Nationale Synode:  Was het terecht dat de Remonstranten de ‘Verklaring van Verbondenheid’ ondertekenden?

Nationale Synode: Was het terecht dat de Remonstranten de ‘Verklaring van Verbondenheid’ ondertekenden?

De remonstranten tekenden na lang wikken wegen tijdens de Nationale Synode de ‘Verklaring van Verbondenheid’.  De redactie van AdRem legde aan de remonstrantse predikanten Eginhard Meijering en Martijn Junte de vraag voor of dat er terechte beslissing is geweest. Daar waren ze snel klaar mee: ‘ja natuurlijk moesten de Remonstranten meedoen!’ Maar hoe dan en met welke bedoeling? Daarover gingen ze per mail met elkaar in gesprek.

Goede beslissing. In eerste instantie om pragmatische redenen: niet ondertekenen levert niets op, we zouden zelfs verlies lijden. Ik denk dan aan onze band met de PKN. Die gaat ver terug en is, bij alle polemiek uit remonstrantse hoek, nog altijd goed, maar ik vrees dat die ernstige schade op zou lopen als we niet tekenen. De PKN verwacht terecht loyaliteit. Daarbij vind ik moeite met de theologische taal van de verklaring onvoldoende reden om niet mee te gaan. Sterker nog: we hebben de PKN op dat punt hard nodig. De PKN spreekt de taal van de protestants-christelijke traditie beter dan wij. Deze kerk is meer dan wij in staat om in doordachte en welwillende bewoordingen andere kerkgenootschappen, waaronder de remonstranten, de hand te reiken en op te roepen zich te richten op de onderlinge verbondenheid. Wat vind jij?

Hartelijke groeten, Martijn

 

Ik juich het meedoen van harte toe. De Remonstrantse Broederschap is geen vrij en algemeen religieus gezelschap, maar een (vrijzinnig) christelijk kerkgenootschap en hoort daarom bij de overige kerken die tekenen. Dit is een eerste stap naar één brede kerk, waarin men vanuit verschillende tradities komend de accenten in de verkondiging en beleving van het evangelie van Jezus Christus verschillend kan leggen. Dat men daarbij ook kritiek op anderen kan leveren en op zichzelf kan accepteren, is hierbij vanzelfsprekend. Naarmate we elkaar beter kennen zal de behoefte aan kritiek wellicht ook afnemen, omdat die op verouderde beelden van elkaar kan slaan.

Hartelijke groet, Eginhard

 

Ik zie die brede kerk er niet komen. De kritiek zal slechts verstommen omdat men op de flanken hun eigen weg gaat. Of dat de Remonstranten zou lukken, is twijfelachtig. Voor Remonstranten is de kerk slechts vorm en het verhaal dat deze vorm overeind houdt verkeert in slechte staat. Het gaat over vroeger. Ik hoop dat het gesprek met de 39 andere kerken de Remonstranten een nieuw verhaal oplevert, dat de luchtballon van hun kerk nieuw leven inblaast. Het zal voor de andere kerken even slikken zijn, dat verhaal, maar ik hoop dat ze het als zoutend zout waarderen. Dat is ook een opdracht, want geheel op zichzelf verliest dat zout zijn smaak.

Hartelijke groeten, Martijn

 

Die ene kerk zal er alleen al om financiële redenen komen. Om diezelfde redenen zie ik weinig toekomst voor georganiseerde vrijzinnigheid. Die is er wel voor vrijzinnigheid als geestelijke stroming in de ene kerk. Hoe groot die invloed zal zijn, hangt af van het niveau waarop we ons gedachtegoed naar voren brengen. We zullen even duidelijk moeten verwoorden waarin we wel geloven als we gewoon zijn te zeggen waarin we niet geloven (namelijk in dogma’s). Aan welke dogma’s denken we dan en wat plaatsen we daar tegenover? ‘Dogma’ komt van een werkwoord dat betekent ‘van mening zijn’. Meningen kunnen interessant en belangrijk zijn.

Hartelijke groet, Eginhard

Eens, en toch is de Nederlandse vrijzinnigheid als georganiseerd verband uniek, ook in haar verval. Ze getuigt van het goed calvinistische dogma dat de vorm op de inhoud volgt. De komende vijf jaar zullen cruciaal zijn. Gaat het gesprek over God, als de zaak waar dogma’s naar verwijzen? Ontstaan er vormen die het recht borgen om op eigen wijze uitdrukking te geven aan de verhouding tot God? Alleen dan zie ik een brede kerk ontstaan, met een meervoudige belijdenis over de grenzen van het christelijke geloof heen. Want het geloof is niet bedoeld om op te sluiten. Geloof bevrijdt. Welke vorm zo’n idee kan dragen, weet ik niet, maar ik kijk ernaar uit.

Hartelijke groeten, Martijn

 

Het zal in de kerk inderdaad over God moeten gaan. Ik ben geen voorstander van een kerk samen met de belijders van andere godsdiensten. Dat is alleen mogelijk, als de inhoud van het geloof in algemeenheden wordt geformuleerd. Een dergelijke brede kerk zou geen wortels in de geschiedenis hebben. Wel ben ik een voorstander van een open dialoog met ander godsdiensten (voor zover de belijders van die godsdiensten daaraan behoefte hebben, en daarvan zie ik op het ogenblik weinig bij moslims en orthodoxe joden). Voorlopig hebben we onze handen vol aan het tot stand brengen van een geestelijke eenheid tussen de christenen in ons land.

Hartelijke groet,  Eginhard

 

Ik geloof evenmin in een kerk met belijders van andere godsdiensten. Zo ontstaat een nieuw genootschap, maar het gesprek over God moet gevoerd over de grenzen van de christelijke traditie heen. Zo vind ik de veelvuldige verwijzingen naar het Johannesevangelie in de Verklaring problematisch. Het is prachtig hoe in die tekst verbondenheid en onderlinge liefde als voorwaarde gelden voor de gave van de Geest. Tegelijk is de bejegening van andersdenkenden, joods en christelijk, verwerpelijk. Openheid is een voorwaarde voor verbondenheid. Dat heeft de synode van 400 jaar geleden uitgewezen: men had verbondenheid op het oog, maar kwam uit bij uitsluiting. Dat zou niet nog eens moeten.

Met grote dank voor deze gedachtewisseling en een hartelijke groet, Martijn

 

Graag akkoord dat er zonder openheid geen verbondenheid kan zijn.  Ik ben blij, dat men vanuit de PKN heeft betreurd dat 400 jaar geleden de controverse over de verkiezing tot uitstoting van een minderheid heeft geleid. Misschien willen remonstranten er nu serieus erover nadenken, waarom christenen geloven, dat wij elkaar en God alleen lief kunnen hebben, omdat, zoals een leerling van de evangelist Johannes het uitdrukt, God ons eerst heeft liefgehad. Het belangrijkste is: we doen mee. Het gaf mee veel voldoening om naast degene te mogen staan die namens de Remonstranten de Verklaring van Verbondenheid tekende, en om er ook bij te mogen staan, toen een vertegenwoordiger van een rechtzinnige kerk, waarvan ik gastlid (‘vriend’) ben geworden, tekende.

Met hartelijke dank en groet, Eginhard

 

Zie ook