In memoriam  Catharina Wilhelmina van Veen – de Graeff  (9 juni 1937 – 26 augustus 2018)

In memoriam Catharina Wilhelmina van Veen – de Graeff (9 juni 1937 – 26 augustus 2018)

Voor velen van ons, binnen de Broederschap, maar zeker ook daarbuiten, was Willemien van Veen een goede gespreksgenoot. In de ware zin van het woord: iemand die wist wie zij voor zich had. En zij was niet alleen benieuwd naar degene met wie zij sprak, zij wist ook doorgaans het gesprek een diepte en breedte te geven, die recht deed aan ieders mogelijkheden. Een ‘open betrokkenheid’ heeft zij dat wel genoemd. Deze werd verwezenlijkt in de mooie vriendschappen die zij kende, in de vertrouwdheid van haar gezin, en zeker ook in haar predikantschap. Met een groot verlangen heeft zij dat predikantschap willen uitoefenen, en met grote liefde heeft zij dat gedaan. In de gemeenten die zij als predikante heeft gediend, in Dordrecht en in Naarden-Bussum, maar ook in haar ‘eigen’ Rotterdam, en in de Broederschap als geheel. En tot ver buiten de grenzen daarvan, in de intensieve oecumenische contacten die zij kende. 

Zelf leerde ik haar kennen in Rotterdam, toen ik als jong predikant haar in de kerkenraad aantrof. Zij was natuurlijk voluit theoloog, kende de gemeente als haar eigen huis, en was precies op de hoogte van de belangrijke literatuur. Toen al hebben we mooie projecten gedaan, zoals over ‘de verantwoording van de hoop die in u is’ (van de Raad van Kerken) en het schrijven van nieuwe verantwoordingen voor de inzegening van levensverbintenissen. De stuwing naar het predikantschap was ook duidelijk voelbaar. En gelukkig voor haar, en voor velen van ons, is dat ook gelukt. Daarin was zij altijd iemand, die met je meedacht, je raad gaf, je stimuleerde, en je ook doordachte kritiek gaf. Dat laatste was niet altijd voor iedereen gemakkelijk, maar (als je er goed over nadacht) kon je ook weten met hoeveel liefde zij altijd haar inbreng gaf. 

De kern van al haar activiteiten was haar grote geloof. Zij heeft dat op weloverwogen wijze verwoord in haar grote artikel over spiritualiteit, in het boek ‘Een beetje geloven’ (tegen die titel had zij gegronde bezwaren). En op een meer verstilde manier in haar prachtige artikel over het gebed, in het vlugschrift ‘Nooit heb ik niets met U’.  

Wezenlijk daarin is het gebed, als het ontdekken van de eigen verwondering, die een adres krijgt en tot lofprijzing wordt. Het is de uitdrukking van het eigen weten een Gespreksgenoot te kennen, als een ‘weten voor wie je staat’, zoals zij schrijft. 

Van dat weten is haar hele leven de uitdrukking geworden. 

Severien Bouman
remonstrants predikant in Friedrichstadt

Zie ook