Het gezicht van  Peet van ’t Wout

Het gezicht van Peet van ’t Wout

‘Vreest niet? En dat bij mij? Ik ken zeker wel vrees! Maar ik ben bezig om dat aan te zien en me ermee te verhouden.’ Een eerlijk gesprek met Utrechtse psychotherapeute Peet van ’t Wout (1947).

Religie
‘Ik ben opgegroeid op een bovenhuis in Amsterdam Zuid. Mijn ouders hadden de kampen in Indonesië overleefd; ze moesten een nieuw bestaan opbouwen. Ik heb geen religieuze achtergrond, wel zelf een kinderbijbel verslonden. Op vakantie in Slenaken, negen jaar, raakte ik onder de indruk van de Mariabeelden, kappelletjes en kruizen. Met twaalf jaar ging ik met een vriendinnetje mee naar een remonstrants verteluur en ging ik verder met catechisatie bij ds. Van Hille. Fantastisch vond ik dat; maatschappelijke en persoonlijke zaken kwamen aan de orde. Op mijn achttiende volgden, met de nodige twijfels, aanneming en doop.’

Mensen en hun besognes
‘Na de Pabo ging ik werken in de kinderpsychiatrie in Amsterdam. Op mijn twintigste belandde ik in een volstrekt nieuwe wereld, waar ik leerde over oorzaken van gedrag en dus ook over mijn eigen binnenwereld. Drie jaar later kwam er een nieuwe kinderkliniek (Sophia kinderziekenhuis) in Rotterdam. Mijn baas werd daar hoogleraar. Ik kon mee. En groeide uit tot leidinggevende over 24 pedagogisch medewerkers.

Rondom de geboorte van mijn tweede kind, inmiddels in Utrecht, strandde mijn huwelijk. Ik was al Geertekerker, voelde me daar thuis en ben fantastisch opgevangen en geholpen.
Daar ontmoette ik Jan Willem (Nieuwenhuijsen); er bloeide iets moois op. Inmiddels zijn wij veertig jaar samen en nog twee kinderen verder. Vier zonen opvoeden in een samengesteld gezin is goed nadenken en stilstaan bij ieders plek. Ik heb me daarna ontwikkeld tot psychosociaal therapeut en voegde mij bij een huisartsenpraktijk. Spannend, veel voldoening beleefd. Mensen begeleid bij problemen met werk, relaties, grenzen bewaken, echtscheiding, rouw. Kortom levensvragen.’

Vrees niet, makkelijk gezegd
‘Vrees is wel een thema van mij. Al jong ben ik alleen opgevoed, mijn oudere zusjes waren al uit huis. Mijn ouders waren vaak op pad, ik was dan alleen thuis. Naast alle goede dingen en voorbeelden die ik van thuis meekreeg, is mijn angst voor verlatenheid daar ook wel door gevoed. Mijn behoefte aan veiligheid was en is groot. Ik heb daar flink op moeten ‘kauwen’, ook met professionele hulp.

Op mijn zesenzestigste werd darmkanker geconstateerd. De chemokuren hebben me weggeslagen. Ik was depressief en kon niet meer aanhaken bij het leven. Mensen hebben me gedragen toen ik geen grond onder mijn voeten had. Na de chemo ging de depressie wonderbaarlijk snel over; ik kon weer intens genieten van mijn terugkomst in het gewone leven. Toch heeft deze periode er flink ingehakt. Kan ik van mezelf op aan als ik niet meer vitaal ben, ziek word, afscheid moet nemen, zal sterven? Mijn vertrouwen is zich wel aan het herstellen, maar de vragen blijven.’

Gevoel
‘Mijn geloofsleven kent golven van dichtbij en veraf. Wat geloof ik? De Geertekerk is voor mij een belangrijke plek. Het is een prachtig gebouw en een inspirerende plaats voor verhalen, rituelen, voor actie, voor geborgenheid en opvang. Ik houd van verhalen, in gesprekken, in de bijbel, boeken, gezongen woorden. De verhalen van Jezus zijn inspirerend, aangevers hoe je kunt proberen te leven. Zij getuigen van oog voor de kwetsbaarheid, in onszelf en in anderen, de aarde. Op mijn manier probeer ik daar handen en voeten aan te geven. Ik heb geen beeld van God, wel een gevoel, een ervaring: in natuur, met mensen, in muziek, een verlangen…. Ik zoek vaker de rust, laat me inzakken, overzie wat achter me ligt, ook met onmacht en spijt. Maar vooral overheerst dankbaarheid voor wat ik heb gekregen, voor het deel van de wereld waarin ik ben geboren, en voor alles wat me is toegevallen. ‘Vreest niet’ – het wordt ons ook toegezegd.

Michel Peters

 

Zie ook