Overgave aan het leven. Recensie nieuwe boek Christa Anbeek
Foto: Roel van Deursen

Overgave aan het leven. Recensie nieuwe boek Christa Anbeek

Christa Anbeek heeft met ‘Voor Joseph en zijn broer’ een dapper boek geschreven. Een boek waarin ze verslag doet van haar zoektocht van overleven naar leven. Ze wil de doem van de generaties doorbreken en méér dan dat: ontdekken wat overgave aan het leven is, hoe je plezier kunt hebben in breekbaar leven.  Haar persoonlijke levensverhaal is aangrijpend. Er komt veel suïcide voor in haar familie, grootmoeder, vader, broer. Haar moeder stierf jong. Ze verloor haar vriend. ‘Middenin het leven zijn wij door de dood omgeven’.  Anbeek noemt deze ingrijpende ervaringen ‘contrastervaringen’. Ze hakken erin. Ze ontregelen. Dat geldt overigens niet alleen voor de verdrietige en boze ervaringen, maar ook voor de vreugdevolle. Soms zijn contrastervaringen verdrietig en vreugdevol tegelijk. Al lezend werd ik uitgedaagd om over mijn eigen contrastervaringen na te denken. Dat is ongetwijfeld ook haar bedoeling. Het is de manier waarop ze les geeft: in dialooggroepen met studenten ontdekken welke contrastervaringen er zijn en wat je vervolgens helpt om verder te komen, om er niet alleen woorden aan te geven, maar er ook verhalen van te maken, rituelen naast en in te zetten.  

Een nieuwe weg

Een paar jaar terug kreeg ze een burn-out. Vanuit die contrastervaring is dit boek geschreven. In die tijd trok ze veel op met ‘de vreemdeling’, haar kleinzoon. Juist in de ontmoetingen met hem vond ze een nieuwe weg: de weg van het spelen, van plezier in het breekbare leven, van de rituelen van de herhaling, van even niet dénken, maar buiten jezelf zijn en je verbinden. Daarnaast las ze veel, want ze is natuurlijk onverbeterlijk reflexief en theoloog. De boeken tuimelen over je heen, Martha Nussbaum, Hanna Ahrendt, Johan Huizenga, Iris Murdoch…teveel om op te noemen. Ze duikelt uit de boeken schatten op die haar aan het denken zetten en haar verder helpen op haar zoektocht.  Zo is dit een autobiografisch zoekboek geworden.  Hoe kom ik van ‘leven is te doen’ naar plezier scheppen in het bestaan?  

Vergeving

Daarvoor is ‘handelen’ nodig: uit jezelf treden, contact maken, verbinding zoeken. Dat is kwetsbaar en onvoorspelbaar. Daarom is ook vergeving nodig. Vergeving gaat over het verleden. Ook de gestorvenen kunnen vergeven worden om wat zij deden. Vergeven is erkennen dat iemand méér is dan zijn daden, zelfs dan die ultieme laatste daad van suïcide. Voor de toekomst zijn beloftes nodig: eilanden in dit onzekere en willekeurige bestaan. Ze geven vertrouwen. Aan het eind van het boek heeft de vreemdeling een naam: Joseph. Er is inmiddels een broertje geboren. Het leven breekt door en gaat door.  Ik werd door het boek gegrepen. De afwisseling van reflectie en studeren en spelen met kleinkinderen herken ik inmiddels, nu ik zelf kleinkinderen heb. Tegelijk overviel me gaandeweg ook een zekere vermoeidheid. Waar komt  die toch vandaan? Ik heb minder ingrijpende contrastervaringen opgedaan dan Anbeek. Is het dat?  

Geloofsbeleving

Het heeft denk ik in ieder geval óók te maken met een verschil in theologie en geloofsbeleving. Hoewel Anbeek het zeker ook heeft over de werkelijkheid die de onze overstijgt, ben ik toch meer dan zij een ‘van Boven theoloog’.  Ik hoef het niet allemaal zelf te bedenken, mijn verhalen en mijn rituelen. Het komt ook niet allemaal op uit mijn ervaringen of mijn spel. Het wordt mij aangezegd: vergeving. Het wordt me aangereikt: een belofte, die het houdt. Anbeek vraagt ergens: waarom moet het toch steeds van Boven komen? Daarom dus, wat mij betreft. Ik red het anders niet.  Dat zijn wat mij betreft niet twee werelden die naast elkaar staan (zoals Anbeek  Murdoch beleeft), maar werelden die elkaar raken: het goede, ware en schone, God zelf breekt in onze werkelijkheid. Lied 920 uit het nieuwe liedboek verwoordt dat prachtig.  

Ds. Nynke Dijkstra- Algra
beleidssecretaris protestantse kerk

Zie ook