Denken aan Bandoeng

Denken aan Bandoeng

Het is een trend blijkbaar. Kinderen van ouders die de oorlog hebben meegemaakt boekstaven de familiegeschiedenis, nu het nog kan. Annelies Oldeman deed dat ook met haar boek ‘Denken aan Bandoeng’. De Nederlandse geschiedenis van Nederlands-Indië vanaf het begin van de 20e eeuw komt via persoonlijke verhalen uit haar familie tot ons. En dat werkt uitstekend als een ‘pars pro toto’.

Het boek kent vier delen. Deel 1 gaat over het vooroorlogse Indië. Haar opa Hendrik Gerard Pieter Duyfjes (1878-1970)  vertrekt in 1904 naar Indië als bestuursambtenaar. En ook haar vader vertrekt in 1936 naar voor werk naar die contreien. Een groot deel van zijn leven is hij ingenieur bij de Staatsspoorwegen. De auteur reconstrueert dit verhaal van haar voorouders uit brieven. De brieven vanuit Holland zijn in de oorlog verloren gegaan, maar de brieven uit Indië zijn zorgvuldig bewaard en gearchiveerd. De oude foto’s die in het boek staan afgedrukt geven extra cachet aan de verhalen.

De Jappen komen

Deel 2 gaat over de jaren in Indië vlak voor en tijdens de oorlog. Het hoofdstuk is geschreven vanuit het perspectief van haar vader. Hij hield een dagboek bij dat is overgeleverd. In april 1939 komen moeder en de kinderen over naar Lahat. Als de Japanners in 1942 naderen krijgt vader de opdracht om alle materiaal te vernietigen en met de laatste trein de overgebleven Nederlanders naar een kustplaats te evacueren waar een schip klaar ligt voor Bandoeng. Later in 1944, wordt het gezin gescheiden. Vader gaat naar een mannenkamp, moeder met de kinderen naar vrouwenkamp Banjoe Biroe X.

In het derde deel put Annelies diep uit haar eigen herinneringen als klein meisje en baseert zij zich mede op het kampdagboek van haar moeder dat zij vijftig jaar later in handen kreeg.  Een kamptijd vol honger, misstanden, ongedierte, corruptie en oorlogsgeweld. Het meest indringend is de beschrijving van de periode na de bevrijding. De kampbewoners dachten naar huis te kunnen, maar vanwege de Bersiap was het veel te onveilig om buiten het kamp te komen. Dan breken de kampbewoners. Apathie en desorganisatie zijn het gevolg. Onzekerheid over het lot van vader en andere familieleden trekt een zware tol. ‘Ik besloot niets meer te beleven, geen verdriet meer, geen vreugde, geen boosheid, geen teleurstelling. De chaos buiten te sluiten’, schrijft Annelies toch wel redelijk onderkoeld.

Vervreemding

Hoofdstuk vier gaat over de terugkeer naar Nederland in juni 1946. Ook al zo’n eye-opener: de kinderen kenden Holland alleen van foto’s, opa’s en oma’s hadden ze nog nooit gezien, voor de familie waren de kinderen in Indië alleen ‘fotokinderen’. Eenzaamheid en vervreemding troef, en later in haar leven een onbestemd soort heimwee.

Annelies Oldeman schreef een prachtig familiemonument. Ze geeft geen opsomming van wat zij aantreft in brieven en dagboeken, maar hervertelt de geschiedenis, waardoor deze  gaat leven. Dat doet ze cyclisch, mede door de verschillende perspectieven in de hoofdstukken. Soms iets te los. Ineens gaat het dan bijvoorbeeld over een remonstrants predikant in Delft en zijn wederwaardigheden. Het heeft me heel wat bladeren gekost en de stamboom achterin het boek om te begrijpen dat het over haar grootvader van vaders kant ging. Maar over het algemeen uitstekend leesbaar.

Michel Peters

Annelies Oldeman, Denken aan Bandoeng. Uitgeverij Aspekt, 2018. 274 pagina’s. Prijs 19,95.  ISBN 9789463384995

Zie ook