
‘Ik ben bang voor je!’, zei een predikant. Ik had van mijn hart geen moordkuil gemaakt. Hartgrondig gevloekt. Ik ben gewend om het spel stevig te spelen. Dat is nodig, wil je kwaliteit bereiken. Tot ik in de kerk kwam. Daar bleek het niet de gewoonte om te zeggen wat je op je hart hebt. Eerder net te doen of er niets aan de hand is. Dat wilde ik niet normaal gaan vinden. Het knalde eruit. Natuurlijk, vloeken is een zwaktebod. En niet bevorderlijk voor de wereldvrede.
Weinig plekken waar mensen zich zo weinig uitspreken als in de kerk. En waar het, wanneer dat wel gebeurt, zo mis kan gaan. Want dan komt het zo rot uit onze strot. Of zich juist wel uitspreken, maar niet tegen degene die het betreft. Onjuist adresseren. Zo ontstaan tegenstellingen en bondjes. Het loopt uit op ruzie en zelfs op opzeggen van het lidmaatschap. ‘We zijn wel een kerk hoor!’ De grootste dooddoener die je kunt horen. Want het betekent: houd je mond, dat zeg je niet! Zeggen waar het op staat is bedreigend – voor wie niet op iets nieuws zit te wachten. Mijn oude moeder vatte de stemming bondig samen: ‘Zullen we het gezellig houden? En het gewoon doen zoals we het altijd al deden?’
Het hart op de tong vinden we lastig. Want stel je voor dat het iemand pijn doet. Of dat iemand boos wordt. Dat hoort niet in een kerk. Ondertussen vinden we van alles, maar durven het niet te zeggen. Het effect is onduidelijkheid. En dat geeft onzekerheid. Je weet niet waar je aan toe bent. Goedbedoelde lieve vrede levert stille oorlogjes op. Geruzie bedekken we graag met Paulus’ mantel der liefde. Of dekken we er het kwaad mee toe – dat we niet onder ogen willen zien?
We zijn bang voor de nar die ons de spiegel voorhoudt. De profeet die laat zien wat we niet willen zien. Het is ook niet leuk wanneer iemand de vinger op de zere plek legt. Maar we hebben een keus. Ons aangevallen voelen en in de verdediging schieten, of durven vragen: ‘Wat bedoel je?’ Niet de gelederen sluiten en de ander uitstoten, maar het gesprek aangaan.
Met kerst zingen we weer over vree-hee-de op aa-haar-de. Vrede begint met niet bang zijn voor wat iemand te zeggen heeft. Open staan voor wie zich uitspreekt. Benieuwd zijn naar die ander. De Ander. Nu zijt wellekome.
Andre Meiresonne
Redactie AdRem, dominee voor de Ongelovigen

‘We gaan ervan uit dat we in onze kerk allemaal het juiste doel nastreven, namelijk vrede en gerechtigheid op de wereld. Vanuit dat vertrouwen bevragen we elkaar en de regering kritisch over de gekozen middelen’, schrijft Eginhard Meijering (1940), in zijn werkzame leven lector in de theologiegeschiedenis aan de Universiteit Leiden… Lees verder

De stilte? De een geniet ervan en ervaart het goddelijke erin. De ander raakt erdoor geïrriteerd door en vraagt zich af wat ze moet doen in de stilte…? Ramen tellen in de kerk? Schaapjes tellen? Twee redacteuren met tegengestelde ervaringen met stilte gaan op pad om Remonstrants predikant Petra Galama te interviewen… Lees verder