld het andere uitsluit.

Loon voor goed gedrag
Zo is het ook met de hemel. De hemel is de plaats waar alles wat mis is op aarde, wel in goede orde is. De hemel wordt in het Niieuwe Testament dan ook vaak voorgesteld als de bestemming voor goede, Godvruchtige mensen: daar zullen zij het loon voor hun levenshouding en gedrag, die op aarde maar al te vaak als aanstootgevend worden ervaren, ontvangen. En wel voor altijd. De aarde is vergankelijk, alles gaat er voorbij, inclusief het leven.

Zo gezien zijn God en de hemel de absolute tegenpool van de mensheid en de aarde. De hemel is de plaats waar het leven schoon en zuiver is, niet bezoedeld door het marchanderen en de compromissen die in een aardse samenleving kennelijk onvermijdelijk zijn. Het bestaan in de hemel is bestendig, berekenbaar en betrouwbaar, alles wat het aardse bestaan niet is. De beelden die je daarvoor kunt gebruiken  zijn even uiteenlopend als onze eigen levenservaring en die van de mensen om ons heen. Daarbij bezitten die beelden een zeggingskracht, en bieden zij zingeving, troost en hoop, die geen wetenschap ooit zal kunnen geven.

Onoverbrugbare kloof
Ondertussen hebben al die beelden van de hemel gemeen dat er tussen hemel en aarde een zo groot wezensverschil is, dat je de kloof eigenlijk niet anders dan als onoverbrugbaar kunt beschouwen. Hier is waar het Kerstverhaal belangrijk blijkt. Het is het verhaal van de omgekeerde wereld. Aangezien er geen toegang van de aarde tot de hemel is, vertelt dit verhaal van de hemel die is afgedaald tot de aarde. Niet zomaar in de geest, als inspirerende kracht, maar in het vlees, als de eeuwigheid die bereid was de vergankelijkheid aan te doen, om als mens onder de mensen te verkeren. Dit verhaal wil dat God, door te delen in het lot, de vreugde en het lijden van het aardse bestaan, zijn liefde tot de schepping zo concreet wil maken als het maar kan, namelijk door één te worden met zijn eigen schepping. De kracht van dat beeld wordt sterker naarmate je er meer over nadenkt. Bijvoorbeeld als we in ons antwoordlied op zondag zingend smeken: ‘Kom tot ons, Eeuw’ge, in de tijd.’

Johannes Magliano Tromp
Bijbelwetenschapper, directeur van het Dual PhD Centre van de Universiteit Leiden

 

Zie ook