Geroepen, maar door wie?

Geroepen, maar door wie?

Vier eenvoudige woorden aan het einde van onze beginselverklaring. De eerdere woorden en zinsneden werken naar dit slot toe. Ze vormen het sluitstuk en de kern. Maar wat is dan eren en dienen? En wie eren en dienen we?

Verticaal en horizontaal
Laat ik beginnen met de werkwoorden. De woorden houden wat mij betreft een verticale en een horizontale relatie in. Verticaal, omdat we iemand eren die we hoog aanslaan. Verticaal, omdat dienen aangeeft dat wij ons inspannen voor iets wat groter is dan wijzelf. Horizontaal, omdat je ook je direct naasten kunt dienen of eren. Je dient anderen als je hen helpt. Je eert de ander door haar in haar waarde te laten en respect te betuigen. Je eert iemand door hem als mens te zien en naar hem te luisteren.

Behulpzaam en nuttig zijn
et woordenboek geeft een korte omschrijving van eren. Eren is loven of iemand prijzen. Dat doen we meestal voor een prestatie of een kwaliteit van die persoon. Die vinden we bijzonder, omdat niet iedereen over die kwaliteit beschikt of die prestatie kan leveren. Of omdat iemand veel moeite heeft gedaan.

Dienen vergt wat meer inspanning van mensen. God dienen is volgens hetzelfde woordenboek zijn geboden onderhouden. Voor sommigen erg moeilijk. En dat levert mij als officier van justitie behoorlijk wat werk op. Verder is dienen, aldus het woordenboek, behulpzaam en nuttig zijn. Dat is concreter. Hier kent dienen een meer horizontaal aspect, omdat het om je naaste gaat. Dat dienen kan op alle mogelijke manieren. Wie zijn zieke buurvrouw naar de dokter brengt, dient haar. Wie een ander helpt, dient. Maar vergis je niet, ook een functie met hoog maatschappelijk aanzien is tegelijkertijd ondersteunend en daarmee dienend. Een goede minister dient het land en stelt het landsbelang op de eerste plaats. De leraar dient zijn leerlingen (hoewel ze het soms zo niet zullen ervaren). Iedere rol in de maatschappij kent zo het dienen.

 Geroepen door iets
En God dan? Daarvoor ga ik terug naar eren. Eren veronderstelt ook een geëerde, iemand die de eer in ontvangst moet nemen. Nietzsche zegt dat God dood is en velen met hem. Zelf durf ik niet stellig te zeggen dat God bestaat. En toch wil ik God eren. Hier komt voor mij een ander aspect van eren om de hoek kijken. Het woordenboek geeft deze uitdrukking bij eer: ‘in ere houden’ betekent ‘waarde blijven hechten aan’ of ‘in stand houden’. Dat spreekt mij zeer aan. Want wat God is, durf ik niet met zekerheid te zeggen. God is voor mij geen persoon. Loven wordt dan moeilijk. En toch voel ik mij geroepen door iets. Ik heb een drang om aan deze roep te beantwoorden. Ook al valt moeilijk te omschrijven wie of wat roept, toch geef ik eraan toe. Geroepen worden is een kernthema uit de bijbelse verhalen. Wat we in de zondagse dienst, de eredienst, doen is tonen dat we nog steeds waarde hechten aan God, aan wat of aan wie ons roept. We gebruiken daarvoor oude en nieuwe vormen en bevinden ons in een oude traditie die we aanpassen en voortzetten. We houden God in stand. We houden de aansporing in stand die ons in beweging zet. De zondagse dienst is de kern in het letterlijke eren. Figuurlijk eren we als we daadwerkelijk luisteren naar de roep die we horen, daaraan gehoor geven. Voor velen komt dat tot uitdrukking in het dienen van anderen. Dat geldt ook voor mij, in werk en gezin.

God eren en dienen zijn zo aan elkaar verbonden.

Wouter Spek
Gemeentelid in Den haag

Zie ook