Column: onbenutte nooduitgangen van mijn bestaan

Column: onbenutte nooduitgangen van mijn bestaan

Soms sta ik voor mijn boekenkast en doe een gedachte-experiment. Hoe zou het zijn, vraag ik mezelf af, als ik op een dag het licht in mijn ogen zou verliezen? Welke waarde zouden die door mij zo gekoesterde boeken dan nog hebben? Zouden het dan niet alleen maar dode, stomme en zinloze objecten zijn? Ik zou eraan kunnen ruiken. Ik zou de bladen door mijn vingers kunnen laten waaieren. Ik zou (bij oude boeken) op de tast en vaag de gedrukte letters kunnen vinden. Maar dat zou het dan ook zijn. De boeken zouden verder zwijgen. Misschien zou de herinnering aan het lezen voldoende zijn, om ze in mijn hart te blijven sluiten, zoals bij de blinde prentenverzamelaar in Zweigs novelle ‘De onzichtbare verzameling’. Maar de verwijdering zou onoverbrugbaar zijn.

Helemaal wereldvreemd is dit gedachte-experiment niet. In feite doen we hetzelfde als we voor onze kast staan en al die ongelezen boeken zien en al die boeken waarvan de kans groot is dat we ze nooit zúllen lezen. Zijn die boeken niet ook zinloze objecten? Zouden we er niet beter aan doen, om ze te verkopen, weg te schenken of zelfs bij het oud papier te zetten? Sommige mensen doen dit, uit onthechting, berusting of wanhoop.

Anderen echter koesteren het bezit van ongelezen boeken. Omdat je niet zeker weet of je ze nooit meer zult lezen. Omdat de boeken een geheime reserve zijn, een verborgen schatkamer, een appeltje voor de geestelijke dorst. Misschien stel je ooit een brandende vraag, waarop ze het antwoord zijn.

Ikzelf neig tot het laatste. Mijn ongelezen boeken zijn de voorlopig onbenutte nooduitgangen van mijn bestaan. Ze zijn ontsnappingsluikjes naar een andere wereld. Als zodanig kunnen ze ooit van pas komen, als mijn leven te eendimensionaal, te plat en te beklemmend dreigt te worden.

Eric Corsius
vriend van remonstrantse gemeente Eindhoven

Zie ook