Aan tafel gebeurt het!
Foto: Matthew Hurst

Aan tafel gebeurt het!

Wat wordt er zoal gedacht over en gedaan met maaltijden thuis, uit of in de kerk? Wat beleven mensen aan tafel? Een kleine zoektocht met zomaar wat remonstranten.

Pauline van Veen (Alkmaar)
‘Bij het woord ‘maaltijd’ denk ik eigenlijk als vanzelf aan ‘samen eten’. Sinds mijn man is overleden, gebeurt dat niet meer zo vaak. Aanvankelijk was dat wel wennen. Het was het moment van de dag om met elkaar bij te praten, ervaringen uit te wisselen. Nu is dat anders. Tijdens het eten lees ik de krant of een boek, kijk naar een tv programma of naar m’n tuin. Dan is het juist een moment van rust. Samen eten associeer ik met gezelligheid. Soms moet je dat zelf organiseren. Als je gaat zitten wachten… Het is fijn als je (klein)kinderen of anderen kunt laten aanschuiven. Bij ons is er in de kerk een nieuw initiatief voor een ‘gastvrijheidslunch’. Daarover kun je het beste praten met Thea Cleton, een van de organisatoren.’

Thea Cleton (Alkmaar)
‘De derde zondag van de maand is er in onze kerk een meditatieve viering ‘Op adem komen’. Daar komen meer mensen dan in ‘gewone’ kerkdiensten, vooral mensen van buiten. Toen de kerkenraad leden om ideeën vroeg, is een gezamenlijke maaltijd geopperd na deze viering. Juist omdat er dan mensen van buiten komen, is het een goede gelegenheid om ze te leren kennen. Er was ook wel wat aarzeling bij dit plan, want de vieringen zijn juist voor voorbijgangers. Daarom wordt de uitnodiging heel open gedaan. Niemand hoeft zich op te geven. Je kunt na de dienst weggaan of blijven eten – wat je wilt. We gaan het deze maand voor het eerst doen, dus ik heb nog geen idee hoe het zal gaan.’

J.D.B. Veldkamp (Eindhoven)
Op de website van de gemeente Eindhoven zie ik het woord ‘mannenlunch’. Zo’n woord maakt nieuwsgierig. Daarom bel ik met de contactpersoon van deze activiteit.

‘De mannenlunch bestaat al meer dan vijftig jaar. Het begon in de tijd dat mannen meer voor het voetlicht traden dan vrouwen. Ik denk dat we in deze tijd niet meer zo gauw op dit idee zouden komen. De activiteit verloopt al sinds jaar en dag op dezelfde, beproefde, manier. Leden stellen om beurten een religieus, wetenschappelijk of maatschappelijk onderwerp aan de orde door een paar stellingen te poneren of ze houden een korte voordracht en dan volgt een gesprek.’ En die lunch? ‘O, we nemen allemaal ons eigen zakje brood mee. Daar gaat het helemaal niet om. Het woord ‘lunch’ slaat meer op het tijdstip dat we bij elkaar komen dan op het eten. De gedachtewisseling met elkaar, daar gaat het om. Ik weet niet of het elders in het land ook gebeurt. Ik heb het in elk geval nooit gehoord of gelezen. Maar wie weet.’

Broodje eredienst (Utrecht)
Cantor-organist Maarten van der Bijl: ‘Ik ben ooit ‘soep met de cantor’ begonnen. Na de kerkdienst besprak ik met wie maar wilde de liturgie. Mensen vinden dat leuk. Ze kunnen hun vragen, irritatie of enthousiasme kwijt. Die soep deed ik vanwege het tijdstip, maar die soep bleek ook een voordeel: samen eten zorgt voor een ontspannen sfeer. Mensen vragen mij vaak: ‘Waarom zingen wij dit stomme liedje nog?’ Dan wil ik graag weten waarom ze het lied stom vinden. Dat kan van alles zijn: vrouwonvriendelijk, ouderwets, een nare associatie oproepend. Als ik uitleg waarom we voor een lied hebben gekozen, biedt dat een nieuw perspectief. De reactie is meestal iets als: ‘Ik vind het nog steeds een stom liedje, maar nu snap ik wel dat we het zingen.’ Dat zijn interessante gesprekken, zeker als je zoiets in een wat grotere groep doet. Ook de Werkgroep Eredienst, die onder andere een klankbord is voor de gemeente als het over de zondagse diensten gaat, vindt dit soort gesprekken waardevol. Zo is een samenwerking ontstaan, die ik met een knipoog ‘broodje eredienst’ heb genoemd.  De gesprekken zullen de komende keren gericht zijn op het avondmaal en op de grote lijn van een kerkdienst. Met wat te eten dus, voor de knorrende maag, én de ontspannen sfeer.’

Bert Dicou (Antwerpen)

‘Ik woon tegenwoordig deels in Antwerpen. Daarbij hoort incultureren. Sommige gewoontes heb ik me nog niet eigen gemaakt. Een hele dag op een terras zitten en rustig wachten wie er nog meer richting plein komt – daarvoor heb ik nog iets teveel Nederlandse onrust. Maar de gewoonte om ‘op restaurant’ te gaan als je iets te bespreken hebt, heb ik fanatiek overgenomen. Op lunchtijd afspreken, graag! Voor de Nederlanders onder ons: denk bij lunch niet aan de Nederlandse variant, maar aan iets met meer gangen.

Maar ook voor de geïncultureerde neo-Belgische dominee valt er nog wat te leren. Ik was uitgenodigd bij een Pakistaanse familie om bij hen thuis een bible&faith-bijeenkomst te leiden met andere belangstellenden. Tweetalig, Urdu en Engels. ’s Middags om 15.00 uur. Duurde even voordat we op gang kwamen, de meeste anderen verschenen tegen 16.00 uur. Maar tegen zessen hadden we toch behoorlijk wat bijbel bestudeerd. Ik deed mijn boeken in mijn tas, stond op … Mis. Nu kwam immers het belangrijkste: de maaltijd.

Hardleers als ik ben, maakte ik voor de volgende keer een afspraak om 20.00 uur. Veilig, dacht ik, koffietijd. Alle aanwezigen zaten klaar deze keer. Ik stak enthousiast van wal, maar de eerste vraag die ik uit de kring kreeg, was op welk moment we aan tafel gingen … Ik kon het nog rekken tot 21.00 uur, waarna de tafel zich vulde met een veelheid aan Pakistaanse en Vlaamse heerlijkheden.

 

Ineke Ludikhuize
Gemeeentelid Utrecht, redactie Adrem

Zie ook